Blog: Zorgpartijen moeten meer innovatief samenwerken

Zolang wordt vastgehouden aan de idee-fixe van marktwerking in de zorg komt de zo noodzakelijke systeeminnovatie niet van de grond. Patiënten en cliënten komen op die manier te kort, meent Mark de Jong, bestuurder van Alrijne Zorggroep.
Mark de Jong, bestuurder Alrijne Zorggroep

Ziekenhuizen zijn in essentie concentraties van gespecialiseerde medische kennis en van de daarbij benodigde apparatuur en installaties. Daarmee vervullen ziekenhuizen een spilfunctie in het regionale zorgsysteem. Dat geheel is niet statisch maar verandert. De beweging van derdelijnszorg naar tweedelijnszorg en vandaar naar de eerste lijn is niet nieuw. Wel nieuw is dat technologie voor het eerst in handen van de klant komt. En die technologische vernieuwing gaat steeds sneller. Dat geldt voor alle sectoren, maar helaas loopt de zorg achter in zijn reactie hierop. Ik denk dat die trage reactie vooral te wijten is aan de institutionele context. Een belangrijke reden is de beperkte marktwerking in de zorg. Er is niet echt een noodzaak om vanuit concurrentieperspectief te innoveren, dus om de naastliggende ziekenhuizen te slim af te zijn. Daarmee doe ik  geen oproep voor meer marktwerking in de zorg, integendeel. Volgens mij zou niet concurrentie maar samenwerking de drijvende kracht moeten zijn voor de zorgsector om zijn maatschappelijke taak goed in te vullen. En in de praktijk zien we dat ook gebeuren.

Regionale proeftuinen

Alle ziekenhuizen zijn actief met keteninnovatie, soms in de vorm van regionale proeftuinen. Dialoog is er volop, er wordt geëxperimenteerd, maar het blijkt telkens heel moeilijk om gegroeide werkwijzen structureel te doorbreken. Dat komt onder andere door de vraag wie van de regionale spelers de leiding kan nemen en wie dat wordt gegund. Maar ook door het welbekende vraagstuk van de noodzaak het businessmodel te vernieuwen over de grenzen van organisaties heen. Opbrengsten en kosten van de verandering zijn nu eenmaal niet gelijk verdeeld. Niet voor niets staat het doorbreken van de schotten ‘met stip’in het nieuwe hoofdlijnenakkoord.

Idee-fixe van marktwerking

Het is niet overdreven om te stellen dat de gegroeide institutionele verhoudingen het innoverend vermogen van de gehele sector in de greep houden. Ten onrechte hebben opeenvolgende regeringen bedacht dat de regie bij de verzekeraar zou moeten liggen, maar die kan – zo blijkt telkens – die rol vanuit een denkraam waar concurrentie vooropstaat maar beperkt invullen. Zolang wordt vastgehouden aan de idee-fixe van marktwerking in de zorg komt de zo noodzakelijke systeeminnovatie niet van de grond. Patiënten en cliënten komen op die manier te kort.

VIPP

Bij dat alles is het belangrijk om te onderkennen dat zorgaanbieders, en de regionale verbanden waarin zij actief zijn, meer van elkaar kunnen leren dan dat zij zich van elkaar onderscheiden. Zorgaanbieders hebben vrijwel dezelfde vernieuwingsbeweging te gaan en leren graag van elkaars goede en slechte ervaringen. Een programma als VIPP wordt niet voor niets in de sector met open armen ontvangen. VIPP heeft tot doel binnen enkele jaren patiënten meer inzicht te geven in hun eigen dossier. En is een aanjager voor alle ziekenhuizen tegelijk. Hoewel het te vroeg is voor een evaluatie,  zou ik willen pleiten het model ook voor andere gewenste vernieuwingsdoelen in te zetten, met name in de verbinding in de regionale zorgketen.

Dominante technologie-aanbieders

Daar komt nog bij dat de zorgsector ook geconfronteerd wordt met dezelfde dominante technologie-aanbieders. En dan denk ik niet alleen aan het nationale speelveld, maar meer nog aan de wereldspelers (zoals Amazon, Apple, Google) die vanuit hun platformdominantie zonder twijfel ook de Nederlandse zorgmarkt zullen gaan veranderen. Een gezamenlijk antwoord vanuit de sector zou niet misstaan.

