Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Genomineerden Zorgvisie-prijzen 2011

Vandaag vindt het congres Zorgmanager van het Jaar plaats waar de Zorgvisie-prijzen worden uitgereikt aan de Zorgmanager van het Jaar en het Talent van het Jaar. Een laatste overzicht van de genomineerden en meer informatie over de verkiezing.
Genomineerden Zorgvisie-prijzen 2011

Het congres (programma) wordt dit jaar georganiseerd in het koetshuis van Nyenrode Business Universiteit in Breukelen. De prijs is een begrip in de zorgwereld. Hij wordt jaarlijks uitgereikt aan de manager die een zichtbaar inhoudelijk, duurzaam en innovatief resultaat in de organisatie heeft bereikt. Eerdere winnaars zijn Marjanne Sint, Lidy Hartemink, Eelco Damen en Emile Lohman. De Zorgmanager van het Jaar zal de ING Excellence Trofee in ontvangst nemen.

U kunt op de hoogte blijven van het laatste nieuws via Twitter. Gebruik of volg daarvoor de hashtag #zorgmanager.

Greet Prins

Genomineerd in de categorie Zorgmanager van het Jaar 2011
Greet Prins (57), sinds april 2009 bestuurder en vanaf december dat jaar bestuursvoorzitter van stichting Philadelphia Zorg, was vooral “heel trots op Philadelphia” toen zij hoorde dat zij is genomineerd als Zorgmanager van het Jaar. “Trots dat de instelling haar veerkracht eigenlijk zo snel had weten te herwinnen. Trots op de medewerkers, de cliënten en de ouders, die elkaar nodig hebben. Natuurlijk is ook een bestuursvoorzitter nodig. Maar een bestuurder alléén is niks.”
Prins, gepokt en gemazeld bestuurder met ervaring bij onder andere uitkeringsinstantie UWV en reclamebureau Saatchi en Saatchi, trad bij Philadelphia aan rond het moment dat de instelling door mismanagement tenauwernood aan een faillissement was ontkomen. Op onder andere zorgverlening, thuiszorg en afwaardering van onroerend goed werden miljoenenverliezen geboekt. Trof zij een rokende puinhoop aan? “Je kunt het ook zo zien: het kon vanaf dat moment alleen maar beter worden. Door adequaat ingrijpen, al voor mijn aantreden, kon het verlies worden teruggebracht tot 18 miljoen en werd een faillissement voorkomen. Er lag een herstelplan dat ik mede handen en voeten heb gegeven. Mijn opdracht was om de instelling er weer bovenop te helpen. Mét een reorganisatie, managementlagen en functies schrappen, en inzetten op goede zorg en medezeggenschap. We hebben 2009 kunnen afsluiten met een winst van 8,3 miljoen.”
Haar rugzak vol ervaring op het gebied van bestuur, communicatie, marketing en verandermanagement kwam haar daarbij goed van pas. Vooral vanwege die combinatie voelt ze zich op haar plek bij de instelling voor gehandicaptenzorg met 800 locaties, 8000 cliënten en even zoveel medewerkers. “Ik heb geleerd hoe belangrijk de klant is. Bovendien vind ik dat ieder mens recht heeft op een menswaardig bestaan.”
Lees ook: ‘Wij zijn geen filantropische instelling’

