Eerste lijn vreest gevolgen wetsvoorstel cliëntenraden

De eerste lijn maakt zich zorgen over de introductie van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Als de wet in zijn huidige vorm door gaat, moeten alle centra met meer dan tien zorgverleners een cliëntenraad instellen.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
eerste lijn vreest gevolgen wmcz, cliëntenraden
Beeld: iStock

Eerstelijns zorgaanbieders zijn erg bezorgd over deze wijziging in de nieuwe Wmcz 2018, maar minister Bruins lijkt niet van zins de grens van tien zorgverleners op te hogen.

Wmcz

Zeven organisaties van eerstelijns zorgaanbieders hebben een brandbrief geschreven aan de Tweede Kamer. De verplichting voor kleine zorgorganisaties een cliëntenraad te hebben, gaat leiden tot een toename van administratieve druk, organisatorische- en financiële lastenverzwaring, zo stellen zij. Bovendien zal de verplichting niet leiden tot minder maar tot meer cliëntenraden in de eerste lijn en tot meer administratie. De organisaties pleiten voor een uitzonderingspositie van kleinschalige zorgaanbieders met minder dan 50 zorgverleners. Volgens hen is het nooit de bedoeling geweest om huisartsenposten, tandartsen of apothekers onder de Wmcz te brengen. De briefschrijvers zijn van mening dat effectieve medezeggenschap niet per definitie wordt bereikt met een verplicht ingestelde cliëntenraad. ‘Met alternatieve of informele vormen van medezeggenschap en patiëntenparticipatie kan naar onze mening eenzelfde, zo niet beter, resultaat worden bereikt.’

Bruno Bruins

Maar minister voor VWS, Bruno Bruins, heeft tijdens het Kamerdebat op 12 september al gezegd de lat niet te hoog te willen leggen. De SGP overwoog een amendement om de hele eerste lijn uit te sluiten van het wetsvoorstel en Bruins raadde dat af. ‘Ik ben van mening dat we dat niet moeten doen maar een getalscriterium moeten hanteren. Ook voor cliënten die gebruikmaken van de huisarts kan het belangrijk zijn om deel uit te maken van een cliëntenraad.’ Toen partijen, waar onder de SGP, een getal noemden van 25 natuurlijk personen, antwoordde Bruins: ‘Bij een aantal van 25 voor de huisartsenpraktijk ben ik bang dat eigenlijk het grootste deel van de eerstelijnszorg niet onder het regime van de wet komt te vallen, waardoor er geen sprake zal zijn van een cliëntenraad. Dat lijkt mij onwenselijk.’ De Tweede Kamer is niet toe gekomen aan de tweede termijn van het debat en vergadert op korte termijn verder over de Wmcz.

Eerstelijnsorganisaties

Schrijvers van de brief aan de Tweede Kamer zijn: De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, (KNMT), de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), InEen – vereniging van organisaties, voor eerstelijnszorg, het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, (KNGF), de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten en de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT).

Lees hier de brief: brief_wmcz_def

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.