VWS ‘beperkt effectief’ in prijsonderhandeling geneesmiddelen

Al acht jaar weet de minister via prijsonderhandelingen de allerduurste geneesmiddelen toch in het basispakket te krijgen. maar de resultaten van die onderhandelingen blijven geheim. Hoe effectief zijn die onderhandelingen, vroeg de Algemene Rekenkamer zich af. Uit haar onderzoek blijkt dat de minister wel veel korting krijgt, maar dat het onderhandelingsresultaat lang niet altijd de binnen de normen van 'kosteneffectiviteit' past.
RAPPORT

Het onderzoeksrapport Paardenmiddel of noodverband

Premium

Wilt u dit artikel lezen?

U heeft helaas geen geldig abonnement op dit account. Neem een proefabonnement of sluit een abonnement af om dit artikel te kunnen lezen.


  • Onbeperkt alle premium artikelen en rapporten lezen
  • Online de artikelen uit het magazine lezen

Al abonnee? Log dan in

Rapport informatie

Rapport naam:
Paardenmiddel of noodverband?
Sector:
Ziekenhuis
Soort:
Onderzoek / Wetenschap
Afkomst:
Algemene Rekenkamer
Auteur:
Algemene Rekenkamer
Aantal pagina’s :
62
Verschijningsdatum:
23 april 2020
Samenvatting:

In Nederland zullen we in 2020 collectief bijna € 80 miljard aan de zorg besteden. De verwachting is dat deze uitgaven ook de komende jaren flink blijven groeien, ook in ver houding tot de totale collectieve uitgaven. Uitgavenbeheersing in de zorg blijft dus geboden, en daarmee ook de noodzaak om keuzes te maken. Zeker in de zorg zijn keuzes lastig, omdat ze vaak een gezicht hebben – van patiënten, mensen, voor wie de beschikbaarheid dan wel de vergoeding van een behandeling van levensbelang kan zijn. In de discussies over het al dan niet vergoeden van dure nieuwe geneesmiddelen – en de prijzen die we daarvoor collectief betalen – wordt dit dilemma telkens weer concreet.

In 2012 is de minister van VWS begonnen met onderhandelen over de prijs van genees-middelen. In de jaren daarna werd het instrument steeds vaker toegepast en in 2016 kreeg het (in de Geneesmiddelenvisie) een structurele rol. De reden daarvoor was dat de minister in toenemende mate geconfronteerd werd met (zeer) dure nieuwe geneesmiddelen. De hoge vraagprijzen van geneesmiddelen kunnen leiden tot zorg die niet kosteneffectief is en/of tot forse uitgavenstijgingen. Gegeven de afspraken om de zorguitgaven slechts in beperkte mate te laten groeien, kan andere zorg door de dure geneesmiddelen worden verdrongen. Met de instrumenten waarover de minister van VWS tot dan toe beschikte, kon zij dit risico naar eigen zeggen niet voldoende tegengaan. Met de centrale prijsonderhandelingen wilde de minister van VWS (tegenwoordig de minister voor Medische Zorg en Sport) nieuwe geneesmiddelen toegankelijk houden voor de patiënt tegen aanvaardbare prijzen.

Wij hebben de resultaten onderzocht van de prijsonderhandelingen in de periode 2012–2018. Daarbij zijn wij nagegaan in hoeverre de 32 prijsafspraken hebben bijgedragen aan het bereiken van kosteneffectieve zorg en aan de beheersing van de geneesmiddelen-uitgaven.

Als norm voor de kosteneffectiviteit hebben wij de adviesprijzen van Zorginstituut Nederland gehanteerd, waar deze beschikbaar waren (in 13 van de 32 gevallen). Als deze adviesprijs in de onderhandeling bereikt wordt, is de zorg kosteneffectief. Voor de overige 19 gevallen, waarin geen adviesprijs beschikbaar was, hebben we de onderhandelingsresultaten vergeleken met de onderhandelingsinzet.Onze conclusie is dat het aannemelijk is dat de centrale prijsonderhandelingen die het Ministerie van VWS met de fabrikanten van geneesmiddelen voert, een positieve bijdrage leveren aan de beheersing van de uitgaven aan dure geneesmiddelen en daarmee de algehele zorguitgaven.

