Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Interne toezichthouder moet proactiever worden

De omgeving van de zorg, en daarmee die van het toezicht is in enorm tempo gewijzigd. Uit die veranderingen zijn een paar trends te distilleren die voor interne toezichthouders gevolgen hebben.
Interne toezichthouder moet proactiever worden

De eerste trend is dat de overheid taken decentraliseert naar het lokaal bestuur dat met zorginstellingen onderhandelt over de zorgverlening. De gereguleerde marktwerking wordt steeds meer vormgegeven; de zorgverzekeraars en zorgaanbieders moeten op de markt scherpe afspraken maken.
De tweede trend die daarmee gepaard gaat, is die van recentralisatie via het toezicht. De overheid en de politiek zijn grondwettelijk verantwoordelijk voor kwalitatief goede, veilige, doelmatige en betaalbare zorg. Privaatrechtelijke partijen vervullen deze verantwoordelijkheid. Om grip te houden op de publieke belangen, is er een veelheid aan (externe) toezichthouders ontstaan en versterkt, die voornamelijk topdown en uniformerend achteraf naar zorgprestaties kijken. Dat leidt tot recentralisatie. Dat wordt nog versterkt door de derde trend, namelijk dat we steeds meer de prestaties van instellingen integraal willen beoordelen, maar daar nog nauwelijks maatstaven voor hebben, laat staan dat we ze kunnen beoordelen op uitkomsten in termen van gedrag en gezondheid. Het geld en wat we wel weten van kwaliteit in protocollen en richtlijnen zijn daardoor nog steeds erg sturend.
De vierde trend is die van een politiek die onzeker is over de vraag of al die toezichthouders en bestuurders wel het goede doen. Door die onzekerheid vallen de politici terug op oude gewoonten: de reguleringsdrift. Enerzijds is er de wil tot loslaten, maar anderzijds worden via budgettering en extern toezicht de teugels aangetrokken.

Besturen met duivelselastiek

Het besturen van een zorginstelling is te vergelijken met ‘het besturen met duivelselastiek’. Het is alsof je op een elastiek staat en er aan beide kanten aan getrokken wordt. Dan weer door een toezichthouder van buiten, dan weer door de patiënt en dan weer door een beroepsgroep. Het is balanceren op elastiek en zorgen dat het elastiek niet knapt, maar ook dat de rek er niet uitraakt. Daarbij heeft de interne toezichthouder te maken met een drietal dilemma’s.

Dílemma's voor de toezichthouder

Het eerste dilemma is dat externe toezichthouders redeneren vanuit het publieke belang waarvoor zij bij wet zijn ingesteld, terwijl de interne toezichthouder met alle belangen tegelijk rekening moet houden. Het tweede dilemma is hoe de interne toezichthouder zich zowel tot de vraag als tot het aanbod verhoudt. Dat wil zeggen: tot het primaire proces. Hoeveel moet je daar eigenlijk van weten? En weet je het ook echt, als je lijstjes met cijfers krijgt? Wat is de wereld achter die cijfers? Het derde dilemma ligt op het elastiek van de verwachtingen en verantwoording. We stellen hoge eisen aan de zorg als het om kwaliteit en doelmatigheid gaat. De verwachting dat de zorg voor iedereen beschikbaar is, komt daar bovenop. Als in de verantwoording daarover niet blijkt dat aan deze eisen wordt voldaan, bijvoorbeeld door medische missers, dan ebt het vertrouwen in de instelling en in de bestuurder snel weg. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

Nieuwe eisen

De vele tegelijk optredende trekkrachten en de toenemende (impliciete) eisen aan de toezichthouder vragen om een toezichthouder die niet alleen begrotingen en rapportages leest, maar die zich in toenemende mate ook eigen maakt hoe zijn relatie tot de patiënt, de werkvloer en de buitenwereld wordt vormgegeven; wiens zicht op ketenverantwoordelijkheid (en ketentoezicht) toeneemt, en die zijn zoektocht naar de legitimiteit van de zorgverlening voortzet voorbij de geëigende plekken.

