Fysiotherapie in basispakket helpt zorgkosten verlagen

[Exclusief] Wie lang wacht met de behandeling van een blessure moet langer revalideren. Hierdoor stijgen de zorg- en verzuimkosten. Laagdrempelige fysiotherapie helpt deze kosten te verlagen en moet daarom terug in de basisverzekering.
Fysiotherapie in basispakket helpt zorgkosten verlagen
Foto: ANP - Koen Suyk

Blessures hebben grote invloed op de zorg- en verzuimkosten. Bijna een kwart van de Nederlanders die hiervoor behandeld worden, kan niet werken. Het merendeel verzuimt twee maanden, blijkt uit onderzoek van Physitrack uitgevoerd door Panelwizard.

Wanneer de herstelperiode van een werknemer verlengt met 25 dagen, neemt de kans op terugkeer af met 20 procent. Na 45 dagen keert nog de helft terug op het werk. Het ziekteverzuim kost de economie jaarlijks ongeveer 12,6 miljard euro, aldus TNO-onderzoek Ziekteverzuim Nederland.

Lagere verzuimkosten

Terugdringing van de hersteltijd bij blessures zorgt dan ook voor verlaging van de verzuimkosten. Maar sinds fysiotherapie uit de basisverzekering is geschrapt, vermijdt een derde van de Nederlanders deze zorg. Ze zijn bang voor hoogoplopende kosten. Daardoor verergeren de klachten en zal een behandeltraject langer duren en meer kosten.

De helft van de mensen ziet de vergoeding voor de fysiotherapiekosten het liefst terugkomen in het basispakket van de zorgverzekering, blijkt uit onderzoek van Zorgwijzer.nl. Ook al zou de basisverzekering dan duurder worden.

Deze hogere kosten kunnen worden gecompenseerd met lagere zorgkosten, onder andere door het gebruik van ict. Online hulpprogramma’s en apps zorgen voor een besparing op de totale gezondheidszorg van 400 miljoen euro.

Om lagere zorgkosten te realiseren is een terugkeer van fysiotherapie in het basispakket een goede oplossing. Een starterspakket voor fysiotherapie in de basisverzekering zorgt ervoor dat mensen met klachten direct hulp kunnen zoeken. Het risico op langdurige en dure hersteltrajecten vermindert daardoor.

Starterspakket

Het starterspakket is een traject van maximaal zes weken dat begint met een intake in de fysiotherapiepraktijk, waarna de therapeut een oefenprogramma opstelt. De patiënt volgt het oefenprogramma ondersteund door instructievideo’s via de computer, smartphone of tablet. Het aantal contacturen met de fysiotherapeut worden vooraf bepaald. Aan het eind van het traject wordt gekeken of een vervolgtraject nodig is. Dit vervolgtraject is voor rekening van de patiënt, eventueel vergoed vanuit een aanvullende verzekering. Terwijl de patiënt thuis aan zijn revalidatie werkt, kan de therapeut hem volgen en bijsturen. Dit vergoot de therapietrouw en dus ook de kans op herstel.

Martine Rooth, fysiotherapeut en programmadirecteur Physitrack Nederland

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.