Het kabinet wil volgend jaar het eigen risico met €70 verhogen naar €455 per jaar. Deze verhoging zou een structurele bezuiniging op de collectieve uitgaven opleveren van €5.7 miljard. Door een verhoging van het eigen risico stijgt de nominale premie voor de zorgverzekering minder hard. Aangezien de verplichte nominale premie tot de collectieve uitgaven behoort en het eigen risico niet, levert dit een bezuiniging op, zelfs als de totale uitgaven aan zorg niet omlaaggaan.
Het kabinet-Jetten wil met deze bezuiniging geld vrijmaken voor – onder andere – investeringen in defensie, het bouwen van meer woningen en de aanpak van de klimaat- en stikstofcrisis.
Twee delen
Het bezuinigingsplan van kabinet-Jetten bestaat uit twee delen. Het eerste is het ongedaan maken van de geplande verlaging van het eigen risico van het vorige kabinet. Dit levert structureel €4.7 miljard op. De stijging van de collectieve lasten door verhoging van de zorgpremie als het eigen risico wordt verlaagd, is namelijk al in de meerjarenramingen van de overheid verwerkt.
Voor dit voorstel lijkt voldoende steun te zijn in de Tweede Kamer. Het tweede deel is een verhoging van het eigen risico: van €385 naar €455 euro. Dit zou structureel €1 miljard moeten opleveren. Steun hiervoor is onzeker. Progressief Nederland heeft zich al uitgesproken tegen verhoging van het eigen risico, waardoor het zeer onzeker is of hier in het parlement een meerderheid voor te vinden is.
Toeslagen
Voor burgers is vooral de €70 verhoging van het eigen risico relevant. Deze verhoging wordt deels gecompenseerd door een daling of geringere stijging van de nominale premie. Voor lagere inkomens wordt de stijging van het eigen risico gecompenseerd door een hogere zorgtoeslag, hoewel de zorgtoeslag minder omhoog zal gaan als de nominale premie omlaaggaat. Het hogere eigen risico komt voor het grootste deel voor rekening van de midden- en hogere inkomens die minder of geen zorgtoeslag ontvangen.
De verhoging van het eigen risico betekent vooral een herverdeling tussen mensen die zorg gebruiken en hun eigen risico opmaken en zij die geen of weinig zorg gebruiken. Ongeacht het inkomen gaat de eerste groep erop achteruit en de tweede erop vooruit als het eigen risico wordt verhoogd.
Bevroren eigen risico
Het eigen risico is sinds 2016 niet verhoogd. De reden om het te bevriezen was dat in de jaren 2012 en 2013 het eigen risico versneld was verhoogd – van €170 in 2011 naar €350 in 2013 – en dat de Tweede Kamer meende dat daardoor een te grote financiële barrière was ontstaan voor het gebruik van zorg. Een pas op de plaats leek toen verstandig. Het was niet de bedoeling het eigen risico voor altijd onveranderd te laten. In de zorgverzekeringswet is bepaald dat het eigen risico meestijgt met de nominale premie.
Door de inflatie is de financiële last van het eigen risico inmiddels flink minder geworden. Sinds 2016 zijn de prijzen gemiddeld met bijna 35 procent gestegen. De verhoging van het eigen risico naar €455, betekent een toename van 18 procent. Zelfs na deze verhoging is het reële eigen risico nog altijd lager dan in 2016.
Verhogen van tarieven
De overheid verhoogt vrijwel elk jaar de tarieven die zij voor haar diensten in rekening brengt met de gestegen kosten. De motorrijtuigenbelasting, de waterschapslasten, het collegegeld voor het hoger onderwijs en ook de verkeersboetes gaan periodiek omhoog. Hetzelfde geldt voor de gemeentelijke heffingen. Zo bezien is het niet logisch dat het eigen risico in de zorg jarenlang onveranderd blijft. Daar komt bij dat de hoogte van al deze heffingen niet, zoals door de zorgtoeslag bij het eigen risico, inkomensafhankelijk zijn gemaakt.
