Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Volledig digitale verpleegkundige overdracht is een utopie

Nictiz en V&VN kondigden vorige week aan dat het aantal digitale verpleegkundige overdrachten met 10 procent is gestegen ten opzichte van 2014. Ondanks die stijging is er nog veel ruimte voor verbetering volgens beide partijen. Uit hun onderzoek blijkt dat er nu veel meer problemen zijn met de uitwisseling tussen verschillende systemen dan in 2014. Er is dan ook grote behoefte aan standaardisering van verpleegkundige gegevens, zodat de administratieve lasten en de kans op fouten afnemen.
Roanda Fokkens-Steba, klinisch informaticus en programmanager medicatie bij RZCC
Foto: Roanda Fokkens-Steba, klinisch informaticus en programmanager medicatie bij RZCC

Dit klinkt allemaal heel logisch. Want ja, landelijke standaardisering willen we uiteindelijk allemaal. Al staan de neuzen dezelfde kant op en werken we er hard aan toch blijft een volledig geautomatiseerde en gestandaardiseerde verpleegkundige overdracht vooralsnog een utopie.

Iedereen een eigen standaard
Doordat er lange tijd geen landelijke standaard was, zijn regionaal eigen standaarden afgesproken. Deze standaarden werden (worden) gebruikt voor een papieren overdracht, of, voor een vaak nog primitieve, digitale uitgewisseling. Later zijn deze vaak ingebouwd in het epd van ziekenhuizen in de betreffende regio’s en in sommige gevallen in het ecd van de vvt-instellingen. Inmiddels zijn veel ziekenhuizen overgegaan op een nieuw epd. Een epd waarin niet de ‘oude’ regionale standaard is ingebouwd, maar waarin ook niet standaard gebruik wordt gemaakt van de landelijke kernset eOverdracht. In veel gevallen heeft de epd-leverancier een eigen standaard in de verpleegkundige module. Ook de ecd’s die in gebruik zijn bij regionale vvt-instellingen beschikken lang niet altijd over de landelijke kernset, laat staan voer een epd-specifieke standaard. Dit maakt het al erg lastig om regionaal komen tot één gestandaardiseerde verpleegkundige overdracht te komen.

Systemen communiceren niet
Leveranciers van zorgsystemen vormen een andere uitdaging. Vaak worden semantische standaarden en syntax-standaarden door elkaar genoemd. De kernset eOverdracht is een semantische standaard, die ervoor zorgt dat iedereen ‘hetzelfde bedoelt’. Hoewel dat een absolute must is voor eenduidige digitale overdracht, zegt het niks over hoe deze overdracht digitaal ontvangen en verwerkt kan worden in een ander systeem. De zorg maakt gebruik van veel verschillende informatiesystemen, zelfs binnen één groep, zoals vvt-instellingen. Om een digitale overdracht efficiënt te kunnen ontvangen en verwerken in het eigen systeem, is ook een goede syntax-standaard nodig die ervoor zorgt dat ‘het stekkertje van de een past in het stopcontact van de ander’. Hoewel dit in theorie vaak geregeld is, zien we in de praktijk toch veel problemen.

Interne verwerking
Het laatste, maar zeker niet onbelangrijkste, obstakel is de interne verwerking bij zorginstellingen. De systemen die de digitale overdracht tussen twee instellingen mogelijk maken, vormen vaak een nieuw systeem naast het bestaande interne systeem. Daarnaast verschillen de digitale systemen bij instellingen in volwassenheid. In de ene instelling wordt het zorgproces uitgebreid digitaal ondersteund, in andere instellingen wordt nog veel op papier en analoog gewerkt. Bij de instellingen met minder volwassen digitale systemen kan wel een digitale overdracht worden ontvangen, maar deze wordt vervolgens in het hele proces bij hen nog steeds behandeld als ‘een papiertje’. Hierdoor wordt de overdracht alsnog handmatig en verliest de digitale overdracht aan efficiëntie. Om een optimale digitale overdracht te realiseren is het dus zaak niet alleen naar de verzending te kijken, maar ook juist naar de verdere interne verwerking.

Door al deze obstakels en uitdagingen durf ik gerust te stellen dat nog nergens in de zorgketen volautomatische overdracht plaatsvindt. Uiteraard wordt, zowel voor als achter de schermen, wel hard gewerkt aan de realisatie van een volledig digitale verpleegkundige overdracht. Want uiteindelijk is iedereen in de keten daarbij gebaat. Dat gebeurt vooral op regionale schaal, vanwege het complexe landschap van zorgsystemen. Door die complexiteit zijn er nog veel hobbels te nemen voordat een volledig digitale verpleegkundige overdracht een feit is.

Roanda Fokkens-Steba is klinisch informaticus en programmanager medicatie bij RZCC

Roanda Fokkens-Steba, klinisch informaticus en programmanager medicatie bij RZCC

Gerelateerde tags

2 reacties

  • Roanda

    Hi Lisanne,

    Bedankt voor je reactie. Je bent harte welkom bij ons op de Boschdijk om over dit onderwerp van gedachten te wisselen. Ihkv de eOverdracht hebben we in het verleden ook goed contact gehad met jouw collega Irene.
    Ik ben te bereiken via info@rzcc.nl of 040-23 93 000.

    Met vriendelijke groet,

    Roanda

  • Lisanne van der Molen

    Beste Roanda,

    Goed om te lezen dat je vanuit je rol zo betrokken bent bij de verpleegkundige overdracht. Als productmanager Care bij Nictiz herken ik veel van de problemen die je beschrijft, die tevens in het onderzoeksrapport naar voren komen. De informatiestandaard eOverdracht (versie 3.0), waarbij enkele zorginformatiebouwstenen gebaseerd zijn op de nationale kernset patiëntproblemen (de kernset eOverdracht bestaat niet) is in meerdere regio’s en transfersystemen geïmplementeerd en in gebruik. Er zit beweging in de digitale verpleegkundige overdracht, maar er zijn nog randvoorwaarden die we nader zullen moeten uitwerken om tot een volledige digitale verpleegkundige overdracht te komen, onder andere door afstemming tussen zorginfrastructuren en landelijke/regionale afspraken over bijvoorbeeld informatiebehoeften. Ik zou graag een keer met je van gedachten wisselen over dit onderwerp.

    Met vriendelijke groet,
    Lisanne van der Molen

Of registreer u om te kunnen reageren.