Proactievere houding

Dat betekent dat je als toezichthouder proactiever moet worden. Voer jaarlijks een vertrouwelijk gesprek met de accountant, zonder dat de bestuurder erbij is. Raadpleeg alternatieve informatiebronnen, zoals de regionale volksgezondheid toekomstverkenningen van het RIVM en de regionale GGD. Daarin staat een schat aan informatie over de gezondheidstoestand van de zorgpopulatie in de regio, waarmee de instelling en bestuurder een spiegel voorgehouden kan worden. Immers: doen we wel wat goed is voor de regio? Hoor partijen van buiten de zorg over hun ervaringen met de instelling, zoals verzuimverzekeraars, gemeenten, arbodiensten en eerstelijns verwijzers. Kortom, de moderne toezichthouder moet zelfstandig en proactief zijn informatie vergaren en niet afwachten wat de bestuurder aanbiedt. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit het besef dat daarmee tegenmacht gecreëerd wordt en de kwaliteit van zorg aan de patiënt is gediend. (Foto Putters: Reed/Joris Telders)

Kim Putters, hoogleraar Management van instellingen in de gezondheidszorg, iBMG/EUR
Sharon van de Veerdonk, MSc, governance adviseur en onderzoeker

Lees meer:

In Zorgvisie magazine nr. 1/2 van januari/februari 2012 vindt u een uitgebreid artikel van Putters en Van de Veerdonk over de interne toezichthouder anno 2012.

Foto

  • Sharon van de Veerdonk

    Sharon van de Veerdonk

Gerelateerde tags

10 reacties

  • no-profile-image

    Alexander Bybau

    Een kritische houding van toezichthouders, hoe kan je daar tegen zijn? Een toezichthouder die zich goed wil (laten) informeren, hoe kan je daar tegen zijn? Het lijkt me een uitstekend pleidooi van Prof. Putters. Het zorgt naar mijn idee voor kritische dialogen tussen zorgbestuur en interne toezichthouders waaruit vruchtbare resultaten en ideeen kunnen voort komen.

  • no-profile-image

    Peter de Wit

    Een heel verhaal van oude wijn in nieuwe zakken, dat is nog eens zakkenvullen.

  • no-profile-image

    Arend

    Beste Van Velzen.Het is maar goed dat je geen ziekenhuis-directeur bent. Enig kritisch vermogen naar je de eigen rol is een kracht.Eens met Maarten, een pluim is op zijn plaats.

  • no-profile-image

    Maarten

    Toen Kim Putters zich in zijn inaugurele rede niet uitliet over de raden van toezicht dacht ik dat te begrijpen vanuit de financier van zijn leerstoel (NVZD). Dat hij nu diezelfde RvT's aanspoort tot een kritische houding richting het bestuur vind ik dat eigenlijk wel voor hem spreken. Ook de NVZD verdient hier een pluim. Niet elke vereniging zou de contributie van haar leden gebruiken om diezelfde leden te bekritiseren.

  • no-profile-image

    Lelou

    Daar hebben we het duivelselatiek weer ...dat blijft steeds weer gebruikt te kunnen worden,wel vaak hetzelfde deuntje zeg...

  • no-profile-image

    Van Velzen

    De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisdirecteuren (NVZD) betaalt Kim Putters om hem vervolgens te laten vertellen dat de raden van toezicht de directeuren minder moeten vertrouwen. Dat zou ik als ziekenhuisdirecteur niet waarderen.

  • no-profile-image

    Amiz

    Bestuurders en Toezichthouders zouden wat meer met twee benen op de grond (lees praktijk) dienen te blijven. Ik pleit voor de vroegere directeur, vallend onder de CAO en een praktijktoezichthouder in een one-tiersysteem, en niet de bekende maatschappelijke en politieke vriendjes. Kortom: er valt meer te veranderen dan pro-activiteit of elasticiteit.

  • no-profile-image

    Rob

    @bezorgde. Dat valt heus mee. Wij geven nu al 1 miljard/jaar uit aan 'belangenbehartiging'; dus om te roepen dat men het goed doet. Dit bedrag kan bij de
    objectieve kwaliteits- en doelmatigheids- benadering worden omgebogen/ c.q. komen te vervallen.

  • no-profile-image

    bezorgde

    het kan zover gaan dat de kosten van verantwoording van kwaliteit en doelmatigheid zo hoog worden, dat de kwaliteit daaronder te lijden zal krijgen.

  • no-profile-image

    Rob

    Ja prachtig! Uiteindelijk maar 2 marktmeesters nodig om het spel te reguleren; de Nza en het kwaliteitsinstituut. Zolang alles ICD-9 herleidbaar is gaat dat werken ook!

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden