Het kabinet wil passende zorg wettelijk afdwingen. Dat is niet voor niets. Want wie als zorgaanbieder inzet op minder behandelen – op kortere trajecten, in een groep wanneer dat kan, met e-health tussen face-to-face sessies door – merkt dat het huidige stelsel daar nog niet altijd goed bij aansluit. Minder behandelen omdat het beter past, betekent in dit stelsel ook minder betaald krijgen. Dat maakt het voor organisaties niet vanzelfsprekend.
Wat kan iemand zelf?
Toch is dat geen reden om het niet te doen. Bij Parnassia Groep zijn we volop bezig. Door niet alleen te kijken naar klachten, maar ook naar wat iemand zelf kan, wat eerder heeft geholpen en wie er naast die persoon staat. Behandeldoelen stellen we niet op vóór cliënten, maar samen met hen. Bij elke stap vragen we: is dit nog nodig, kan het ook minder ingrijpend en staat de inzet in verhouding tot wat het bijdraagt aan herstel? En als een behandeling klaar is, ronden we die af. Want elke afgeronde behandeling maakt ruimte voor iemand die nu nog wacht. Dat is niet altijd makkelijk en we zijn er nog niet. Maar de richting is helder.
Dit vraagt een cultuurverandering die niet vanzelf gaat. De neiging om door te behandelen is vaak een uiting van betrokkenheid en die betrokkenheid is waardevol. Soms vraagt passende zorg het omgekeerde. Loslaten is voor veel cliënten én professionals vaak een moeilijke stap. Er is tijd nodig om deze cultuurverandering samen te realiseren. Er is tijd nodig voor scholing, intervisie, het bespreken van de nieuwe dilemma’s. En dat allemaal terwijl de winkel open is en we weten dat veel mensen wachten op onze hulp.
Durf het anders te doen
Echte verandering ontstaat in de dagelijkse praktijk. In teams die anders durven werken, in regionale samenwerking en in het gesprek tussen behandelaar, cliënt en diens netwerk over wat werkelijk helpt.
Dat is de beweging waar wij middenin zitten. Een verandering die al een tijd gaande is. Het is goed dat Den Haag die wettelijk wil verankeren. Maar wetgeving alleen is niet genoeg. Passende zorg kan alleen de norm worden als ook opleidingen, beleid en bekostiging op elkaar aansluiten en hetzelfde doel ondersteunen. Cultuur, beleid en financiering moeten hand in hand gaan. Dat is de opgave voor ons als sector en voor Den Haag.
Door Anita Wydoodt, voorzitter raad van bestuur Parnassia Groep


Duidelijke woorden, maar waar blijven die voor de slachtoffers van het CIB?
Mevrouw Wydoodt schrijft mooi over ‘passende zorg’, ‘samen beslissen’ en ‘cultuurverandering’. Maar haar woorden worden kil wanneer je ze afzet tegen de verhalen van oud-cliënten en nabestaanden van het Centrum Intensieve Behandeling (CIB) in Den Haag.
Een ’traumatiserend regime’ was daar de norm, zo bleek uit onderzoek. Cliënten liepen er vaak meer schade op dan dat ze geholpen werden. Meerdere ouders en nabestaanden vertellen hoe hun kinderen na een verblijf in het CIB een einde aan hun leven maakten. Gerda van der Lende, die haar dochter Savannah verloor, zegt het hardop: “Met hun mooie aanpak hebben ze mijn dochter de dood ingejaagd”.
Moeders vertellen over dochters die zeven maanden aaneengesloten in een kale isoleercel zaten, slechts twee keer per dag een kwartier naar buiten mochten en bang waren om op de bel te drukken uit angst voor schreeuwend personeel. Een tiental ouders diende klachten in. De Inspectie (IGJ) tikte Parnassia op de vingers, maar ouders noemden dat rapport halfslachtig en eisten verscherpt toezicht. Want hun boodschap is glashelder: Parnassia kan het wel mooi verwoorden, maar ‘het klopt voor geen meter’.
Uiteindelijk sloot Parnassia het CIB. Maar daarmee is de kous niet af. Ouders en nabestaanden eisen nog altijd erkenning en excuses. Zij voelen zich in de kou laten staan.
Mevrouw Wydoodt, u schrijft over ‘de beweging waar wij middenin zitten’. Maar wanneer hoort u de pijn van de slachtoffers die uw organisatie heeft gemaakt? Wanneer komt daar de erkenning en het excuses die zij verdienen? Uw column ademt bestuurlijke PR. De slachtoffers ademen nog altijd de trauma’s die uw ‘passende zorg’ heeft achtergelaten.
Uw ‘passende zorg’ begint pas als u de gebroken beloften aan de slachtoffers van het CIB herstelt.
Dhr W vd Meer