Er is nu tegenmacht georganiseerd tegenover de gemeenten’

[Exclusief] In de huidige Wmo komt het woord ‘cliëntenondersteuning’ maar één keer voor. Dat is in de nieuwe Wmo wel anders. Cliëntenondersteuning wordt per 1 januari 2015 overgeheveld van de AWBZ naar de gemeenten. Samen met het volledige budget van ondersteuningsorganisatie MEE, zo blijkt deze week.
‘Er is nu tegenmacht georganiseerd tegenover de gemeenten’

Wat verandert er in 2015?


‘Cliëntondersteuning aan kwetsbare burgers wordt dichterbij georganiseerd en dat is mooi. Maar er is onzekerheid over de continuïteit. Daarom wordt cliëntondersteuning in de nieuwe Wmo uitgebreider beschreven. En op aandringen van de Tweede Kamer – een motie van Van ’t Wout en anderen – heeft staatssecretaris Martin van Rijn deze week afspraken gemaakt met MEE Nederland en de VNG over de voorwaarden waaronder de cliëntondersteuning overgeheveld wordt naar gemeenten.’

Waarom was de motie van Van ’t Wout, Van Dijk, Voortman en Van der Staaij nodig?

‘Omdat de continuïteit van de cliëntondersteuning belangrijk is, juist in een periode dat er door alle decentralisaties en stelselwijzigingen veel verandert voor kwetsbare mensen. Gemeenten zijn weliswaar verantwoordelijk en krijgen het volledige budget voor cliëntondersteuning, maar hebben ook grote beleidsvrijheid. Om de continuïteit te waarborgen, hebben VWS, de VNG en MEE Nederland afspraken gemaakt over de randvoorwaarden waaronder het MEE-budget overgeheveld wordt. Hier heeft de Kamer met de motie om gevraagd.’

Waarom is een aanpassing van cliëntondersteuning in de Wmo nodig?

‘Omdat gemeenten integraal verantwoordelijk worden. Door het nu beter te verankeren in de wet is iedere gemeente wettelijk verplicht om cliëntondersteuning beschikbaar te hebben. Het gaat niet alleen om cliënten helpen hun weg te vinden in ons ingewikkelde landje en naar de juiste voorzieningen. Het gaat er ook om dat er een onafhankelijk partij is die naast de cliënt staat en vanuit diens belang meedenkt wat nodig is om te kunnen blijven participeren. Dan is het goed dat er een ondersteuner is die de doelgroep goed kent, kennis van zaken heeft én onafhankelijk is. Daar hebben gemeenten ook voordeel van. Als burgers vertrouwen hebben in de ondersteuner, voorkomt dat vaak dat er ingewikkelde bezwaar procedures nodig zijn in geval van conflicten met de gemeente of een zorginstelling.’

Wat is de belangrijkste verandering die dit oplevert voor cliënten?

‘In de nieuwe Wmo staat nu dat gemeenten verplicht zijn om cliëntenondersteuning breed beschikbaar te hebben voor alle doelgroepen en op alle levensgebieden. En dat er tegenmacht is georganiseerd tegenover de gemeenten. Hier hecht de staatssecretaris zelf ook erg aan. Wij vinden het belangrijk dat in de wet het woord “onafhankelijk” aan cliëntenondersteuning wordt toegevoegd. Dan krijgt die tegenmacht ook echt betekenis. Omdat we de hypothetische situatie willen uitsluiten dat een cliënt bij de ene gemeenteambtenaar voor ondersteuning komt en voor een toewijzing van een voorziening wordt verwezen naar diens collega gemeenteambtenaar of andersom.’

MEE krijgt door de bestuurlijke afspraken een belangrijke rol. Hoe ziet die er uit?

‘Voorheen kregen wij vanuit de AWBZ subsidie. Deze subsidie gaat nu in zijn geheel over naar de gemeenten. Gemeenten zijn verplicht om de functie cliëntondersteuning beschikbaar te stellen. Met de bestuurlijke afspraken zijn ze nu ook verplicht om samenwerkingsafspraken te maken met de MEE-organisaties. In de praktijk blijkt nu al dat gemeenten graag van onze expertise gebruikmaken. Ook de staatssecretaris bevestigt dit in zijn brief aan alle gemeenten over de bestuurlijke afspraken.’

U zegt dat cliëntondersteuning met de bestuurlijke afspraken nu is gegarandeerd maar het gaat hier om niet geoormerkt budget.

‘Nee dat klopt, maar de bestuurlijke afspraken bieden wel een goede basis om in alle gemeenten tot afspraken met MEE te komen en zo de continuïteit van de cliëntondersteuning te garanderen. Gemeenten en MEE kunnen zo ook voorkomen dat er straks frictiekosten zijn.’

Bovendien staat in de afspraak dat frictiekosten vermeden moeten worden. Maar die ontstaan wel wanneer gemeenten er toch voor kiezen om niet met MEE samen te werken.

Als dit zo is, dan neemt VWS hierin zijn verantwoordelijkheid. Maar de doelstelling is beslist om dat te voorkomen. Vergeet niet dat gemeenten maar weinig redenen hebben om niet van onze kennis en ervaring op het gebied van cliëntenondersteuning te profiteren.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.