Johan Veenman

Genomineerd in de categorie Zorgmanager van het Jaar 2011
Leef je leven met autisme, is de slogan van Stumass, de piepjonge organisatie die beschermd wonen, begeleiding en training biedt aan studenten met een autismespectrumstoornis (ass). “Je hebt het nu eenmaal. Dus haal eruit wat erin zit”, zegt directeur Johan Veenman (50). In praktisch no time – ruim vijftien maanden – heeft hij Stumass samen met zijn collega Marieke van Eeden opgezweept in de vaart der volkeren. “We zijn vanuit het niets uitgegroeid tot een organisatie met een landelijke dekking.”
Stumass telt nu 37 medewerkers en tachtig cliënten, die verspreid wonen over inmiddels dertien woningen in elf steden. Bij voldoende aanmeldingen kunnen studenten met ass op termijn ook terecht in Enschede, Zwolle, Utrecht en Rotterdam. (www.stumass.nl) Nederland telt volgens Veenman circa 25.000 studenten met een vorm van autisme. “Ongeveer vierduizend zijn gebaat bij beschermd wonen. De rest heeft daar geen behoefte aan of redt het aardig thuis of alleen met ambulante begeleiding.”
Veenman, hbo’er Zorg & Welzijn én designer, is door zijn eerdere werk bij het dr. Leo Kannerhuis, centrum voor autisme, geraakt door deze problematiek. “Ik zag regelmatig studenten met een psychose en vaak ook een alcohol- of drugsverslaving ten onder gaan aan de spanning, waardoor ze voortijdig hun studie moesten opgeven.” Die ervaring komt aardig overeen met de resultaten van een onderzoek van de universiteiten van Leiden, Nijmegen en Amsterdam (VU) onder hun studenten met een vorm van autisme. Daaruit blijkt volgens Veenman dat in het eerste studiejaar ruim de helft uitvalt, gevolgd door nog eens veertig procent in het tweede jaar. Slechts vijf procent haalt het vierde jaar. Uiteindelijk studeert twee procent af.
De rest heeft last van psychosen, is in dagbehandeling, zit depressief thuis met een Wajong-uitkering of heeft een baantje onder zijn niveau. Ontluisterend, vindt Veenman. “Autisme raakt alle functiegebieden, maar uit zich bij iedereen nét even anders. Met hun intelligentie is meestal niets mis. Hoe komt het dat iemand wiskunde kan studeren en in paniek raakt als hij met de bus moet? Feit is dat mensen met autisme vaak perfecte werknemers voor het bedrijfsleven zijn: heel slim, objectief en met een groot analytisch vermogen.”
Lees ook: ‘RIBW’s kunnen half miljard goedkoper’

Roxanne Vernimmen

Genomineerd in de categorie Zorgmanager van het Jaar 2011
Het bericht dat ze was genomineerd als Zorgmanager van het Jaar kwam voor bestuursvoorzitter Roxanne Vernimmen (51) van Altrecht toen ze onderweg was naar haar ernstig zieke – en kort daarna overleden – vader in het buitenland. “Een bijzonder moment maar ook dubbel. Daaruit blijkt maar weer hoe dicht leven en dood bij elkaar liggen.”
Ze vindt de nominatie “leuk voor Altrecht” en “goed voor de pychiatrie in het algemeen”. Psychiatrie wordt nog steeds vaak gerekend tot de care-sector. Dat klopt niet. Het vakgebied is vooral curatief en loopt niet meer achter bij de somatische zorg. Behandelingen en interventies mogen dan wat moeilijker te onderzoeken zijn, maar dat betekent niet dat er geen fundamenteel onderzoek wordt gedaan. Integendeel. Deze nominatie kan helpen om dat weer eens goed over het voetlicht te brengen.”
Haar ziel, zaligheid en passie liggen bij de psychiatrische patiënt, zegt ze. Dat was al zo toen ze begin jaren negentig na haar afstuderen in psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang in Bennebroek werkte. De ‘uitbehandelde’ patiënten verbleven er al jaren. “Vrienden zeiden: daar is toch geen eer aan te behalen? Als team gingen we kijken wat mensen nog wél konden in plaats van ze af te schrijven. Met een duidelijk doel voor ogen, zoals zelfstandig wonen, konden zij veel meer dan iedereen voor mogelijk hield. Herstel en rehabilitatie zijn nu state of the art. Toen niet.”
Bij Vogelenzang werkte Vernimmen als psychiater en hoofd behandelzaken. Management- en bestuurservaring deed zij vervolgens op bij de Riagg Stad Utrecht, waar zij was betrokken bij de fusie met Riagg West-Utrecht en de H.C. Rümkegroep tot het huidige Altrecht. Na een korte onderbreking keerde zij in 2007 terug bij Altrecht om er “haar illustere voorganger” Armand Höppener op te volgen als bestuursvoorzitter.
Haar uitgangspunt dat iedereen wel érgens goed in is, heeft ze bij Altrecht onder andere handen en voeten gegeven door ervaringsdeskundigen aan te trekken als trainer, voorlichter, begeleider of behandelaar. “Deze ex-patiënten hebben geleerd met hun zieke kant om te gaan. Die ervaring verbetert de zorg. Het biedt patiënten hoop op een betere toekomst. En het werkt destigmatiserend doordat het laat zien dat psychiatrische patiënten wel degelijk capaciteiten hebben. We hebben nu twee procent ervaringsdeskundigen in dienst en streven op termijn naar vijf procent. Misschien halen we dat nooit, maar we proberen het.”
Lees ook: ‘De dbc’s gaan de deadline van mei 2012 zeker halen’

