Uit de recente Zorgvisie-peiling blijkt dat een grote meerderheid van de zorgprofessionals van mening is dat de huidige bekostigingssystematiek onvoldoende aansluit bij de ambities rond passende, integrale en preventieve zorg. De versnippering van financiering leidt tot verkokering, administratieve lasten en een sterke nadruk op rechtmatigheid in plaats van op gezondheid en welzijn.
Indicatiestelling als toegangspoort
In het huidige stelsel is de indicatiestelling onlosmakelijk verbonden met de wijze waarop zorg en ondersteuning worden bekostigd. Juist daardoor is zij uitgegroeid tot de belangrijkste toegangspoort tot ondersteuning. Dit mechanisme kent grote nadelen:
- Het herdefinieert het dagelijks leven als een zorgprobleem
Indicaties labelen mensen als “zorgbehoevend”, terwijl veel vragen eigenlijk gaan over welzijn, eenzaamheid of ondersteuning. Indicatiestelling maakt van een ondersteuningsvraag eerst een zorgvraag, voordat gehandeld kan worden. Het etiketteert zorg en creëert aanspraken - Verkeerde prikkels
Omdat financiering gekoppeld is aan een indicatie, beloont het stelsel escalatie in plaats van preventie. Het is de omgekeerde wereld: een zware indicatie opent de deur naar intensieve en kostbare behandeltrajecten, terwijl lichte ondersteuning thuis administratief ingewikkeld te regelen is. We financieren de achterkant, terwijl we als samenleving juist het meeste profijt zouden hebben van die vroege, laagdrempelige hulp aan de voorkant. - Administratieve belasting en vertraging
Indicatiestelling, herindicaties en verantwoording vragen te veel tijd en capaciteit van professionals. Dit zorgt voor vertraging, terwijl ondersteuningsbehoeften in de praktijk juist dynamisch zijn - Fragmentatie tussen domeinen
De verschillende wettelijke kaders (Wlz, Wmo en Zvw) hanteren elk eigen toegangscriteria. Dit draagt bij aan versnippering van zorg en ondersteuning.
Naar een ander organisatiemodel
De vraag is niet hóé we anders moeten organiseren; daarvan biedt de praktijk al genoeg goede voorbeelden met passende zorg en regionale netwerken. De opgave is om de bekostiging daarop te laten aansluiten. Gebiedsgerichte en populatiebekostigde modellen, aangevuld met laagdrempelige basisvoorzieningen, bieden een logisch perspectief.
Hierbij worden middelen vooraf aan wijken of regio’s toegekend op basis van de populatie en ondersteuningsbehoefte. Professionals krijgen zo de ruimte om zonder voorafgaande indicatie passende ondersteuning te bieden. Parallel daaraan kan een onderscheid worden gemaakt met universele basisvoorzieningen in de wijk, zoals welzijnsactiviteiten en mantelzorgondersteuning. Deze zijn structureel toegankelijk en voorkomen of uitstellen zwaardere zorg.
Het startpunt verschuift van individuele zorgvragen naar een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor gezondheid en welzijn. Indicatiestelling blijft bestaan voor complexe zorg, maar is niet langer de standaardtoegang. Dit biedt ruimte voor eerder handelen, minder administratieve druk en meer samenhang
Het fundament ligt er al
Deze oplossingsrichting krijgt ook in Nederland steeds steviger vorm. Denk aan de opkomst van de Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV’s) en regionale netwerken. De praktijk bewijst dagelijks dat gebiedsgericht samenwerken werkt; de structuren staan er al. Het is het financieringsstelsel dat achterblijft.
De kern van de discussie is het organiserend principe van het stelsel. Zolang indicatiestelling de primaire toegangspoort blijft, houden we versnippering en administratieve druk in stand. Een beweging naar gebiedsgerichte bekostiging en laagdrempelige basisvoorzieningen sluit beter aan bij preventie, samenwerking en het dagelijks leven. De echte vernieuwing begint wanneer de bekostiging deze beweging ondersteunt in plaats van belemmert. Pas dan sluiten de financiële prikkels aan bij de manier waarop we zorg en ondersteuning willen organiseren.
Door Mark Schenkels, Manager Planning & Control bij BrabantZorg