Tegenstanders van de eigen risico-verhoging claimen vaak dat het leidt tot zorgmijden. Hiervoor is geen hard bewijs. Uit onderzoek van het Europese statistiekbureau blijkt dat 0,0 procent van de Nederlandse respondenten aangeeft vanwege financiële redenen niet naar een arts gaat of geen medisch onderzoek laat doen. Uit het consumentenpanel van onderzoeksinstituut Nivel blijkt daarentegen dat 11 procent heeft afgezien van zorg vanwege financiële redenen. Echter, dit panel is niet representatief en bestaat uit respondenten met een bovenmatige belangstelling voor zorg. Het valt ook niet uit te sluiten dat een deel van de respondenten strategisch heeft geantwoord op deze vraag. In de hoop dat het eigen risico hiermee omlaaggaat.
Uit het Nivel-panel valt ook niet vast te stellen of mensen afzagen van onnodige zorg, wat het doel is van het eigen risico, of van noodzakelijke zorg.
Te politiek
De discussie over het eigen risico is erg gepolitiseerd geraakt. Het is ook te veel beperkt tot de mate van solidariteit binnen de zorg. Een discussie over welke bijdrage aan zorggebruikers zelf mag worden gevraagd en in hoeverre met name jonge gezonde mensen solidair moeten zijn en verplicht moeten worden bij te dragen aan de kosten van de zorg voor anderen, is hierdoor vrijwel onmogelijk geworden. Zeker voor jongere generaties zijn de aanpak van het woningtekort en de klimaat- en stikstofcrisis van groter belang dan extra collectieve uitgaven aan zorg. De discussie over solidariteit moet niet verengd worden tot de hoogte van het eigen risico, maar moet gaan over de verdeling van de gehele collectieve uitgaven.
Door Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie, Universiteit Maastricht


Om voor sommige mijn punt duidelijk te maken. De zorg in NL is m.i. solidair en sociaal! en wat de hr Kriek als afwenteling bestempeld benoem ik als (eigen) verantwoordelijkheid van de burger! Om te voorkomen dat ik nu neergezet wordt als inhumaan; natuurlijk zijn er mensen die hun ziekte overkomt of chronisch ziek zijn, en daar hebben we dan weer financiële vangnetten voor.
Twee feitelijke rechtzettingen, professor Groot:
1. Het Nivel Consumentenpanel Gezondheidszorg wordt door het Nivel zelf gedefinieerd als “een doorsnede van de algemene bevolking in Nederland van 18 jaar en ouder, en bevat ook mensen die geen zorg nodig hebben”. U verwart dit panel mogelijk met het Patiëntenfederatie-panel, dat inderdaad oververtegenwoordiging van chronisch zieken kent. Maar dat zijn twee verschillende databronnen.
2. De Kennisvraag die minister Agema in december 2024 aan de Tweede Kamer rapporteerde is geen overzicht van buitenlandse studies, maar Nederlands onderzoek met een internationale literatuurcomponent. De range van 3 tot 21 procent zorgmijding vanwege financiële redenen is de Nederlandse variatie, afhankelijk van populatie en definitie — niet een buitenlandse range.
En terzijde: u beroept zich op de Eurostat-indicator om internationale vergelijking in te zetten, maar wijst diezelfde internationale literatuur af waar ze niet uitkomt. Dat werkt niet beide kanten op. Het Nederlandse eigen risico — jaarlijks vooraf, ongedifferentieerd, resetten per 1 januari — komt structureel opvallend dicht bij de plannen uit Brot-Goldberg e.a. (QJE 2017), waar 42 procent minder zorggebruik onder het eigen risico werd gemeten, inclusief preventieve zorg en juist bij de ziekste helft van de populatie. Dat is het mechanisme waar de Nivel-cijfers op wijzen.
@ Verest : wat is uw punt eigenlijk? Waarom met hoofdletters? U heeft dat vast niet nodig als u een goed inhoudelijk punt heeft.
