Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De indicatiepraktijk: wijkverpleging onder druk en in de kou

Koehandel. Een motie van wantrouwen. Onmenselijk. De termen die gebruikt worden rondom indicatiestelling liegen er niet om. Niet zo gek, want de frustratie is groot. Wijkverpleegkundigen merken in toenemende mate dat zorgverzekeraars zich op hun terrein begeven en hun professionele oordeel terzijde schuiven. Een slechte zaak voor professionals en hun cliënten.

In theorie is het simpel: zorgverzekeraars en wijkverpleegkundigen werken samen aan goede, betaalbare zorg dicht bij huis. De wijkverpleegkundige gaat langs bij de cliënt en stelt vast welke zorg nodig is. De zorgverzekeraar gaat in beginsel akkoord met het oordeel van de professional, waarna die aan de slag kan. Maar in de praktijk gaat het anders. Daar staan zorgverzekeraars en zorgaanbieders/-verleners vaak lijnrecht tegenover elkaar en heeft de cliënt het nakijken. Branchevereniging SPOT maakt zich daar grote zorgen om.

Het probleem

Jan Minartz, voorzitter van SPOT, ziet zijn leden worstelen. “We horen dagelijks schrijnende verhalen van mensen die een dagtaak hebben aan het invullen van papieren voor de zorgverzekeraar, omdat die niet vertrouwt op het oordeel van de daartoe bevoegde professionals. Vaak moeten ze allerlei aanvullende informatie aanleveren, zoals de diagnose, het ziektebeeld of de prognose. Met het opvragen van medische gegevens gaan zorgverzekeraars echter buiten hun boekje. Bovendien is al die extra informatie nergens voor nodig, want een indicatiestelling volgens het V&VN normenkader bevat alle benodigde gegevens. Door het informatiecircus rondom de indicaties komt intussen het echte werk van de wijkverpleegkundige in de knel. Dat kan niet de bedoeling zijn.”

Ook het automatisme waarmee indicatiestellingen (gedeeltelijk) worden afgewezen is hem een doorn in het oog. “Als wij met z’n allen hebben afgesproken dat wijkverpleegkundigen bevoegd en bekwam zijn om de indicatiestelling te doen, moeten we hun oordeel ook serieus nemen. Dat niet doen, is een motie van wantrouwen aan hun adres en laat de cliënt in de kou staan. We zien steeds meer zorgprofessionals die het bijltje erbij neer willen gooien, omdat ze aangetast worden in hun beroepseer. Structureel wantrouwen beschadigt de verhouding met de professionals en doet afbreuk aan de zorg, omdat cliënten niet krijgen wat ze nodig hebben, maar wat in een rekensom past.”

Lees hier het volledige artikel van Petra Pronk waarin praktijkvoorbeelden van zorgaanbieders en cliënten zijn opgetekend, voorzien van een juridisch kader.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Vereniging SPOT.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.