Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Ambulance-algoritme staat voor landelijke doorbraak

Sytse Wilman
Redacteur
Een softwaresysteem dat aantoonbaar levens redt en kosten bespaart en bovendien niet de hoofdprijs hoeft te kosten. De uitrol van dit product verloopt verrassend langzaam. Het verbaast Vincent van den Brekel, directeur van scale-up Stokhos, dat de hele markt deze innovatie niet sneller omarmt. Toch ziet hij de toekomst zonnig in. 'De klassieke methode om aanrijtijden te verbeteren is extra ambulances kopen. Wij zetten in op het effectiever gebruik van de middelen.'

Vincent van den Brekel, directeur van Stokhos, vergelijkt het product van zijn onderneming graag met een schaakcomputer. ‘Het model voorspelt de te verwachten zet van de tegenstander en houdt rekening met de eigen stelling.’ Die tegenstander is in deze analogie het aantal hulpvragen dat in een regio binnenkomt bij de meldkamer. De eigen stelling is de beschikbaarheid van de ambulances en de positie waar ze staan. ‘Een stukje Hollandse innovatie’, zegt de directeur. ‘Nergens in de wereld is zo’n systeem. Het redt levens en zorgt voor lagere kosten.’

Lagere aanrijtijd

Het product van Stokhos wordt momenteel in drie veiligheidsregio’s ingezet: Zuid-Holland Zuid, Gooi- en Vechtstreek en Flevoland. ‘In die regio’s draaien de ambulancediensten ook het beste van Nederland’, zegt Van den Brekel. ‘Ze scoren boven de 95 procent.’ Dat betekent dat in de regio’s die het systeem gebruiken meer dan 95 procent van de ambulances binnen de norm van vijftien minuten aanrijtijd ter plaatse zijn. Van den Brekel: ‘Ter vergelijking: in een aantal regio’s schommelt dat momenteel rond de 80 procent.’

Ambulancediensten onder druk

Het halen van de geldende norm – in 95 procent van de gevallen moet een ambulance binnen een kwartier ter plaatse zijn – is al langere tijd problematisch voor de Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV’s). ‘Een belangrijke onderliggende oorzaak  is de vergrijzing’, weet Van den Berkel. ‘Ouderen blijven langer dan vroeger thuis wonen, waar geen verplegend personeel binnen handbereik is. Als er wat gebeurt, moet er dus vaker een ambulance komen.’

Normen aanpassen, auto’s kopen

De ambulancediensten staan dus onder druk en de gestelde normen worden in veel gevallen niet gehaald. ‘Een klassieke respons is om je dan af te vragen of de norm wel redelijk is en die eventueel aan te passen. Dat zie je nu ook gebeuren. Een andere reactie die al jaren plaatsvindt is om als RAV naar de zorgverzekeraar te stappen en te zeggen: ik haal de normstelling niet, dus ik heb extra auto’s nodig.’

Operationele kosten

Waar de aanschafkosten van een ambulance relatief meevallen, zijn de operationele kosten ongeveer een miljoen euro per jaar. Van den Brekel: ’80 procent daarvan bestaat uit personeelskosten.’ Het ware probleem schuilt volgens de directeur  in de bemanning van een ambulance. ‘Je hebt naast een chauffeur een zwaar geschoolde verpleegkundige nodig. Dat personeel is moeilijk te vinden. Die mensen tover je niet zo maar uit je hoed. Je ziet soms ook dat andere zorgdiensten, zoals de SEH’s van ziekenhuizen, gekannibaliseerd worden.’

Slimmere inzet

In 2012 stapte een aantal veiligheidsregio’s naar het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI). Hun vraag kwam kort gezegd neer op het volgende: hoe kunnen we onze ambulances en mensen slimmer inzetten om de toenemende druk op de diensten het hoofd te bieden? Het CWI sloeg de handen ineen met de TU Delft en gezamenlijk begonnen zij een algoritme te ontwikkelen. Op basis van historische data, maakten zij een algoritme dat de zorgvraag in een bepaald gebied voorspelt. ‘We weten natuurlijk niet of mevrouw Jansen over vijf minuten van de fiets valt’, verduidelijkt Van den Brekel. ‘Maar wel wat de te verwachten zorgvraag per vierkante kilometer in het komende half uur is.’ Oftewel: het deel van de schaakcomputer die de komende zet van de tegenstander ziet aankomen.