Of het nu wel allemaal klopt in detail gaat voorbij aan de duidelijke boodschap van Wim Groot. Daar ben ik het volledig mee eens; “de solidariteit in het systeem is op orde”! De discussie over het eigen risico is eng en werd uitermate slecht onderbouwd door de PVV en daarin gaat nu dus ook door Pro (GroenLinks-PvdA) in mee. Echter er is een zeer goed sociaal vangnet (zorgtoeslag en daarnaast eventueel gemeentelijke steun!) en het gecorrigeerde eigen risico legt ook een VERANTWOORDELIJKHEID bij de burger waar die hoort. Laten we niet vergeten dat deze eigen VERANTWOORDELIJKHEID essentieel is en nog steeds één van (zo niet de) laagste van Europa is. Bedankt Wim,
Groet Jos
Professor Wim Groot presenteert zijn pleidooi als “cijfers tegen politiek sentiment”. Maar zijn gepresenteerde cijfers houden echter geen stand.
Eén.
De “0,0 procent” van Eurostat. Health at a Glance: Europe 2024 (OESO/EC) zet Nederland op 1,4 procent onvervulde zorgbehoefte. De smalle Eurostat-indicator (hlth_silc_08) bewoog de afgelopen jaren tussen 0,1 en 0,8 procent. Nul komma nul bestaat niet.
Twee.
Het Nivel-panel zou “niet representatief” zijn en bevolkt met mensen die “strategisch hebben geantwoord”. Het Nivel Consumentenpanel Gezondheidszorg is juist expliciet gedefinieerd als “een doorsnede van de algemene bevolking van 18 jaar en ouder, en bevat ook mensen die geen zorg nodig hebben”. Het onderzoek werd gefinancierd door VWS, met Zorgverzekeraars Nederland in de begeleidingscommissie — weinig een lobby vóór méér zorgconsumptie. Minister Agema rapporteerde in december 2024 aan de Kamer een range van 3 tot 21 procent zorgmijding vanwege kosten. Een hoogleraar die dit wegwimpelt met “respondenten hebben vermoedelijk gelogen” doet zichzelf tekort. Insinueren kunnen we allemaal.
Drie.
De “structurele besparing” van 5,7 miljard. Groot schrijft zelf dat de totale zorguitgaven niet dalen. Wat daalt zijn de collectieve lasten; wat stijgt zijn de private, namelijk bij de patiënt aan de balie. Een verschuiving van publiek naar privé heet geen besparing. Dat heet afwenteling.
En voor chronisch zieken, die hun eigen risico sowieso elk jaar volmaken, is de 70-euroverhoging geen “prikkel tot nadenken over zorggebruik”. Het is gewoon een vaste extra heffing.
De vraag aan een hoogleraar gezondheidseconomie:
waarom één betwistbaar Eurostat-getal, één weggezet Nivel-cijfer, en de rest van de internationale literatuur over point-of-care cost sharing onbesproken?
Wie zijn opinie aanbiedt als ‘de neutrale uitkomst van de cijfers”, politiseert het debat precies zoals hij zijn tegenstanders verwijt.
Een professor onwaardig.
Tip voor Groot: kijk eens naar Brot-Goldberg, Chandra, Handel & Kolstad (2017), “What does a Deductible Do? The Impact of Cost-Sharing on Health Care Prices, Quantities, and Spending Dynamics”, Quarterly Journal of Economics 132(3), 1261–1318:
Volgens Eurostat cijfers is de totale onvervulde zorgbehoefte in Nederland inderdaad 1.4%, overigens internationaal gezien een zeer laag cijfer, maar de onvervulde zorgbehoefte om financiele redenen is 0,0%. Het Nivel zelf geeft ook aan dat het consumentenpanel niet representatief is. De cijfers die minister Agema presenteerde zijn gebaseerd op een overzicht van internationale studies. In Nederland zijn de eigen bijdrage veel lager dan un andere landen. Cijfers over zorgmijden in het buitenland zijn daarom niet een op een te vertalen naar de Nederlandse situatie.