Een substitutieakkoord als beleidsdoel

De nieuwe minister van VWS zal snel gaan werken aan drie bestuurlijke akkoorden: een voor de care, een voor de ggz en een voor de cure. Deze laatste zal een substitutieakkoord worden.
Guus-Schrijvers300.jpg

Na de verkiezingen gaat het een aantal maanden duren voordat er een regeerakkoord ligt. Afgaande op de inhoud van de verkiezingsprogramma’s van negen zittende partijen komt daarin voor de zorg te staan: 1. verlaging van het eigen risico; 2. minder concurrentie tussen zorgverzekeraars; 3. specialisten stimuleren om in loondienst te gaan; 4. meer geld voor ouderenzorg. Dat ook een duurzaam-groeipercentage voor de zorgkosten (bijvoorbeeld 1,7 procent) wordt opgenomen, hoop ik wel. Het noemen van zo’n percentage heeft als voordeel dat iedereen in de zorg weet welke groei in de komende jaren mogelijk is. Dit tempert ambities. Het noemen heeft als nadeel dat de regering ook zelf aan dat percentage is gehouden. Het beperkt de beleidsruimte voor de overheid in de komende jaren. Na het regeerakkoord gaat een nieuwe minister van Volksgezondheid zich inwerken. Ik verwacht een regering van VVD, D66, CDA en wellicht een van de drie linkse partijen.

Drie bestuurlijke akkoorden
De nieuwe minister van VWS (Pia Dijkstra, D66-kamerlid? Of Arno Rutte, VVD-kamerlid?) gaat na een paar maanden een bestuurlijk akkoord sluiten met het zorgveld. Ik verwacht dat in de loop van 2018 drie bestuurlijke akkoorden tot stand komen. Het jaar 2018 wordt een overgangsjaar met elementen van de oude bestuurlijke akkoorden en toevoeging van reeds genomen besluiten uit het regeerakkoord 2017-2021.
De drie akkoorden die ik voorzie, betreffen de care, de geestelijke gezondheidszorg en de cure. De care en de ggz zijn in de afgelopen vier jaar al ingrijpend veranderd. Het likken der wonden van de decentralisaties zal wel het belangrijkste voornemen worden in deze twee bestuurlijke akkoorden. Verder gaan ze over extra geld voor verpleeghuizen en salarisverhoging voor verpleegkundigen en verzorgenden.
Het bestuurlijke akkoord tussen de cure en de regering gaat naar mijn eigen inschatting nieuwe initiatieven opleveren. Onlangs werd bekend dat over het jaar 2014 ongeveer 28 procent van de medisch-specialistische zorg, waarmee 14 procent van de omzet gemoeid is, ook buiten het ziekenhuis had kunnen plaatsvinden. Dit komt uit een onderzoek dat Twynstra Gudde en SiRM op verzoek van de ACM uitbrachten in december 2016. Al eerder publiceerde SiRM een onderzoek dat uitwees dat voor 2,5 miljard euro substitutie aan zorg mogelijk is vanuit de ziekenhuizen richting eerste lijn, die dan wel met 1,5 miljard moet groeien.

Dossier substitutie
Verschuiving van dure zorg naar een plaats waar het goedkoper kan. En liefst nog dichter in de buurt van de patiënt. Dit leidt tot nieuwe samenwerkingsverbanden en financieringsvormen. Lees meer >>

Substitutieakkoord
Om de Triple Aim (een betere volksgezondheid, hogere kwaliteit van individuele zorgverlening en beheersing van de kosten per verzekerde) te realiseren, is het nodig dat deze onderzochte substitutiekansen worden benut. Dat vraagt om een substitutieakkoord tussen de curatieve sector en het kabinet dat financiële kaders aangeeft voor te substitueren zorg. Die Triple Aim is zo belangrijk omdat deze als gemeenschappelijke doelstelling geldt voor alle zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheden. Redenerend vanuit de Triple Aim lukte het de Amerikaanse grote zorgverzekeraar Blue Cross/Blue Shield de genoemde substitutie vorm te geven in het zogeheten Alternative Quality Contract. Aan de totstandkoming van het substitutieakkoord gaan onderhandelingen vooraf. Er zijn twee partijen te onderscheiden. Te hopen is dat aan de regeringskant niet alleen VWS-ambtenaren en de minister aan de onderhandelingstafel verschijnen, maar ook vertegenwoordigers van onafhankelijke bestuursorganen zoals het Zorginstituut, de NZA, de ACM en ZN. Anders bestaat het gevaar dat VWS een akkoord sluit en andere bestuursorganen zich daar weinig van aantrekken.
De cure-delegatie zou ten minste moeten bestaan uit vertegenwoordigers van de Federatie van Medisch Specialisten, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, de Landelijke Huisartsen Vereniging en de eerstelijnskoepel Ineen. Open samenwerking tussen deze vier is niet vanzelfsprekend. Want de eerste twee leiden omzetverlies door zo’n substitutieakkoord en de laatste twee krijgen nog meer werk, wellicht zonder voldoende financiële compensatie. Ik hoop maar dat de vier koepels én de bestuurlijke autoriteiten vooral gaan voor de Triple Aim en niet voor de eigen posities.

Dit is de zesde en laatste aflevering van een serie columns over de verkiezingsprogramma’s van negen zittende politieke partijen. Eerdere afleveringen gingen over overeenkomsten tussen de programma’sconcurrentie tussen zorgverzekeraars, het eigen risico in de Zorgverzekeringsweteen dienstverband voor medisch specialisten en de ouderenzorg.

DELEN
0
33
Guus Schrijvers
Oud-hoogleraar Guus Schrijvers is nog steeds actief in de gezondheidszorg. Hij is auteur van het boek Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel (ondertitel: Voor hetzelfde geld een betere gezondheidszorg). Schrijvers geeft lezingen en workshops en is lid van enkele stuurgroepen en commissies.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.