Complex vraagstuk

De andere kant van het bord – de eigen stelling – zit complex in elkaar, schetst Van den Brekel. ‘Je moet in de eerste plaats natuurlijk weten waar de ambulances zich bevinden. Dat maakt ook veel uit voor het gebied dat je kunt bestrijken. Sta je bij de snelweg, dan kun je een heel eind komen in twaalf minuten. Maar sta je in een stadscentrum, dan kom je niet zo ver.’ Afgezien van de range van een ambulance, wisselt ook de paraatheid continu. ‘Als jij of ik in de ambulance liggen, kunnen ze ons er moeilijk uitgooien om aan een andere oproep gehoor te geven.’ Het systeem houdt bovendien rekening met tal van factoren, zoals bruggen op de route. Het zorgt er ook voor dat tegen het eind van de werkdag de ambulances indien mogelijk naar een eindpunt worden gemigreerd. Dat voorkomt overwerk.

Centralist beslist

In 2016 was een basale versie van het systeem, inmiddels ondergebracht bij spin-off Stokhos, klaar. Maar, zo weet Van den Brekel, aan een algoritme alleen heb je niet zoveel. In samenwerking met een game-developer ontwikkelde het team een interface: een kaart van de regio waarop de beschikbare ambulances te zien zijn met in de zijlijn een advies om een ambulance van de ene standplaats naar de andere te migreren. Het systeem ondersteunt de centralist, die vervolgens zelf een beslissing neemt. ‘Hij kan er bijvoorbeeld voor kiezen om het personeel van een ambulance even rust te geven omdat er net twee intensieve incidenten zijn geweest.’

Simulaties

De drie regio’s die momenteel met Stokhos-systeem Seconds werken, behalen er goede resultaten mee. Simulaties die het team maakte, tonen aan dat ook andere regio’s er veel progressie mee kunnen boeken. Dat betreft niet alleen het halen van de norm voor aanrijtijden. De gemiddelde aanrijtijd kan met een minuut omlaag en bij bepaalde incidenten telt elke seconde. Dat heeft niet alleen invloed op de overlevingskans, maar ook op het herstel van de patiënt en daarmee samenhangend de zorgkosten.

Marktaandeel

De implementatie of verkoop bleek bijna net zo complex als de ontwikkeling van het product, constateert Van den Brekel. ‘Dan kom je vreemde dingen tegen’, vertelt hij vol verbazing. ‘Softwareleveranciers proberen hun marktaandeel te beschermen. Ze roepen bijvoorbeeld dat je nooit je systeem aan een start-up moet ophangen. Dat wordt dan nagepraat, terwijl elk bedrijf op een bepaald moment een start-up is en bovendien op dit moment de centralist dit werk zit te doen.’ Een andere belemmering is volgens Van den Brekel dat de beslissers vaak weinig affiniteit met software en wiskunde hebben. ‘Een nieuwe ambulance is vaak leuker dan een algoritme aanschaffen. Verandering is voor iedereen ingewikkeld en als eager ondernemer vind je het natuurlijk al gauw te lang duren.’

Kostprijs

Het is meer een kwestie van politiek dan van kosten, stelt Van den Brekel. Niet alleen verdient het systeem zichzelf terug doordat er minder wagens en personeel nodig zijn, ook hoeft zijn onderneming er niet de hoofdprijs voor. ‘Het is grotendeels vanuit het CWI ontwikkeld. Met belastinggeld dus. We zijn dan ook best bereid om het tegen kostprijs aan te bieden. Helemaal gratis gaat niet. We hebben tien mensen in dienst om het systeem te onderhouden en verder te ontwikkelen en die moeten we natuurlijk betalen.’

CbusineZ participeert

Na een wat trage start lijkt een verdere opschaling nu toch echt in zicht te komen, constateert de directeur. ‘Bij zeven RAV’s liggen we voor, dus daar gaan we binnenkort naartoe om een presentatie te geven.’ Bovendien werd onlangs bekend dat CbusineZ, de innovatie- en investeringsmaatschappij van zorgverzekeraar CZ, gaat participeren in Stokhos. CZ wil eerst bekijken hoe de beschikbare middelen efficiënter ingezet kunnen worden alvorens te investeren in meer middelen. Stokhos sluit daar naadloos op aan. Van den Brekel: ‘De beslissing ligt uiteindelijk bij de RAV’s, maar ik verwacht wel dat dit gaat helpen. Hoe precies weet ik nog niet, de deal is net rond.’

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.