Beperkte gezondheidsvaardigheden probleem voor zorgverleners

Bijna drie op de vier zorgverleners wordt regelmatig geconfronteerd met uitdagingen in het contact met patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden. In de huisartsenpraktijk is dit zelfs op ruim vier op de vijf. Dit blijkt uit een rapport van Nivel.
Beperkte gezondheidsvaardigheden
JPC Prod/Fotolia

Het rapport heeft als titel Beter omgaan met beperkte gezondheidsvaardigheden in de curatieve zorg en het is geschreven in opdracht van ZonMw. Nivel en Amsterdam UMC (AMC Sociale Geneeskunde) onderzochten welke uitdagingen zorgverleners in de eerste en tweede lijn ervaren in het contact met patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden.

Gezondheidsvaardigheden zijn vaardigheden die mensen nodig hebben om beslissingen te kunnen nemen over gezondheid en ziekte. Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden hebben moeite om gezondheidsinformatie te vinden en te begrijpen. Ook vinden zij het lastig deze informatie te beoordelen en toe te passen. In Nederland gaat in in totaal om ruim één op

0
80

Wilt u onbeperkt toegang tot de Zorgvisie Rapporten?

De Zorgvisie rapporten zijn exclusief voor onze Zorgvisie Compleet abonnees. Wilt u ook alle rapporten kunnen lezen? Meld u aan voor een Zorgvisie Compleet abonnement.

Heeft u al een Zorgvisie Compleet abonnement? Log dan hier in

Rapport informatie

Rapport naam:
Beter omgaan met beperkte gezondheidsvaardigheden in de curatieve zorg
Sector:
Overig
Soort:
Onderzoek / Wetenschap
Afkomst:
Nivel
Auteur:
Laxsini Murugesu, Monique Heijmans, Mirjam Fransen, Jany Rademakers
Aantal pagina’s:
65
Verschijningsdatum:
25 oktober 2018
Samenvatting:

Hoe kunnen zorgverleners in de curatieve zorg beter omgaan en communiceren met mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden? Die vraag staat centraal in dit rapport.

In fase 1 is onderzocht welke uitdagingen zorgverleners ervaren en wat bestaande methodieken en tools zijn om daarmee om te gaan. Daaruit bleek dat mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden een groep zijn die veel gezien wordt binnen de curatieve zorg. Tegelijk vindt bijna één op de drie zorgverleners het lastig om deze groep mensen in de dagelijkse praktijk te herkennen.

Bijna driekwart van de zorgverleners wordt tenminste wekelijks geconfronteerd met uitdagingen in het contact met patiënten ten gevolge van beperkte gezondheidsvaardigheden. Die kunnen zich voordoen vóór, tijdens en na het consult.

De belangrijkste uitdagingen vóór het consult zijn dat patiënten niet of te laat op afspraken komen en/of hun klachten onvoldoende kunnen verwoorden tijdens het maken van een afspraak.

Tijdens het consult gaat het er om dat patiënten vaak de beslissing bij de zorgverlener laten en dat de patiënt zijn klachten of zorgvraag niet kan verwoorden. Daarnaast is het een belangrijke uitdaging dat de patiënt de informatie, uitleg of adviezen niet begrijpt en dat het voor de zorgverlener ook lastig in te schatten is of de patiënt het begrepen heeft. Zelf geven zorgverleners aan dat het geven van eenvoudige uitleg en advies voor hen ook lastig is. Na het consult hebben zorgverleners vooral te maken met patiënten die adviezen niet of onvoldoende opvolgen, vaak terugkomen en vaak dezelfde vragen stellen.

Een aanzienlijk deel van de zorgverleners (40-50%) houdt niet specifiek rekening met mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden in de communicatie of bij het geven van informatie of advies. De redenen hiervoor zijn divers maar hebben vooral te maken met het niet herkennen van beperkte gezondheidsvaardigheden, het zich niet bewust zijn van het probleem, onvoldoende op de hoogte zijn van beschikbare methoden en het gevoel te weinig tijd te hebben.

Zorgverleners die al wel aandacht besteden aan beperkte gezondheidsvaardigheden zetten die vooral in vóór het consult, om mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden op tijd bij de juiste zorgverlener te krijgen en tijdens het consult om de eigen communicatie en voorlichting te verbeteren en te zorgen voor meer begrip bij de patiënt. In dit laatste punt ligt volgens zorgverleners de belangrijkste oplossingsrichting. De terugvraagmethode (teach back) werd door zorgverleners als de meest aanbevolen strategie genoemd.

Er is ook aan mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden zelf gevraagd wat er nu nog niet goed gaat in de zorg. Zij vinden dat er te gemakkelijk vanuit wordt gegaan dat ze het wel allemaal begrijpen. Voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden is het met name moeilijk om mondelinge en schriftelijke gezondheidsinformatie te begrijpen en toe te passen op hun eigen situatie. Ook ontbreekt het hen vaak een basale kennis van het lichaam. De communicatie moet eenvoudiger en schriftelijke en mondelinge informatie toegankelijker. Daarnaast vinden ze het prettig als zorgverleners langzamer praten en informatie herhalen.

Op basis van deze inzichten is in fase 2 een tool voor zorgverleners ontwikkeld voor het beter herkennen van patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden in de praktijk en het bevorderen van de toepassing van de terugvraagmethode in consulten.

De tool is ontwikkeld door expertisecentrum Pharos en bestond uit drie onderdelen: een training, een tentkaart voor op het bureau en een poster voor in de wachtkamer. Er is een pilottest uitgevoerd op drie locaties in de eerste- en tweedelijnszorg. De resultaten van deze pilot wijzen erop dat de ontwikkelde tools zorgverleners ondersteunen in het toepassen van de terugvraagmethode.

Tenslotte stond in fase 3 van het project de vraag centraal: wat voor onderzoek is er nog nodig? Een belangrijke constatering is dat kennislacunes zich op verschillende niveaus bevinden, en dat het onderzoek zich dus ook op die verschillende lagen zou moeten richten:

1. Microniveau: de directe interactie tussen de zorgverlener en patiënt. Hier gaat het vooral om de vraag hoe zorgverleners mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden beter kunnen herkennen en welke methodieken en tools de communicatie in de spreekkamer verder kunnen bevorderen, zodat de patiënt zijn klacht beter kan overbrengen, de informatie van de zorgverlener begrijpt en daardoor ook beter mee kan beslissen over de behandeling.

2. Mesoniveau: waarbij de organisatie van de zorg in de huisartsenpraktijk of het ziekenhuis centraal staat. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om hoe het systeem om afspraken te maken, het gebruik van eHealth en ICT (patiëntportalen), de navigatie in ziekenhuizen, en de begrijpelijkheid van het informatiemateriaal dat voorhanden is verbeterd kunnen worden en de expertise van het personeel verder bevorderd zodat het beter aansluit bij de behoeften van patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden.

3. Macroniveau: hierbij gaat het om de algemene randvoorwaarden om goede zorg in de praktijk te brengen. Daaronder valt met name beleid en gerelateerde activiteiten op organisatie- of landelijk niveau (beroepsgroepen, zorgverzekeraars, Rijksoverheid) die mede bepalend zijn voor een grootschalige implementatie van innovaties en (kosten)effectieve methoden en tools in de zorg. Daarbij is de vraag welk beleid uiteindelijk effectief is en leidt tot betere zorguitkomsten voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden, en wat goede strategieën zijn om de implementatie van (kosten)effectieve methoden en tools in de dagelijkse praktijk te bevorderen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.