Mark de Jong is bestuurder bij Alrijne Zorggroep in Leiden en toezichthouder bij Aafje in Rotterdam. Tevens is hij lid van de Innovatie- en Adviescommissie  voor de zorgbrede governancecode.

4 REACTIES

  1. Interessant artikel met een titel die ik graag onderschrijf. De institutionele context van de zorg is zeker van invloed op de snelheid en het succes van innovatie. Uit een onderzoek van TNO uit 2002 blijkt dat er in de zorg 52 factoren een rol spelen. Het is bekend dat een zekere ‘sense of urgency’ aanwezig moet zijn om (de meeste) mensen in beweging te krijgen. De (gereguleerde) marktwerking in de zorg zoals we die nu kennen, zorgt daar blijkbaar onvoldoende voor. Maar daar zal alleen de roep om ‘meer samenwerking’ weinig aan veranderen. Ik zie nog enkele andere belangrijke obstakels waarover ik eerder het blog ‘Waarom e-health in de zorg stagneert’ schreef: https://www.linkedin.com/pulse/waarom-e-health-de-zorg-stagneert-sjors-van-leeuwen/ Onvoldoende leiderschap kan wel eens het grootste obstakel zijn.

  2. Lees alle reacties
  3. Mark,
    Heb je de Open Brief van prof.Schrijvers en mij aan de Minister gelezen? Wat vind je ervan! Ik zie veel parallellen met jouw blog. Heb je suggesties voor ons! We hebben op 3 julie een afspraak met de Minister.
    Email: w.schellekens@tiscali.nl
    NB: ik woon in Leiderdorp en wip graag langs vóór 3 juli.
    Dank,
    Wim Schellekens

    Zie onze Open Brief:
    Oproep voor opnieuw een landelijk samenwerkingsprogramma voor ziekenhuizen en 1elijn met goede ondersteuning om ongefundeerde praktijkvariatie terug te dringen: open brief aan de Minister en veldpartijen door @Wim_Schellekens en @GuusSchrijvers @Zorgvisie
    http://tinyurl.com/yaxfn7cw

  4. Of men nu heil ziet in meer of minder marktwerking, in meer samenwerking of meer concurrentie, in (semi)private zorgverzekeraars of een single, publieke zorgverzekeraar als zorginkoper(s), het wordt pas een succes met behoorlijke kwaliteitsinformatie.

    Die is er nog steeds niet. Wat neerkomt op de weg proberen te vinden zonder kaart en zonder GPS. Of zoals een van de Zorgvisieredacteuren een paar jaar geleden al schreef, als kop boven zijn editorial: “Kom eens op met die kwaliteitsinformatie!”

    Dat zou dus op zo kort mogelijke termijn moeten verbeteren. En ik meen dat dat kan op korte termijn. Een systeem waarmee dat kan staat beschreven op https://gezondezorg.zorg/assessmentwerkwijze, als ‘startpagina’. Waarbij opgemerkt dat ermee meteen (meer dan) invulling wordt gegeven aan de afspraak in het Hoofdlijnenakkoord dat van de helft van de curatieve zorg de uitkomsten bekend moeten worden.

    Plus dat met behoorlijke uitkomstmeting veel structuur- en procesindicatoren afgeschaft kunnen worden, waarmee per saldo de administratieve belasting flink sterk omlaag kan. Die belasting is iets wat ik mis in de brief van de heren Schellekens en Schrijvers, maar wat wel sterk leeft in de zorg. En die belasting remt de samenwerking die men zo bepleit, want ook voor de specialisten en bestuurders heeft een dag maar 24 uur.

    Dus als dhr. Schellekens nog een suggestie zou willen voor het gesprek met de minister, zou ik nog wel wat weten. 🙂

  5. Nee, Wim, Frank en andere meelezers en meedenkers, ik ken de heer de Jong niet, maar ik ga niet ook weer een duit in het zakje doen (letterlijk spreek ik mezelf nu tegen): Hij heeft gewoon gelijk: “Zolang wordt vastgehouden aan de idee-fixe van marktwerking in de zorg komt de zo noodzakelijke systeeminnovatie niet van de grond. Patiënten en cliënten komen op die manier te kort.” Die conclusie heb ik 2,5 jaar geleden ook getrokken – en ik was ongetwijfeld niet de eerste.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.