Peter de Visser: ‘Radicaal integrale zorg vraagt mentaliteitsverandering’

Peter de Visser, algemeen directeur van zorg- en welzijnsorganisatie Incluzio, vertaalt een uitgesproken visie op de toekomst van de zorg naar de praktijk. 'De oplossing ligt bij mensen thuis en bij professionals op de werkvloer.'

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Door Johan Faber

Vanwege zijn vernieuwende en ondernemende aanpak en de resultaten die Incluzio heeft geboekt werd hij eerder dit jaar gekozen tot Zorgmanager van 2019. Op het Zorgvisie Congres Zorg Hot Topics 2020 spreekt hij over ‘netwerkzorg’, de radicale integratie van zorg, welzijn en andere disciplines. Zijn stelling: de verandering begint van onderop.

Er wordt al veel langer gesproken over integratie van zorg. Waarom komt het blijkbaar zo moeilijk van de grond?

‘We hebben de neiging om de problemen in de zorg groot en abstract te maken en de oplossingen dus ook. Het gaat vaak over governance, ontschotting, stelselwijzigingen en dergelijke. We willen heel graag van bovenaf regisseren en faciliteren. Maar de oplossing ligt bij mensen thuis en bij de professionals op de werkvloer. Daar moet het gebeuren.’

Hoe zorg je daarvoor?

‘Door zorgverleners vertrouwen te schenken. Door ze niet voortdurend af te rekenen op bijvoorbeeld het aantal uren dat ze met een cliënt doorbrengen. En door veel beter te kijken naar de context van een specifieke situatie. Wat heeft de patiënt onder deze omstandigheden nodig? En van wie? En wat wil en kan hij zelf nog? Dat gaat niet over zorg anders organiseren, maar over een mentaliteitsverandering. Bij de zorgverlener, maar ook in de maatschappij als geheel. We zijn het zo langzamerhand normaal gaan vinden dat professionals alle zorg overnemen. Dat idee moet kantelen, want anders komt er alleen maar méér vraag naar zorg.’

Is dat de reden dat er bijvoorbeeld zoveel problemen zijn in de Jeugdzorg?

‘Dat heeft er zeker mee te maken. Kinderen die in intensieve behandeling en residentiële plaatsingen terecht komen, komen daar, ondanks alle goede bedoelingen, nu vaak slechter uit dan ze er in gaan. Er zijn gezinnen waar het fors misgaat. Dat is altijd zo geweest en dat zal altijd zo blijven. De kunst is om ook in zulke ingewikkelde situaties te blijven luisteren naar het gezin en te kijken wat er gebeurt. Het is vaak beter om de behandeling naar het gezin te brengen in plaats van het kind uit het gezin te halen. Maar de maatschappij accepteert geen risico’s meer. En dus staat er enorm veel druk op bijvoorbeeld gecertificeerde instellingen en werkers om in te grijpen als er problemen zijn. Vervolgens worden die gezinnen meegesleurd in een hulpverleningscircuit, met tal van instanties. Wat de ouders zelf vinden en waar ze zelf nog verantwoordelijk voor zijn, raakt ondergesneeuwd. De crux is om echt uit te gaan van het kind en het gezin en wat zij nodig hebben om er zelf uit te komen. In complexe situaties kan de inzet van specialistische kennis en competenties zeker waardevol zijn. Nu wordt vaak en te snel de meest intensieve vorm van zorg ingezet. Dat heeft niet altijd goede gevolgen voor het kind en het gezin.’

Maar bij discussies over de toekomst van de zorg gaat het vooral over vergrijzing en stijgende kosten.

‘De vergrijzing is de komende jaren zeker een belangrijke factor. Daarbij speelt ook dat we steeds meer weten en kunnen op het gebied van zorg, en dat kost allemaal steeds meer geld. Maar er zal altijd schaarste zijn in de zorg, zowel in geld als in mensen. Want de vraag is in principe oneindig en de middelen zijn beperkt. Dus zul je ook altijd keuzes moeten maken en zo effectief mogelijk moeten werken. Vandaar mijn pleidooi voor radicaal integrale zorg. Door minder drempels bij de toegang en meer financiering op basis van lumpsum. Door vertrouwen te geven aan de professionals. Door ze zelf de samenwerking met anderen te laten aangaan, en ze zelf in specifieke situaties te laten beslissen wat echt nodig is. Door techniek te integreren in de ondersteuning die je biedt. Door de juiste zorg te bieden op de juiste plaats!’

Wat vindt u van het pleidooi voor regisseurs die dit proces van integratie in goede banen zouden moeten leiden?

‘Daar ben ik tegen. In complexe zorgsituaties waar meerdere professionals bij betrokken zijn, is het vaak goed dat iemand de rol neemt om de samenwerking en samenhang te bewaken. Zorgvragers, mantelzorgers en professionals samen kunnen prima per situatie bepalen wie het het best die rol kan pakken. Maar ik denk niet dat je daar weer van bovenaf een bepaalde functie voor in het leven moet roepen. Dat leidt er alleen maar toe dat de rest zich niet meer verantwoordelijk voelt.’

Incluzio is opgericht door Facilicom, van oorsprong een facilitaire dienstverlener. Is de cultuur bij jullie anders dan bij een traditionele zorginstelling?

‘In de traditionele zorg verwart men nog wel eens de relevantie van de zorg an sich met de relevantie van de eigen organisatie. Instellingen denken dat ze altijd zullen blijven bestaan, omdat er altijd vraag zal zijn naar zorg. In de facilitaire dienstverlening is er meer concurrentie. We zijn ons er dus sterk van bewust dat alles zomaar kan ophouden. Om relevant te blijven, moeten we keer op keer laten zien dat we als organisatie iets toevoegen. We moeten aantoonbaar bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.’

Peter de Visser, algemeen directeur van zorg- en welzijnsorganisatie Incluzio en Zorgmanager van 2019, is spreker op het congres Zorg HOT Topics dat Zorgvisie op 22 november organiseert in Veenendaal. Aan de hand van het project Beter Thuis geeft hij tips voor een betere samenwerking over domeinen heen en wat het vergt aan leiderschap om die integrale zorg van onderop tot stand te laten komen.

 

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.