Blog: De juiste technologie kiezen voor de ggz

Hoe kunnen zorgverleners binnen de geestelijke gezondheidszorg gebruikmaken van alle opkomende technologieën? Welke technologieën zijn bijvoorbeeld geschikt voor de specifieke doelgroep?

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Een van de ontwikkelingen die van invloed zijn op de keuze voor IT, is het feit dat zorg niet langer plaatsvindt tussen de vier muren van een ggz-instelling. Dankzij de digitale mogelijkheden wordt zorg en hulpverlening steeds meer geboden vanuit een netwerk van zorgverleners. Enerzijds zijn dat de professionals, zoals psycholoog en huisarts, anderzijds speelt het sociale netwerk, zoals gezinsleden, leerkrachten of de voetbalcoach, een steeds grotere rol in het herstelproces van een cliënt. Daardoor is het wel van belang dat tussen al deze partijen nauwkeurig en up-to-date informatie wordt uitgewisseld. Een IT-oplossing kan dat ondersteunen.

De cliënt als regisseur

Daarnaast speelt de ontwikkeling dat ook de cliënt in zijn of haar zorgproces regie moet krijgen. Dankzij de vele beschikbare informatiebronnen weet een cliënt tegenwoordig ook veel over ziektebeelden en behandeling. Om een zo gelijkwaardige informatiepositie voor de cliënt te creëren, zouden de ggz-instellingen de cliënt bijvoorbeeld via een onlineportaal vóór het eerste gesprek gerichte informatie kunnen aanbieden om zo de meest gestelde vragen alvast af te vangen. Alleen, past dat bij alle cliënten uit de doelgroep?

Bij de keuze voor een IT-oplossing zou de ggz-instelling zich allereerst de vraag moeten stellen: voor wie doe is die IT-oplossing bedoeld? Zwaar verslaafde cliënten hebben wellicht minder baat bij een onlineportaal dan cliënten die na een burn-out weer gedeeltelijk regie kunnen nemen. Denk aan het zelf inplannen van afspraken of het invullen van een vragenlijst.

De zelfregieladder

Om ggz-instellingen te helpen is de zogeheten zelfregieladder ontwikkeld. Deze deelt cliënten in naar de mate waarin ze in staat zijn regie te nemen.

  1. Non-regie.In deze fase van het ziekteproces erkent de cliënt niet dat hij of zij een probleem heeft. Het is dan ook niet mogelijk om regie over te dragen – zelfs niet gedeeltelijk.
  2. Passieve regie. De cliënt die zich in dit stadium bevindt, erkent dat hij of zij ziek is. Hierbij kan de zorgverlener in overleg met de cliënt of zijn of haar netwerk bepalen welke vorm van regie bij de betreffende cliënt past.
  3. Geleide regie. Op dit niveau staat shared decision making centraal. De cliënt bepaalt samen met de zorgverlener wat er nodig is voor zijn of haar gezondheid, en hoe dat gebeurt.
  4. Actieve regie. Een cliënt in deze fase kan zelfstandig prioriteit aanbrengen in wat er nodig is en bepaalt zelf hoe dat te realiseren.
  5. Zelfregie. In dit stadium is de cliënt autonoom: hij of zij bepaalt wat nodig is en wat prioriteit heeft, en zorgt er ook daadwerkelijk voor dat er stappen genomen worden.

Het is raadzaam om dit model in gedachten te houden in een gesprek met een leverancier van IT-oplossingen voor de zorg. Dat moet niet gaan over technische functionaliteiten, maar over de vraag: wat levert de oplossing mij en de cliënten op? Door dat helder voor ogen te hebben, bent u een stap dichter bij de voor u geschikte technologie.

Shahriar Fazili, Lead Sales & Services GGZ bij NEXUS Nederland.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.