Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Onderbezetting is geen excuus bij de tuchtrechter

Maar liefst twee zorgverleners zijn door het Tuchtcollege berispt toen zij bleven doorwerken terwijl er sprake was van ernstige onderbezetting. Hierdoor was de kwaliteit van zorg suboptimaal. De tuchtrechter vond het gebrek aan mensen en middelen geen excuus, integendeel zelfs. Hoe moeten we die uitspraken duiden tijdens de covid-19-pandemie? Welke argumenten snijden hout?  
Foto: Bacho Foto/stock.adobe.com

Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam en het Regionaal Tuchtcollege Eindhoven hebben in een situatie van ernstige onderbezetting geoordeeld dat het mede de verantwoordelijkheid was van respectievelijk de specialist ouderengeneeskunde en de psychiater om niet te werken in een omgeving waarin geen verantwoorde zorg kon worden geboden. Zoiets is tuchtrechtelijk verwijtbaar, aldus de tuchtcolleges.

De uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam is inmiddels enigszins afgezwakt door het Centraal Tuchtcollege, maar dit hing vooral samen met een andere beoordeling van de feiten. Het Centraal Tuchtcollege oordeelde dat de specialist ouderengeneeskunde een situatie had aangetroffen die qua organisatie en kwaliteit van zorg te wensen overliet, maar dat zij zich had ingespannen om de zorg en de organisatie daarvan te verbeteren. De specialist ouderengeneeskunde had er namelijk voor gezorgd dat nieuwe medewerkers werden aangetrokken. Toen haar visie op zorg geen weerklank vond bij de medewerkers en het management is zij weggegaan bij de ouderenzorginstelling.

Het Centraal Tuchtcollege nam aan dat de specialist ouderengeneeskunde voor zover mogelijk had getracht verbeteringen in de algemene organisatie van de zorg te realiseren en was daarom van oordeel dat haar op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijt trof. Toch werd de opgelegde maatregel niet afgezwakt. De specialist ouderengeneeskunde kreeg ook in hoger beroep een berisping, net als de psychiater over wiens handelen het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven oordeelde. Het Centraal Tuchtcollege heeft helaas niet uitdrukkelijk afstand gedaan van de algemene overweging van het Regionaal Tuchtcollege dat het je tuchtrechtelijk aangerekend kan worden als je blijft werken op een plek waar de organisatie en kwaliteit van zorg te wensen overlaten, onder andere vanwege onderbezetting.

De uitspraak over het handelen van de specialist ouderengeneeskunde heeft – begrijpelijk – voor veel onrust gezorgd onder zorgverleners. Want deze uitspraak brengt zorgverleners die onder hoge druk werken door bijvoorbeeld onderbezetting in een Catch-22-situatie. Blijf je toch doorwerken met het risico daar een tuchtrechtelijke maatregel voor te krijgen of stop je en laat je daarmee hulpbehoevenden aan hun lot over? Zeker in het huidige tijdsgewricht stelt deze jurisprudentie niet gerust.

Feitelijke omstandigheden

Wat kan een zorgverlener in een dergelijke situatie ter verdediging aanvoeren?
De tuchtrechter moet rekening houden met de feitelijke omstandigheden ten tijde van het handelen waarover wordt geklaagd. De tuchtcolleges hebben dit recent bevestigd. De volgende illustratie kan ook voor andere afdelingen of vormen van zorg relevant zijn:

Zijn de werkomstandigheden normaal (groen), zijn er voldoende middelen en mensen, dan dient het tuchtcollege anders te oordelen dan wanneer de werkomstandigheden overbelast (oranje) of extreem overbelast (rood) zijn. Iedere vorm van zorgverlening, of dat nu in de eerste, tweede, derde lijn, in de langdurige zorg of in het sociaal domein is, kan op deze manier ingedeeld worden in fases. En wie in fase oranje of rood blijft doorwerken, verdient begrip, juist ook van het tuchtcollege. Het doel van het tuchtrecht is de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bewaken en te bevorderen. Die kwaliteit verbetert niet als bij zorgverleners die in fase oranje of rood doorwerken het tuchtrecht als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hangt omdat zij blijven doorwerken. En al helemaal niet als zorgverleners vervolgens het vak verlaten.

Verweer in tuchtklacht

De volgende uitspraak van de inspecteur-generaal van de IGJ geeft houvast indien verweer in een covid-19 tuchtklacht moet worden gevoerd: ‘Het is goed om te beseffen dat bij fase 3 het gehele systeem, dus de hele zorgketen, overbelast is en dat er op dat moment al concessies aan de kwaliteit van zorg in de breedte zijn gedaan.’ Met andere woorden: ook in de (donker)oranje fase is al sprake van zeer ongewone omstandigheden, waarmee de tuchtcolleges terdege rekening moeten houden.

Verder is de organisatie van de zorg en het zorgen voor voldoende gekwalificeerd personeel en voldoende middelen op grond van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (artikel 3) de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Dat is dus het ziekenhuis, het verpleeghuis, het gezondheidscentrum et cetera. Deze verantwoordelijkheid kan deels worden uitbesteed aan andere partijen zoals een medisch-specialistisch bedrijf. Maar het is niet de taak van een individuele zorgverlener om nieuwe medewerkers aan te trekken of op een andere manier verbeteringen in de algemene organisatie van de zorg te realiseren, zoals het Centraal Tuchtcollege oordeelde. Tenzij hij of zij zelf bestuurder is of die taken intern uitdrukkelijk toebedeeld heeft gekregen. Dat zal doorgaans niet zo zijn.

Vertrouwelijke afhandeling meldingen

Natuurlijk mag wel van een zorgprofessional verwacht worden dat hij of zij aan de bel trekt als er tekortkomingen zijn. Maar of, hoe en wanneer hij of zij dat doet, hoort niet te worden beoordeeld door de tuchtrechter. Iedere zorgaanbieder waar ten minste vijftig personen werken, moet volgens de Wet huis voor klokkenluiders zorgdragen voor een vertrouwelijke afhandeling van meldingen van mogelijke misstanden. Het gaat niet aan dat een zorgverlener door de tuchtrechter min of meer gedwongen wordt een boekje open te doen over zo’n vertrouwelijk gedane melding. En het is ook niet de taak van de tuchtrechter om vervolgens te beoordelen of de zorgverlener door zo’n melding ‘naar de mate van het mogelijke heeft getracht verbeteringen in de algemene organisatie van de zorg te realiseren’.

Big-geregistreerde leidinggevenden en bestuurders

De leidinggevenden die Big geregistreerd zijn, kunnen wel tuchtrechtelijk veroordeeld worden als de organisatie en kwaliteit van zorg te wensen overlaat. Voorwaarde is dan dat de klacht voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Tuchtcolleges zullen dan volgens vaste jurisprudentie enigszins terughoudend oordelen, omdat bestuurders een zekere beleidsvrijheid toekomt.

Concluderend verdienen de bekritiseerde tuchtrechtelijke uitspraken geen navolging in (donker)oranje en rode tijden. Noch tijdens de pandemie, noch daarna.

Dit was deel 2 van een serie over Medisch Tuchtrecht ten tijde van code zwart en onderbezetting. In deel 1 van dit drieluik kwamen tuchtzaken tegen triageteams bij code zwart aan de orde. Deel drie bevat tips aan leidinggevenden waarmee zij hun zorgverleners kunnen steunen bij tuchtklachten en andere buikpijnkwesties, zodat zij behouden blijven voor de zorg.

Door: Simona Tiems, advocaat en partner gezondheidsrecht bij Legaltree advocaten en notariaat.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.