‘Red de collectiviteitskorting’

Het nut van zorgcollectiviteiten is wel aannemelijk, maar nog onvoldoende aantoonbaar. Daarmee staat de noodzaak van collectiviteitskorting ter discussie.
MarcVanWesterlaak450.jpg

Dat schrijft minister Schippers in een brief die het ministerie van VWS eind februari publiceerde. Een onterechte conclusie. Zorgcollectiviteiten dragen wel degelijk bij aan de gezondheid van werknemers in de bredere zin van het woord.
Aanleiding voor de brief van Schippers is een rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit, die concludeert dat de toegevoegde waarde van zorgcollectiviteiten beperkt is. Ook na een werkconferentie, bedoeld om ‘best practices’ te verzamelen, kon niet worden aangetoond dat zorgcollectiviteiten tot lagere kosten van de Zorgverzekeringswet (Zvw) leiden. Verrassend was die uitkomst niet.

Besparingen op langere termijn
Wie goed wil oordelen, moet vooral ook kijken naar besparingen op langere termijn; juist het kunnen terugdringen van langdurig ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid is de kracht van collectiviteiten. Neem een programma om iemand te helpen stoppen met roken. Dat kost in eerste instantie geld, maar bespaart veel kosten over een langere periode. Gezonder leven betaalt zich niet in een snelle rekensom uit.

Verdergaande preventie
Het World Economic Forum formuleerde acht gedragingen die leiden tot vijftien chronische aandoeningen die 80 procent van alle chronische ziekten wereldwijd veroorzaken. Wie zulke gedragingen succesvol aanpakt, kan veel verzuim voorkomen. Veel preventieve zorg is helaas uit de basisverzekering gehaald. Zorginhoudelijke afspraken op preventief gebied in aanvullende verzekeringen zouden de schadelast van de Zorgverzekeringswet dan ook op lange termijn kunnen drukken. Een zorgcollectiviteit bestaat niet voor niets altijd uit een aantrekkelijke basisverzekering én aanvullende pakketten. De collectiviteit kan niet los worden gezien van het totale gezondheidsbeleid van een werkgever.

Collectiviteitskorting is nodig
De werkconferentie van VWS moest ook het nut van collectiviteitskorting duidelijk maken. Dat nut is overduidelijk: een aantrekkelijke premie is de grootste pré van een verzekering. Bovendien zijn de mogelijke prikkels om werknemers te ‘werven’ voor een zorgcollectiviteit de afgelopen jaren immers al flink beperkt. Zo biedt de Werkkostenregeling maar beperkte ruimte voor het geven van een extra werkgeversbijdrage, en sluit de Wet aanpak schijnconstructies werkgeversincasso vrijwel volledig uit. Zonder collectiviteitskorting heeft een werkgever vrijwel niets meer in handen. 

Verplicht onderdeel
Minister Schippers heeft de NZa gevraagd om te onderzoeken hoe zorginhoudelijke afspraken een verplicht onderdeel van zorgcollectiviteiten kunnen worden. Een lastig vraagstuk, omdat onduidelijk is wat zorginhoudelijke afspraken precies zijn. De NZa heeft beloofd vóór 1 september met aanbevelingen te komen. We kijken ernaar uit.
Zoals eerder aangegeven vinden wij ook dat u er als werkgever niet op moet wachten. Ons advies: zet nú al stappen om uw zorgcollectiviteit meer inhoudelijk te laden, bijvoorbeeld met fysiotherapiebehandelingen of psychologische zorg.

Marc van Westerlaak, Consultant bij Aon Corporate Wellness

2 REACTIES

  1. Een sideletter bij het gedoogkabinet een paar jaar geleden sprak over het afbouwen (verbieden) van premiekorting op zorgcollectieven die niets te maken hadden met een werkgever/werknemer verhouding. Nooit iets van gekomen. Zo'n impopulaire maatregel is lastig te nemen. Daarbij komst dat er een groter verschil tussen actieven en inactieven ontstaat.
    Niet onbekend is het dat zorgcollectieven werkgever/werknemer nauwelijks te vullen zijn. Onvoldoende argumenten voor de werknemer en vaak een financieel oninteressante propositie. Werknemers veranderen vaak van werkgever en er zijn er voldoende die er meer dan één hebben. Verzekeraars die het meest actief zijn in (alle) werkgevers-werknemersverzekeringen zijn weinig soepel in het non-selectief accepteren op de meest aanvullende verzekeringspakketten, ook een drempel.
    Blijf dus zitten waar je zit. Daarbij gedraagt, is mijn ervaring, het merendeel van de verzekerden zich nog als ziekenfondsklant. Wees blij met wat je krijgt. Ruim 70% is immers nog nooit geswitcht, en dat is niet omdat ze zo tevreden zijn. Sterker nog, men heeft er vaak geen idee over. 2 of zelfs meerdere verzekeringsmaatschappijen in één gezin is meer regel dan uitzondering. Niet vreemd. Men wisselt misschien wel vaker van partner dan van verzekeraar.
    Alle surrogaat collectieven hebben niets toe te voegen, behalve dan dat er voor de verzekerde korting te behalen valt. Korting die door niet collectief verzekerden (ze zijn er nog steeds) betaald wordt.

  2. Lees alle reacties
  3. Het artikel is een gaaf stuk getetter over de waarde van de korting op collectieve verzekeringen zonder een begin van bewijsvoering. De club van de heer Van Westerlaak heeft wel een duidelijk belang. Er blijft heel veel geld hangen bij intermediairs en werkgevers dat gewoon naar de zorg had gemoeten.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.