Michaël Lansbergen

Genomineerd in de categorie Talent van het Jaar 2011
Een multitalent met een wonderlijke combinatie van vaardigheden en kennis, zo zou Michaël Lansbergen (38) zichzelf omschrijven. Klinisch fysicus Lansbergen, genomineerd als Talent van het Jaar (“leuk en verrassend”), werkt in Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) in Almelo en Hengelo. Hij is daar manager, opleider en medisch ondersteunend specialist. Daarnaast is hij sinds jaren communicatietrainer en bovendien opgeleid tot elektrotechnisch ingenieur. “De mix van techniek, communicatie en geneeskunde komt in de gezondheidszorg niet vaak voor maar is in de praktijk heel handig. Mensen vinden het prettig dat ik van de verschillende vakgebieden inhoudelijk op de hoogte ben.”
Zijn brede inzetbaarheid (“Als kind heb ik bij de scouting al geleerd om in een team te werken”) maakt onder andere dat hij “complexe dingen vanuit diverse invalshoeken” kan benaderen. Na de Almelose OK-brand in 2006 zat Lansbergen in het crisisteam dat snel keuzes moest maken: hoe pakken we het aan, wie staan we eerst te woord, wat kunnen we zeggen? “Hoe hoger de druk opliep, hoe rustiger ik werd. Later bleek die analytische aanpak ook handig bij niet-acute zaken.”
Het medische stafbestuur, waarvan hij vice-voorzitter is, bepaalt samen met de raad van bestuur het ziekenhuisbeleid. Lansbergen is inhoudelijk verantwoordelijk voor de juiste inzet van medische technologie, van CT tot infuuspomp en elektrochirurgie voor de OK. Hij maakt een vertaalslag tussen wat artsen medisch-inhoudelijk wensen en wat medisch-technisch mogelijk is. “Dat is een wetenschap op zich. Het vergt brede afstemming tussen en met verschillende vakgebieden en met mensen van verschillend opleidingsniveau. Je moet werelden kunnen samenbrengen.”
Lees ook: Veilig werken met kwaliteitspaspoort

