Blog: Hoofdlijnenakkoorden dragen weinig bij aan kostenbeheersing

Heeft het wel zin om opnieuw hoofdlijnenakkoorden af te sluiten, vraagt Wim Groot zich af. Want ze dragen weinig bij aan kostenbeheersing en de zorginhoudelijke afspraken zijn te vrijblijvend.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Hoofdlijnenakkoorden dragen weinig bij aan kostenbeheersing
Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie Universiteit Maastricht

Minister Bruno Bruins van Medische Zorg wil begin mei een nieuw hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg afsluiten. In het regeerakkoord is afgesproken dat door een hoofdlijnenakkoord een ‘financiële ombuiging’ van 1,9 miljard euro gerealiseerd moet worden. Deze ‘bezuiniging’ is noodzakelijk omdat het Centraal Planbureau verwacht dat in deze kabinetsperiode de zorgkosten met 4,2 procent per jaar zullen toenemen. Hierbij is de kostenstijging als gevolg van de inflatie nog niet meegerekend. Als de ramingen van het CPB werkelijkheid zouden worden, zou in deze kabinetsperiode 12 miljard euro extra aan zorg uitgegeven worden. De coalitiepartijen vonden zo’n grote stijging van de zorgkosten niet wenselijk. Zij wilden ook nog wat maatregelen nemen die extra geld kosten en waar het CPB geen rekening mee had gehouden, zoals een flinke verlaging van de eigen bijdragen in de langdurige zorg. Dat zou ertoe leiden dat de zorgkosten nog verder zouden oplopen. Dus besloten ze dat er in de curatieve zorg 1,9 miljard euro af moest van de door het CPB verwachte uitgavenstijging. Dit zou bereikt moeten worden door het afsluiten van hoofdlijnenakkoorden.

Bezuinigen op de zorg

Sinds het regeerakkoord is gesloten, wordt geroepen dat er bezuinigd zal worden op de zorg. Hierbij moet worden bedacht dat dit bezuinigingen zijn ten opzichte van de uitgavenprognoses van het CPB. Per saldo gaat er de komende jaren heel veel extra geld naar de zorg, veel meer dan in de afgelopen kabinetsperiode. De ‘bezuinigingen’ en de nieuwe uitgavenplannen van het kabinet leiden ertoe dat de zorguitgaven de komende jaren niet met 4,2 procent per jaar toenemen, maar met 4,0 procent: een relatief heel kleine verandering dus ten opzichte van de oorspronkelijke prognoses van de uitgavenontwikkeling van het CPB. Het woord ‘bezuinigen’ moet daarom tussen aanhalingstekens worden gezet.

Gesteggel over hoofdlijnenakkoorden

De ‘bezuinigingen’ moeten worden gerealiseerd door het afsluiten van hoofdlijnenakkoorden tussen het ministerie van VWS, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en patiëntenorganisaties. Hierover is inmiddels veel gesteggel ontstaan. Het kabinet en de Tweede Kamer willen naast afspraken over ‘bezuinigingen’ ook zorginhoudelijke afspraken maken in de hoofdlijnenakkoorden. De zorgverzekeraars willen geen inhoudelijke afspraken. Ze willen ook geen afspraken over maximale groeipercentages van de zorguitgaven, omdat die in de praktijk door zorgaanbieders worden beschouwd als een minimaal recht. Deze onenigheid roept de vraag op of het wel zinvol is om hoofdlijnenakkoorden af te sluiten. Dragen de hoofdlijnenakkoorden wel bij aan kostenbeheersing?

Eerste hoofdlijnenakkoord

Het eerste hoofdlijnenakkoord werd in 2011 afgesloten en bevatte de afspraak om in de periode 2012-2015 een trendbreuk in de uitgavengroei te realiseren. Dit moest worden bereikt door selectieve zorginkoop, spreiding en specialisatie van ziekenhuisfuncties, substitutie van tweede naar eerste lijn, afbouw van overbodige ziekenhuiscapaciteit, doelmatig geneesmiddelengebruik en ontwikkeling van veiligheidsmanagement.

Het valt te betwijfelen of dit hoofdlijnenakkoord veel heeft bijgedragen aan kostenbeheersing. Om te beginnen was de trendbreuk in de groei van de zorguitgaven al ingezet voordat het eerste hoofdlijnenakkoord werd afgesloten en  in 2012 in werking trad. Uit cijfers van het CBS blijkt echter dat de groei van de BKZ-uitgaven al vanaf 2008 aan het dalen was. Zo groeiden de BKZ-uitgaven in 2008 met 8,9 procent, in 2009 met 6,9 procent, in 2010 met 5,3 procent, in 2011 met 3,2 procent, in 2012 (het eerste jaar van het hoofdlijnenakkoord) met 5,4 procent en in 2013 met 1,3 procent. Deze ontwikkelingen suggereren dat het hoofdlijnenakkoord vooral vastlegde wat al eerder in gang gezet was, namelijk daling van de groei van de zorguitgaven.
De daling van de groei van de zorguitgaven deed zich verder in alle OECD-landen voor. In veel landen was de daling van de groei zelfs groter dan in Nederland en in geen enkel ander OECD-land werden hoofdlijnenakkoorden afgesloten. Dat deze ontwikkelingen zich in alle OECD-landen voordeden, suggereert dat gemeenschappelijke ontwikkelingen een rol speelden. De belangrijkste daarvan is de gematigde loonkostenstijging in de zorg als gevolg van de financiële crisis en de recessie.

Onenigheid over invulling akkoorden

Hoofdlijnenakkoorden dragen weinig bij aan kostenbeheersing en de onenigheid over de invulling van de akkoorden is groot. De zorginhoudelijke afspraken in de akkoorden hebben verder altijd een heel algemeen en vrijblijvend karakter. Heeft het dan wel zin om opnieuw hoofdlijnenakkoorden af te sluiten? Ja, dat denk ik wel. Er komt de komende jaren heel veel extra geld voor de zorg beschikbaar. Een afspraak over de besteding van dit extra geld zou goed zijn. En daartoe zou een nieuw hoofdlijnenakkoord beperkt moeten worden.

Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie Universiteit Maastricht.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.