Hetty van Oldeniel: De belangrijkste corona-les is de medewerker

Voor de ggz treft de ‘crisis’ na driekwart jaar Corona méér de medewerker dan de cliënt. Zorgbestuurder Hetty van Oldeniel over wat we kunnen leren van maandenlang improviseren en van de eerste analyses.  

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Sinds maart is elke zorginstelling in overdrive voor nieuwe behandelmethoden, protocollen en planningen en om deze zo cliëntvriendelijk te implementeren. Voor de ggz lag een belangrijke focus op online zorgverlening en digitaal contact. Van telefonische consulten via beeldbellen tot volwassen digitale therapieën.

Voor mijn eigen organisatie, die zich richt op geestelijke en maatschappelijke zorg aan mensen met doofheid, slechthorendheid en hoorproblemen, betekent dit een extra uitdaging. ‘Even bellen’ is er niet bij en voor contact tussen cliënt en zorgverlener is vaak tussenkomst van een tolk in Nederlandse Gebarentaal nodig.

Resultaten borgen

Coronabestendig werken ging dan ook soms met horten en stoten, maar over het algemeen met een opmerkelijk positieve ontvangst door de cliënt. Er is angst voor het nieuwe. Grondige begeleiding en voorlichting bij het hanteren van nieuwe technologieën is dringend nodig. Maar de productiecijfers laten zien dat de zorgverlening in totaal minder lijdt onder de coronamaatregelen dan we in eerste instantie vreesden. Hoewel wetenschappelijk onderbouwde data vooralsnog ontbreken, additioneel ingelaste cliëntonderzoeken lopen nog, is de stellige indruk dat de meeste cliënten zich geholpen blijven voelen. Het is zaak om deze resultaten te borgen en uit te breiden.

Dat de zorg zo snel, zo volledig en op punten zo radicaal anders gehandhaafd kon blijven, is deels te danken aan het gevoel van urgentie. Technische innovaties en organisatorische veranderingen die al langere tijd in het spreekwoordelijke vat zaten, konden versneld worden gerealiseerd toen ze moésten worden gerealiseerd.

Mateloze inzet medewerkers

Verreweg de belangrijkste factor was echter de mateloze inzet van de individuele medewerker. Ook hier is volop geïmproviseerd. Waar in het begin de werkgever niet tijdig beschermingsmiddelen kon leveren door de voorrang die andere zorgtypen kregen, ‘regelden’ professionals zelf materialen.

Roosters werden omgegooid, overuren gemaakt, taken van elkaar overgenomen. Logeerkamers en zolders werden thuiswerkruimten waar vandaan veilig cliëntcontact kon plaatsvinden. Dat gebeurde in eerste instantie vaak met eigen hardware. Werk-privé balansen gingen radicaal op de schop. Deze bewonderenswaardige aanpak bleek succesvol in de zorgtaak aan cliënten.

Kraak-moment

Nu bereiken we de situatie dat ‘corona-werken’ het nieuwe normaal wordt. Goed voor de zorg, maar met risico voor zorginstellingen. Want het kan op de langere termijn beginnen te kraken. Het ziekteverzuim is in het afgelopen half jaar significant lager. Wellicht doordat medewerkers het prettig vinden om meer zelf organiserend, creatief en flexibel te kunnen werken.

Maar lang niet alle thuissituaties lenen zich voor langdurig gebruik. Het gemis aan collegiaal contact en beperktere opleidingsmogelijkheden kunnen op termijn effect hebben op persoonlijke en professionele ontwikkeling. Het is de vraag hoe lang cliëntbetrokkenheid opweegt tegen de toegenomen druk. Dat moment moeten we als zorgsector vóórblijven. Maar hoe?

Bestuurlijke aandacht

Allereerst is blijvende verhoogde bestuurlijke aandacht nodig, van de direct leidinggevende op de werkvloer tot het toezichthoudend orgaan. Meet vaker op medewerkerstevredenheid en stresssignalen. Intensiveer de voorlichting over gezond werken. Bevorder een cultuur waarin medewerkers zich vroegtijdig kunnen melden. Vermorzel de bureaucratie die de terbeschikkingstelling van middelen op de thuiswerkplek belemmert. Knokken met de fiscus kan later wel.

Menselijke maat

De echte les die we nu moeten leren van de coronacrisis is het bewaren van de menselijke maat in onze eigen organisaties. Behoud de focus op de cliënt, maar laat die samengaan met de schouder voor de medewerker.

Hetty van Oldeniel
Bestuurder van stichting GGMD, landelijke organisatie voor zorg aan doven en slechthorenden

 

 

 

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.