De grote Rom-onrust

De afgelopen weken ontstond er flinke onrust over Rom in de geestelijke gezondheidszorg. Een groep psychiaters en psychologen keerde zich tegen het gebruik van het kwaliteitsinstrument om te benchmarken. Maar wordt de baby nu niet met het badwater weggegooid?
Puck_2016.jpg

‘Het lijkt erop dat het nu echt afgelopen is met de Rom’, zei psychiater Menno Oosterhoff tegen Follow The Money, een platform voor onderzoeksjournalistiek. Hij refereerde daarmee aan de gebeurtenissen van de afgelopen tijd. Sinds januari is het verplicht voor ggz-instellingen om de uitkomsten van Rom aan te leveren bij de Stichting Benchmark GGz (SBG). Op die maatregel was al kritiek, maar die werd nog erger toen de Algemene Rekenkamer in januari een kritisch rapport publiceerde over ROM. De kwaliteitsinformatie die het systeem levert zou ‘onvoldoende betrouwbaar, volledig en vergelijkbaar zijn.’ Daarop startte Oosterhoff samen met een groep psychiaters, psychologen en ervaringsdeskundigen de petitie ‘Stop Rom als Benchmark’. Deze is inmiddels ruim 6500 keer ondertekend door ggz-professionals en cliënten.

Onrust over Rom
De discussie werd nog heviger toen minister Schippers eind maart in een brief aan de Tweede Kamer toegaf dat er eigenlijk geen wettelijke grondslag was voor het delen van de Rom-gegevens met de SBG. Dit stelde ze naar aanleiding van een uitspraak van de Autoriteit Persoonsgegevens, waaruit bleek dat het doorsturen van de gegevens privacygevoelig is, omdat ze niet worden geanonimiseerd, maar enkel gepseudonimiseerd. Met een beetje zoekwerk zouden de uitkomsten in de benchmark dus kunnen worden herleid tot een specifieke cliënt. Schippers liet weten extra onderzoek te laten doen naar wetgeving die het wel mogelijk maakt om de gegevens te kunnen delen. GGZ Nederland riep leden op om per direct te stoppen met het aanleveren van gegevens bij de SBG, en daar pas weer mee te starten als er een goede oplossing is gevonden.

Doel van Rom
De uitspraak van de minister is voor Oosterhoff, en velen met hem, reden om te denken dat het ‘echt afgelopen is’ met Rom. Maar is het nou echt een goed idee om Rom in de ban te doen? Het oorspronkelijke doel van Rom is dat behandelaren er samen met de cliënt achter kunnen komen of de behandeling nut heeft en of er misschien moet worden bijgestuurd of gestopt. Kijk bijvoorbeeld naar Parnassia, waar de Rom-uitkomsten werden ingezet om afdelingen met elkaar te vergelijken en de achterblijvende afdelingen zichzelf te laten verbeteren. Werknemers keken mee op afdelingen die het beter deden, gingen in gesprek en zetten zich in om betere resultaten te halen. In het rapport ‘Eerste verkenning effecten hoofdlijnenakkoorden’ riepen bestuurders op om Rom puur vanuit inhoudelijke beweegredenen te gebruiken. De gegevens moeten volgens de ggz-bestuurders niet worden gebruikt door zorgverzekeraars, omdat de casemix dat onmogelijk maakt, maar wel als behandel- en leerinstrument voor professionals.
Als Rom wordt ingezet zoals het ooit bedoeld was, kunnen behandelaren gericht te werk gaan, terwijl bestuurders inzicht hebben in hoe hun medewerkers het doen. En daar heeft de cliënt uiteindelijk alleen maar voordeel van.

Dossier geestelijke gezondheidszorg Dossier met nieuws, opinie en achtergrond over de geestelijke gezondheidszorg (ggz). De artikelen gaan onder andere over de diverse zorgorganisaties, beddenreductie, e-health in en bekostiging van de ggz. Lees meer >>

1 REACTIE

  1. Allemaal leuk en aardig, maar als ook zorgconsument wil ik toch echt wel graag weten wie nu de betere en slechtere behandelaars zijn. En dat GGZ-behandelaars allemaal even goed zouden zijn, daar geloof ik helemaal niets van. Dus ik ben het helemaal eens met Puck van Beurden.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.