Blog: Coronamaatregel voor verpleeghuizen vraagt zorgvuldiger toelichting

De coronamaatregelen hebben grote gevolgen voor de samenleving. Zeker bij de ingrijpende maatregel voor verpleeghuizen blijft de overheid in gebreke in de communicatie daarover, betogen advocaten van der Grinten en Wijmans.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: amstockphoto/stock.adobe.com

Op donderdag 20 maart jongstleden maakte minister De Jonge van VWS bekend dat alle verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg worden gesloten voor bezoek. Ook voor alle anderen die niet noodzakelijk aanwezig moeten zijn voor het verlenen van basiszorg blijven de deuren gesloten. Hij maakte de maatregel bekend in een brief aan de Tweede Kamer en op een persconferentie. Helaas liet hij in beide gevallen een verwijzing naar de juridische grondslag van de maatregel en de wijze waarop die wordt geïmplementeerd achterwege.

Onbenoemde grondslag

Ook bij eerdere coronamaatregelen – het verbod op grote evenementen en sluiting van horeca-, sport- en andere vrijetijdsinrichtingen – ontbrak vermelding van de juridische grondslag. In de Tweede Kamer zijn daar kritische vragen over gesteld. Inmiddels is duidelijk wat de grondslag van die eerdere maatregelen was. De minister heeft de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s op grond van artikel 7 Wet publieke gezondheid opdracht gegeven hun openbare-ordebevoegdheden in te zetten om de maatregelen af te dwingen. Die voorzitters ontlenen hun openbare-ordebevoegdheden voor de hele veiligheidsregio aan artikel 39 Wet veiligheidsregio’s. De coronacrisis heeft een meer dan plaatselijk karakter en dan gaan de openbare-ordebevoegdheden over van de burgemeesters in de regio op de voorzitters. De maatregel van de minister is geïmplementeerd door in alle veiligheidsregio’s noodverordeningen op grond van artikel 176 Gemeentewet vast te stellen.

Grondslag maatregelen verpleeghuizen

Wij hebben de maatregel voor de verpleeghuizen uiteindelijk in handen gekregen en die blijkt op dezelfde grondslag te berusten als de eerdere maatregelen: de minister heeft een aanwijzing gegeven aan alle voorzitters van de veiligheidsregio’s. Verschil met de maatregelen voor de sluiting van horeca- en andere inrichtingen is dat de minister ervan uitgaat dat de verpleeghuizen in principe zélf in staat zijn bezoekers te weigeren. Dat blijkt uit de formulering van de aanwijzing:

’Op basis van artikel 7 van de Wet publieke gezondheid en met inachtneming van artikel 39, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, geef ik u daarom opdracht om uw bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid in te zetten als verpleeghuizen of kleinschalige woonvormen, ondanks nadrukkelijke inspanningen van hun kant, problemen ervaren met het weigeren van bezoekers of derden die de locatie proberen binnen te komen.’

De voorzitters van de veiligheidsregio’s hoeven op basis van deze aanwijzing dus alleen in te grijpen als de verpleeghuizen de maatregel zelf niet afdoende (kunnen of willen) afdwingen.

Rechtszekerheid

De coronamaatregelen van het kabinet zijn zeer ingrijpend. Het gaat immers om forse beperkingen in de vrijheden van burgers en bedrijven, met grote financiële, sociale en emotionele impact. De specifieke maatregel met betrekking tot verpleeghuizen treft kwetsbare ouderen en hun naasten diep. Dat onderkent de minister ook. Zeker bij zulke ingrijpende maatregelen mag het als een minimale eis van rechtszekerheid en behoorlijke overheidscommunicatie worden beschouwd dat de minister met de samenleving deelt van welke bevoegdheid hij gebruikmaakt, hoe zijn maatregel precies luidt en wat de implicaties zijn. In lijn daarmee zou hij publiekelijk bekend moeten maken wie, wanneer en op grond van welke bevoegdheid eventuele aanvullende maatregelen moet nemen. En, niet te vergeten: wie bevoegd is tot handhaving van de maatregel.

Met alle begrip voor de hectische situatie waarin het kabinet opereert, hopen wij toch dat de communicatie over coronamaatregelen verbetert.

Jan van der Grinten en Jutta Wijmans zijn respectievelijk partner en advocaat bij Kennedy Van der Laan

 

 

 

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.