Willem van de Spijker

Genomineerd in de categorie Talent van het Jaar 2011
Willem van de Spijker (31), beherend apotheker van Mediq apotheek ’t Heelhuis in Helmond, ziet zichzelf als een geneesmiddelenspecialist die patiënten daadwerkelijk bijstaat. Als hij zo onbescheiden mag zijn, zou dát wel eens de reden voor zijn nominatie als Talent van het Jaar kunnen zijn. “Misschien ben ik een van de betere voorbeelden van wat een apotheker zou moeten zijn: een zorgverlener die een actieve rol speelt bij het medicijngebruik van patiënten.”
Lang niet alle apothekers doen dat, zegt hij: “Zij nemen vaak te weinig verantwoordelijkheid voor het geneesmiddelengebruik en zeggen al snel: overlegt u maar met uw arts. Apothekers werken vaak ook onvoldoende samen met diëtisten, huisartsen en thuiszorg. Zij zitten op hun eigen eilandjes. Daardoor zijn ze onzichtbaar voor de patiënt en voor andere zorgverleners. Terwijl ik echt geloof dat een apotheker toegevoegde waarde voor een patiënt kan hebben.”
Van de Spijker, hoofd van een cluster van vier Mediq apotheken met in totaal 42 medewerkers in Helmond, pakt het dus anders aan. Hij is betrokken bij diverse projecten om de farmaceutische zorg op een hoger plan te tillen. Een daarvan is het project ‘geïntegreerde farmaceutische zorg’, dat ‘ict-technisch’ nog moet worden bijgeschaafd. Met behulp van een computerprogramma bespreekt Van de Spijker met patiënten die hun voorgeschreven medicijnen komen halen of de dosering klopt en welke bijwerkingen of mogelijke interacties met andere geneesmiddelen kunnen optreden. “Je kunt zien of medicijnen ontbreken of juist overbodig of onhandig in het gebruik zijn. Als apotheker trek ik dat initiatief naar me toe en overleg daarover met de huisarts, zonder me te veel te bemoeien met het directe voorschrijven. Huisartsen vinden dat niet vervelend, nee. Eerder prettig. Ze kennen mij en laten dat toe.”
Lees ook: ‘Opvallend dat de NPCF niet spreekt over de rol van de patiënt’

Pieter Bas Veen

Genomineerd in de categorie Talent van het Jaar 2011
Hoe kunnen mensen met autisme of een andere psychiatrische stoornis, verstandelijke handicap of beginnende dementie met zo min mogelijk ondersteuning zo zelfredzaam mogelijk worden? Door ambulante thuisbegeleiding, bedacht Pieter Bas Veen (37) vier jaar geleden. Samen met zijn commerciële zakenpartner Berno van der Wal richtte Veen Zes op Maat op. Zelfstandig en samen, is het motto.
De begeleiding van de inmiddels tachtig cliënten in en rond Zwolle is volgens Veen laagdrempelig en kleinschalig. “Dat is volgens ons hét antwoord op de toegenomen zorgvraag. Wij nemen cliënten uit handen wat zij zelf niet – meer – kunnen, maar bevorderen tegelijk hun zelfredzaamheid. We begeleiden zolang het nodig is. Voor sommige cliënten is dat jarenlang, bij andere kun je het contact op zeker moment afbouwen en volstaan met eens per maand een bezoek. Zij kunnen dan prima zelfstandig wonen met minimale ondersteuning.”
De ontwikkeling van Zes op Maat verloopt tamelijk stormachtig, zegt Veen, sociaal-pedagogisch hulpverlener en directeur Zorg. Inmiddels werken er negen maatschappelijk werkers. “De lijnen zijn kort, we kunnen snel van taak wisselen. Onze medewerkers zijn duizendpoten die weten hoe zij eventueel de juiste mensen kunnen inschakelen. Zij draaien bij wijze van spreken ’s morgens een wasje bij een psychiatrische patiënt en begeleiden ’s middags een ex-gedetineerde naar een uitkeringsinstantie.” Medewerkers hebben volgens Veen een grote mate van zelfstandigheid. “Gaan er dingen verkeerd, dan worden we daar door de cliënt op afgerekend. Zo mondig zijn ze tegenwoordig wel. Daar wordt in Nederlandse zorginstellingen een beetje aan voorbijgegaan. Het draait daar vaak vooral om geld.”
Lees ook: ‘Branchevereniging voor kleine initiatieven is noodzakelijk’

Foto

  • Greet Prins

    Greet Prins

  • Johan Veenman

    Johan Veenman

  • Roxanne Vernimmen

    Roxanne Vernimmen

  • Michaël Lansbergen

    Michaël Lansbergen

  • Willem van de Spijker

    Willem van de Spijker

  • Pieter Bas Veen

    Pieter Bas Veen

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden