Zorginstellingen waarin door meer dan tien personen zorg wordt verleend, dienen een cliëntenraad in te stellen die de gemeenschappelijke belangen van de cliënten behartigt.
Dit artikel verscheen in Zorgvisie magazine 05 in de rubriek Terecht, waarin verschillende advocaten juridische kwesties onder de loep nemen.
Daartoe beschikt de cliëntenraad krachtens de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz 2018) over concrete advies- en instemmingsrechten. Sommige besluiten kunnen niet worden genomen zonder de cliëntenraad daarin nauw te betrekken.
Discussie kan ontstaan over de vraag hoe ver deze rechten strekken, waarbij de grens tussen individuele en gemeenschappelijke belangen van cliënten soms vervaagt. Zo ook in een kwestie waarin de Voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam uitspraak deed.
Wat was het geval? Een instelling verleent zorg op meerdere locaties. Een van haar panden was daartoe vanwege de verouderde staat en indeling echter niet langer geschikt. Over het voornemen om de locatie te sluiten, vraagt de zorginstelling advies aan de cliëntenraad. Na verkrijging daarvan besluit de zorginstelling tot sluiting per 1 september 2025. Nog geen twee maanden later besluit zij echter tot vervroeging van de sluiting per 19 mei 2025, mede naar aanleiding van een jaarlijkse controle van de brandveiligheid en vanwege acuut personeelstekort. De cliënten worden per individuele brief bericht, waarin tevens de individuele zorgovereenkomsten worden beëindigd.
De cliëntenraad verzet zich hiertegen. Geëist wordt onder meer dat de zorg tot 1 september 2025 wordt gecontinueerd. In strijd met de Wmcz 2018 zou namelijk aan de cliëntenraad geen advies over de vervroegde sluiting zijn gevraagd. Daarnaast zou het besluit tot vervroegde beëindiging in strijd zijn met de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de KNMG-richtlijn over zorgbeëindiging.
De Voorzieningenrechter volgt dit niet. De cliëntenraad kan niet opkomen tegen de beëindiging van de zorgovereenkomsten omdat zij daarbij geen partij is. De cliëntenraad vertegenwoordigt niet individuele cliënten en ook niet hun individuele belangen. Hoewel de Voorzieningenrechter van oordeel is dat de zorginstelling bij het besluit tot de vervroegde sluiting advies had moeten vragen, acht deze het niet aannemelijk dat het achterwege laten hiervan in een bodemprocedure tot vernietiging van het besluit leidt. De belangen van partijen afwegende, kan niet gesteld worden dat de zorginstelling niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen en onrechtmatig is gehandeld jegens de cliëntenraad. Voor zover een individuele cliënt meent dat de zorginstelling jegens hem/haar tekortschiet in haar zorgplicht tot het organiseren van passende alternatieve zorg, zal die cliënt dat zelf moeten aanvechten.
Door: Mascha Bots en Sara de Jong, KBS Advocaten