Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Gebruik óók het verhaal om de GRZ te verbeteren’

Het is hoog tijd dat GRZ-organisaties inzicht krijgen in álle knoppen waar ze aan kunnen draaien. En dus om casuïstiek of andere meerdimensionale data toe te voegen aan de gebruikelijke stuurcijfers.

In de GRZ is er een nauwe relatie tussen wat zorgorganisaties doen, en het uiteindelijke tarief. De keuzes van professionals hebben dus directe gevolgen voor de kwaliteit van de revalidatie én voor het bedrijfsresultaat. Karine van der Kraan, regiomanager kortdurende zorg & behandeling bij ZuidOostZorg, en Michelle Kromhout, Managing Consultant bij P5COM, pleiten daarom voor een meerdimensionale aanpak.

Kromhout: ‘Er wordt in de GRZ vaak gestuurd op een beperkte set indicatoren, op basis van de inkoopvoorwaarden van zorgverzekeraars. Zonde, want met alleen de cijfers mis je het verhaal achter de indicatoren: de overwegingen en beslissingen van de zorgprofessionals. Als je knelpunten echt op wilt lossen of ambities waar wilt maken, moet je de zorginhoud meenemen.’

Van der Kraan: ‘In de GRZ hangen kwaliteit, financiën en in-, door- en uitstroom met elkaar samen. Ze zijn deels zelfs van elkaar afhankelijk. En de financiële marges zijn klein. Door niet alleen de cijfers, maar ook andere informatie te gebruiken, ontstaat een meerdimensionaal beeld. Daarmee zie je niet alleen de symptomen, maar krijg je ook op een dieper niveau de bottlenecks in beeld. En daar profiteert iedereen van, management en zorgprofessional, maar ook cliënt en zorgverzekeraar.’

Het verhaal achter de keuzes

De meerwaarde van een meerdimensionaal beeld toonden Kromhout en Van der Kraan al aan bij de GRZ van ZuidOostZorg. Van der Kraan: ‘Wij hebben de ambitie om binnen twee jaar tot de landelijke top van de GRZ te behoren. Daarvoor moesten ook de in-, door- en uitstroom veel beter. Dat hebben we aangepakt door de gebruikelijke bronnen te analyseren, zoals registratiedata, spiegelinformatie en benchmarks. En vooral: door op zoek te gaan naar het verhaal achter deze cijfers in de vorm een casuïstiekanalyse. Michelle kwam met dat idee, en aangezien ik mijn thesis schreef over zinvolle verantwoording van kwaliteit in de zorg, was ik meteen enthousiast.’

‘Drie weken lang bespraken we alle ontslagen cliënten met de betrokken verpleegkundige en de behandelend specialist ouderengeneeskunde. We analyseerden bijvoorbeeld of het wel een passende aanmelding voor de GRZ was geweest, of we meteen konden beginnen met revalideren, of een cliënt na de revalidatie nog langer op de afdeling bleef, en de redenen waarom. En we bekeken ook of deze cliënt deels thuis had kunnen revalideren.’

Verrassende uitkomsten

Kromhout: ‘De casuïstiekanalyse leverde interessante inzichten op. Bijvoorbeeld dat er in 38 procent van de gevallen sprake was van een aanmelding die niet bij de GRZ paste, en dat deze cliënten gemiddeld 14 dagen langer op de afdeling verbleven. Ook was er bij ongeveer één op de zes cliënten sprake van vertraging bij de start van de revalidatie, bijvoorbeeld doordat een cliënt nog niet mocht belasten of niet gemotiveerd was voor revalidatie. Gemiddeld leidden deze factoren tot maar liefst zes weken vertraging. Dat beïnvloedt al je indicatoren negatief, en is niet uit de gebruikelijke cijfers te halen.’

‘In de gebruikelijke cijfers kunnen we zien hoe lang mensen met een Wlz-indicatie op de GRZ-afdeling verblijven. Met het toevoegen van de data uit de casuïstiekanalyse konden we vervolgens zien dat de gemiddelde verblijfsduur 20 dagen langer was dan de gemiddelde revalidatieduur. En dat dat grotendeels veroorzaakt werd door het wachten op een beschikbare Wlz-plek, het weigeren van een beschikbare plek door de cliënt, en het verplaatsen van de ontslagdatum op verzoek van de cliënt of zijn familie. Tegelijkertijd was maar één cliënt thuis gaan wachten op een beschikbare Wlz-plek – en werd die mogelijkheid ook niet besproken in het MDO. Terwijl juist dáár de sleutel voor verbetering ligt, niet in de cijfers zelf.’

Duurzaam en continu verbeteren

Van der Kraan: ‘Zo leverde de casuïstiek ons kwalitatief en kwantitatief inzicht op dat niet op een andere manier te achterhalen was. En door vragen te stellen en gezamenlijk de casuïstiek door te nemen, kregen we een dieper inzicht in de oorzaken en verbetermogelijkheden. Er zijn grijze gebieden in de GRZ-triage, en de casuïstiekanalyse leidde tot concrete handvatten om ze te verbeteren. Je begrijpt dat dat professionals op de werkvloer enorm helpt om problemen duurzaam op te lossen. Tijdens de MDO’s hebben collega’s tegenwoordig steeds vaker een kritische blik, er worden meer opties overwogen, en we zetten grote stappen richten onze ambitie. In nog geen jaar tijd hebben we onze gemiddelde ligduur teruggebracht met 15 dagen en keert een steeds groter percentage terug naar huis.’

Michelle Kromhout (links) en Karine van der Kraan

 

Karine van der Kraan is regiomanager kortdurende zorg & behandeling bij ZuidOostZorg. Ze is jaren beleidsadviseur geweest in de VVT en rondde in 2020 de Master of health Business Administration (MhBA) af. Haar thesis had als thema Verantwoording van kwaliteit van zorg; lust of last. Michelle Kromhout is Managing Consultant bij P5COM. Ze is opgeleid als specialist ouderengeneeskunde, en recent gepromoveerd op de relatie tussen cafeïne en probleemgedrag bij mensen met dementie.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.