De Jonge: Behoeftepeiling ontwikkeling indicatiestelling Wlz naar Tweede Kamer

Minister De Jonge van VWS informeerde de Tweede Kamer over het vervolg op de indicatiestelling Waardigheid en Trots en de toekomst van die indicatiestelling Wlz. Bij zijn brief voegde hij een eindrapport van Berenschot over het onderzoek onder aanbieders van langdurige zorg over de werkwijze W&T voor de indicatiestelling.
indicatiestelling Wlz
Getty Images / iStock

In zijn brief aan de Tweede Kamer gaat De Jonge in op de toekomst van de indicatiestelling voor de Wlz. Dit in het kader van het programma Waardigheid en Trots (W&T) voor verbetering van de verpleeghuiszorg.

De Jonge wilde meer zicht krijgen op de behoefte onder zorgaanbieders in de ouderen- en gehandicaptenzorg rond de werkwijze voor de indicatiestelling Wlz. Hiertoe gaf hij Berenschot opdracht tot een representatief onderzoek naar deze behoefte onder leden van Actiz en VGN.

Versnelling procedure

De behoeftepeiling laat volgens de minister zien dat zorgaanbieders behoefte hebben aan een versnelling van de procedure voor indicatiestelling. Dit kan

0
436

Wilt u onbeperkt toegang tot de Zorgvisie Rapporten?

De Zorgvisie rapporten zijn exclusief voor onze Zorgvisie Compleet abonnees. Wilt u ook alle rapporten kunnen lezen? Meld u aan voor een Zorgvisie Compleet abonnement.

Heeft u al een Zorgvisie Compleet abonnement? Log dan hier in

Rapport informatie

Rapport naam:
Behoeftepeiling ontwikkeling indicatiestelling Wlz. Een onderzoek onder aanbieders van langdurige zorg
Sector:
Ouderenzorg
Soort:
Beleid
Afkomst:
Berenschot
Auteur:
Eveline Castelijns, Felix van Urk, Jeanine Los
Aantal pagina’s:
44
Verschijningsdatum:
25 september 2018
Samenvatting:

In 2017 voerde bureau Berenschot in opdracht van het ministerie van VWS een evaluatie uit van het thema Indicatiestelling Wet langdurige zorg onder het programma Waardigheid en Trots (W&T). Uit deze evaluatie bleek dat de werkwijze W&T een aantal belangrijke voordelen kent maar ook een aantal risico’s.

Omdat de minister van VWS een besluit wil nemen over de verdere ontwikkeling van de indicatiestelling Wlz, is Berenschot gevraagd om een representatieve behoeftepeiling uit te voeren onder V&V- en GHZ-instellingen. Dit om te peilen of er 1) behoefte is aan het werken volgens de W&T-wijze, waarbij de zorgorganisaties de indicatiestelling uitvoeren en 2) om te peilen of er nog altijd behoefte is aan het werken volgens de W&T-wijze als het CIZ haar huidige werkwijze aanpast waardoor de doorlooptijd van aanvraag tot afgifte van indicatie Wlz wordt verkort.

Positief beide scenario’s

Uit het onderzoek blijkt dat de respondenten overwegend positief reageren op beide scenario’s. De de versnelde CIZ-procedure wordt voor wat de eerste indicatie van cliënten betreft het meest positief beoordeeld. Zorgaanbieders zijn ook in het geval van herindicaties te spreken over de twee scenario’s. Wat betreft herindicaties wordt het scenario waarin gewerkt wordt met de werkwijze W&T het positiefst beoordeeld.

Uit het onderzoek blijkt ook dat organisaties met een sterke voorkeur voor de werkwijze W&T veel vaker aangeven behoefte te hebben aan een snel ontvangen besluit. Enerzijds omdat ze de cliënt snel willen kunnen voorzien van duidelijkheid, anderzijds om snel wettelijk en financieel verantwoord de juiste zorg te kunnen leveren aan cliënten.

Dit betekent niet dat alle aanbieders per type even positief tegenover beide scenario’s staan. Uit het onderzoek blijkt dat er binnen de V&V een veel sterkere voorkeur bestaat voor de werkwijze W&T dan binnen de GHZ.

Voldoende kennis

De meeste organisaties met een sterke voorkeur voor de werkwijze W&T baseren zich mede baseren op de overweging dat de zorgorganisaties voldoende kennis en expertise moeten hebben om deze werkwijze te kunnen uitvoeren. Impliciet valt hieruit ook af te leiden dat ze een zekere mate van vertrouwen lijken te hebben dat deze kennis en expertise voldoende in huis is.

Een voorkeur voor de versnelde CIZ-procedure gaat vaker gepaard met de overweging om de onafhankelijkheid van de indicatiestelling te waarborgen.

Respons niet willekeurig

Hoewel de organisaties willekeurig zijn geselecteerd is de respons in de regel niet willekeurig. 80 procent  van de benaderde GHZ-organisaties heeft gereageerd. Dit maakt de kans dat selectieve non-respons een grote invloed heeft gehad op het gepresenteerde beeld gering.

Bijna 60 procent  van de V&V-aanbieders heeft gereageerd. Dit is een relatief hoog percentage voor beleidsonderzoek. Maar dat neemt niet weg dat het mogelijk is dat het beeld wat deze groep betreft en daarmee tot op zekere hoogte ook het totaal wat vertekend is. Het is daarom belangrijk de resultaten van dit onderzoek te interpreteren in het licht van al lopende gesprekken met de partijen die met regelmaat in contact staan met het veld.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.