We constateren echter ook dat het Ministerie van VWS er in 5 van de 13 gevallen niet in is geslaagd de adviesprijs van het Zorginstituut Nederland te realiseren. In deze gevallen hebben de onderhandelingen dus niet tot kosteneffectieve zorg geleid. En in enkele gevallen besloot de minister van VWS al in de onderhandelingsinzet af te wijken van de adviesprijs van Zorginstituut Nederland. Ons oordeel is daarom dat de prijsonderhandelingen tot nu toe beperkt effectief zijn geweest in het realiseren van kosteneffectieve zorg.

De onderhandelingen leveren ook een bijdrage aan de beheersing van de geneesmiddelen-uitgaven. Het (relatieve) belang van deze bijdrage kunnen wij niet beoordelen, bij gebrek aan een norm hiervoor, maar ook vanwege het feit dat ook andere instrumenten bijdragen aan de beheersing van deze uitgaven. Wel is het volgens ons noodzakelijk dat de minister voor Medische Zorg en Sport met name bij de onderhandelingen over intramurale genees-middelen inzet op grotere uitgavenverlagingen.

In de afgelopen jaren zijn de uitgaven aan intramurale geneesmiddelen namelijk sterk gegroeid, terwijl in het laatste hoofdlijnakkoord (2018) is afgesproken dat de medisch-specialistische zorg als geheel nauwelijks meer mag groeien. Wij zien dan ook het risico dat bij voortzetting van deze ontwikkeling, de uitgaven aan intramurale geneesmiddelen andere vormen van medisch-specialistische zorg verdringen.

Het ligt voor de hand onderhandelingen te blijven voeren zolang er sprake blijft van (zeer) hoge prijzen voor nieuwe geneesmiddelen. Zonder te willen afdoen aan de tot dusver geboekte resultaten, is het gewenst dat de onderhandelingen in de toekomst betere resultaten gaan opleveren. Hiervoor wezen wij al op de situatie in de medisch-specialistische zorg. Daarnaast blijkt uit de Horizonscan Geneesmiddelen dat de komende jaren een flinke toestroom van nieuwe geneesmiddelen op de markt verwacht wordt, met in een aantal gevallen een aanzienlijk uitgavenbeslag. Het beheersen van de geneesmiddelenuitgaven lijkt dus alleen nog maar dringender te worden.

Wij hebben ons de vraag gesteld of de minister voor Medische Zorg en Sport zijn onder-handelingspositie nog kan versterken, niet alleen op de lange maar ook al op kortere termijn. We denken dat dat kan, in de eerste plaats door te werken aan voldoende draag-vlak om een keer nee te kunnen zeggen tegen een ongunstig eindbod van een fabrikant.

Ook vragen wij aandacht voor de samenhang met de uitvoering van de Geneesmiddelen-visie. Het gaat dan om initiatieven die de marktverhoudingen kunnen beïnvloeden, zoals de bevordering van biosimilars, magistrale bereiding of de inzet van dwanglicenties.

Dit brengt ons tot de volgende aanbevelingen aan de minister voor Medische Zorg en Sport:
• Scherp de uitgangspunten voor de onderhandelingen aan door:
– expliciet vast te leggen dat, in aansluiting op de adviezen van Zorginstituut Nederland, de onderhandelingen gericht moeten zijn op het bereiken van een prijsniveau waarbij deze zorg tenminste kosteneffectief is;
– de inzet voor de onderhandelingen te richten op een lagere uitgavengroei dan die van de afgelopen jaren.
• Geef het parlement meer inzicht in de mate waarin de adviesprijzen van Zorginstituut Nederland door de onderhandelingen zijn gerealiseerd.
• Betrek bij de uitvoering van de Geneesmiddelenvisie en de nadere keuzes die de minister daarbij maakt, ook de vraag of de onderhandelingspositie van het Ministerie van VWS daarmee verbeterd kan worden.
• Zeg een keer nee tegen een ongunstig eindbod van een fabrikant. Betrek het parlement hier tijdig bij en leg helder aan de samenleving uit waarom deze keuze gemaakt is

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.