ACM reageert op kritiek fusierapport: blog Chris Fonteijn

Eerst een getal: 34. Dat is het aantal concentratiemeldingen van ziekenhuizen dat de ACM (en haar voorloper de NMa) sinds 2004 heeft ontvangen. Eén fusie hebben we verboden, in enkele gevallen hebben we maatregelen genomen om concurrentierisico’s weg te nemen en de rest kreeg groen licht. Dat hierdoor het ziekenhuislandschap is veranderd, is een feit. Dat er een moment zou komen dat we tegen de grenzen zouden aanlopen van de ruimte voor concurrentie kan geen verrassing zijn.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Chris-Fonteijn-ACM
Chris Fonteijn, bestuursvoorzitter ACM. Foto: Fotobureau Roel Dijkstra

Toch zie ik (quasi)verraste reacties op ons bericht dat de ACM verscherpte aandacht heeft voor de concurrentierisico’s bij ziekenhuisfusies. Ook zijn er wat bemerkingen, vooral op de technische aspecten van onze studie over de prijs- en volume-effecten van ziekenhuisfusies.

Drie ontwikkelingen

Ik benadruk dat ons verscherpte toezicht op ziekenhuisfusies niet alleen is opgehangen aan onze studie over de effecten van ziekenhuisfusies. De ACM heeft bij de effectstudie een toelichting gepubliceerd. Daarin schetsen we de context van onze verscherpte aandacht voor concurrentierisico’s. We noemen drie ontwikkelingen die samen de aanleiding hiervoor zijn. Allereerst merken we dat marktpartijen, zoals zorgverzekeraars en concurrerende ziekenhuizen, steeds meer concurrentierisico’s zien bij fusies en deze steeds uitgebreider onderbouwen. Daarnaast hebben zorgverzekeraars een groeiende praktijkervaring met fusies. Zij kunnen met behulp van data-analyse hun stellingen steeds beter onderbouwen. Zo zien we bijvoorbeeld dat zorgverzekeraars in het kader van de voorgenomen fusie tussen het Catharina ziekenhuis en het Sint Anna ziekenhuis gemotiveerde uitspraken doen over de effectiviteit van hun disciplineringsmogelijkheden en de te verwachten gevolgen van een voorgenomen fusie. En de derde ontwikkeling is dat ook ónze kennis over de werking van de markt en onze ervaring is toegenomen mede door de inzichten uit de studies naar de effecten van ziekenhuisfusies op kwaliteit (2016) en prijs/volume (2017). Dat gaat dus niet om verwachtingen vooraf, maar om hoe de kwaliteit, de prijs en het volume zich daadwerkelijk hebben ontwikkeld na een ziekenhuisfusie.

Een ander perspectief

Kijk eens vanuit een ander perspectief naar deze ontwikkelingen.
Neem de rol van de zorgverzekeraars. Zij hebben als inkoper een regierol in het zorgstelsel. Ze hebben diverse sturingsinstrumenten in handen om ziekenhuizen te disciplineren. Vraag: Waarom hebben ze dat, mogelijk tegen hun eigen verwachtingen in, niet effectief gedaan of kunnen doen? Ik denk dat zij moeten zoeken naar mogelijkheden om meer gebruik te maken van selectieve inkoop en om het gebruik van sturingsinstrumenten richting verzekerden te intensiveren.
Ik ben ook zo geïnteresseerd in de beweegredenen van de ziekenhuizen zelf om te willen fuseren. Ik denk dat een fusie niet in alle gevallen de beste manier is om bepaalde kwaliteits- of doelmatigheidsverbeteringen te realiseren. Dat kan namelijk meestal ook zonder een volledige fusie. Ik noem als voorbeeld van gerichte samenwerking de in 2016 aan ons voorgelegde samenwerking tussen drie ziekenhuizen in de regio Utrecht op het gebied van complexe kankerzorg. Hier kijken wij positief tegenaan. In zo’n geval van samenwerking blijven namelijk op andere zorgterreinen keuzemogelijkheden voor patiënten en zorgverzekeraars behouden en zijn de concurrentierisico’s dus minder. De vraag die mij in dat kader ook bezighoudt is: hoe zit het met de interne governance bij ziekenhuizen? Moeten we daar niet extra waarborgen willen inbouwen, bijvoorbeeld met behulp van de Governancecode Zorg? Dit zou ervoor kunnen zorgen dat de belangen van het ziekenhuis (ofwel van de ziekenhuisbestuurders) meer in lijn komen met de belangen van patiënten en verzekerden voor kwalitatief goede toegankelijke zorg tegen een betaalbare prijs. Dat kan voorkomen dat fusies kunnen doorgaan waar niemand op vooruit gaat.

Gezonde samenwerking

Onze verscherpte aandacht voor de concurrentierisico’s bij ziekenhuisfusies past bij de ontwikkelingen om ons heen. Dat een toezichthouder zich moet aanpassen aan die veranderende context is voor mij vanzelfsprekend. Alleen dan kunnen we doeltreffend blijven in ons toezicht.
In een fusietraject spelen natuurlijk ook andere partijen dan de ACM een rol. Naast de ACM en de (bestuurders van de) ziekenhuizen zelf, zijn dat onder meer de zorgverzekeraars, het ministerie van VWS, patiëntenorganisaties en andere toezichthouders in de zorg. Wij hebben laten zien dat we ons aanpassen aan die veranderende context. Ik zie het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor gezonde samenwerking in de ziekenhuiswereld.

Chris Fonteijn, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Consument & Markt.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.