Blog: Het verzorgingshuis komt terug

Ouderen hebben recht op een thuis, met zorg en diensten in de buurt. Dat moet wel betaalbaar zijn, ook als je maar een klein pensioen hebt. Jan Willem Spijkman roept vvt-instellingen, woningcorporaties, beleggers, bouwers en gemeenten gezamenlijk op zoek te gaan naar haalbare oplossingen.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Jan-Willem-Spijkman: 'Het verzorgingshuis 2.0 komt eraan'
Jan-Willem-Spijkman, Sector Banker Healthcare ING

Vorig jaar schreef ik een blog over het ‘verzorgingshuis 2.0’. Daarin deed ik een appel op diverse partijen om de samenwerking op te zoeken bij de ontwikkeling van woonvormen voor ouderen die nog geen of lichte zorg behoeven en gebruik willen maken van ondersteunende diensten. Heel veel mensen ondersteunen de gedachte dat veel ouderen beter af zijn in een veilige omgeving, waar zorg en diensten dichtbij zijn. Verschillende ouderenzorginstellingen zijn nu bezig met hun strategische vastgoedplannen. Zij kunnen dat niet alleen. Er ligt ook een taak voor woningbouwcorporaties als het gaat om de sociale huisvesting van ouderen. Ook projectontwikkelaars en beleggers kunnen een grotere rol spelen in de ontwikkeling van (geclusterd) vastgoed voor ouderen. Door samenwerking in de regio, met de gemeenten, kan het verzorgingshuis van de toekomst verder ontwikkeld worden.

Een thuis voor ouderen

De ouderenzorginstellingen zijn zich bewust van de noodzaak om ouderen ‘een thuis’ te bieden, zowel in het verpleeghuis, als in de appartementen daaromheen, waar ouderen zelf huren en zorg krijgen. Niet bij alle verpleging-, verzorging- en thuiszorgorganisaties (de vvt) is de financiële polsstok lang genoeg om al dat nieuwe of vernieuwde vastgoed zelf op de balans te nemen. Zij zoeken de samenwerking, met woningcorporaties, projectontwikkelaars en beleggers.
Bij veel corporaties krijgen ze echter ‘nul op het rekest’. Corporaties worden door Den Haag kort gehouden als het gaat om de werkelijke investeringsruimte. Een substantieel deel van hun exploitatie gaat op aan huurdersheffing en vennootschapsbelasting, waarbij binnenkort ook slechts een beperkt deel van de betaalde rente als kosten in exploitatie mag worden afgetrokken, hetgeen zal leiden tot nog hogere vennootschapsbelasting.
Projectontwikkelaars en beleggers doen zaken met de vvt, maar nog in beperkte mate. Vaker steunen zij projecten van nieuwe toetreders in de zorg, die zich vooral richten op kleinschalig wonen (psychogeriatrie) op basis van persoonsgebonden budgetten. Een aantal van dit soort initiatieven is recentelijk overgenomen door een grote Franse aanbieder van ouderenzorg die actief is in verscheidene landen in Europa.

Huurappartementen voor ouderen

Er worden zeker ook appartementen bijgebouwd en oude kantoorpanden in binnensteden worden ‘omgetoverd’ tot huurappartementen. De vraag is of deze geschikt zijn voor ouderen die zorg en diensten nodig (gaan) hebben. In de vrije huursector is het aanbod beperkt en duur. De rendementen die gevraagd worden in de vrije sector zijn te hoog, waardoor veel ouderen niet kunnen (gaan) huren. Er moet echt heel veel meer gebouwd gaan worden voor ouderen met alleen AOW of een klein pensioen.

Allianties vormen per regio

Vvt-instellingen, woningcorporaties, beleggers, bouwers en de gemeenten zouden per regio moeten kijken naar de leef- en woonvisie, de demografische ontwikkeling en de gevolgen die dat heeft voor de bouwopgave voor de komende jaren. Voor ouderen zullen er voldoende betaalbare appartementen moeten komen in de nabijheid van zorgcentra, waar zorg en diensten beschikbaar zijn. Niet kleinschalig, zoals hier en daar een knarrenhofje van vijftien woninkjes, verspreid in de wijk, maar grootschalig, waardoor ook in de toekomst de zorg kan worden geboden die nodig is. Gezien de vergrijzing die op ons afkomt, is dit onvermijdelijk. We moeten op zoek naar haalbare en betaalbare oplossingen.
De ouderenzorginstellingen hebben de expertise, knowhow en ervaring als het gaat over de juiste zorg op de juiste plaats. In elke regio zouden allianties gevormd kunnen worden met de vvt-instelling als ‘zorgregisseur’. Gezamenlijk kunnen dan  alle stakeholders (gemeente, woningcorporatie, vastgoedontwikkelaar, belegger, bouwer) een duurzame vastgoedstrategie ontwikkelen, die aansluit bij de woon- en zorgbehoefte van de toekomstige ouderen. Dit vraagt wel om alignment van alle individuele doelstellingen en belangen. Misschien wel het loslaten daarvan.

Een veilige omgeving

Ouderen hebben het recht om thuis te blijven wonen en een zinvol leven te leiden in een veilige omgeving, met voldoende privacy, maar ook samen met gelijkgestemden, waar reuring is als je wilt en rust als je dat nodig hebt. Je eigen appartement, waar je je thuis voelt met zorg en diensten dichtbij en de zekerheid dat je goede zorg krijg als het slechter met je gaat.

Jan Willem Spijkman, Sector Banker Healthcare bij ING

1 REACTIE

  1. Bij het verdwijnen van de verzorgingshuizen – volgens mij een gevalletje regelrechte kapitaalvernietiging – heb ik een schatting gemaakt van 10-15 jaar. Daarna komen ze weer terug. We zijn alweer hard op weg met miniziekenhuizen in de buurt en een waaier van innovatieve diensten aan huis. Met bovenstaande analyse ben ik het dan ook helemaal eens. Met een kanttekening: Dat ouderen ‘die recht hebben op…’ in dit stuk wel suggestief als onbenullige patiënten lijken te worden weggezet in plaats van een zelf denkende generatie.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.