Gezondheidszorgbeleid: niet meer polderen

Beleid in de gezondheidszorg kwam vaak via polderen tot stand. Het kan ook anders, getuige de commissie-Bos en de kleurboeken van de Belgische Ri de Ridder. Of dit de juiste voorbereidingen zijn? Guus Schrijvers biedt het voordeel van de twijfel aan de alternatieven voor het poldermodel.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
emeritus hoogleraar Guus Schrijvers over betaalbare acute zorg

Onder het Nationaal Preventieakkoord staan zeventig handtekeningen: per koepelorganisatie één. Tijdens de voorbereiding ervan stond het parlement buitenspel. Pas toen het akkoord getekend was, volgde een politieke discussie. Maar die kwam als mosterd na de maaltijd.
Dit is een voorbeeld van polderpolitiek. De regering sluit met maatschappelijke organisaties een overeenkomst. Daardoor verwerft zij bij hen draagvlak en hoopt zo op een hogere kans van implementatie. Een ander recent voorbeeld van polderpolitiek zijn de hoofdlijnenakkoorden die de regering met brancheorganisaties in de zorg heeft gesloten over onder meer de budgettaire groei tot 2022. Buiten de zorg doet het poldermodel zich ook voor. Denk aan het Nederlandse Klimaatakkoord van juni 2019 met meer dan zeventig ondertekenaars en vijf overlegtafels.

Commissies met vooraanstaande voorzitter

De afgelopen maanden deed een nieuwe vorm van beleidsvoorbereiding zijn intrede. Johan Remkes, Hans Borstlap en Wouter Bos stopten met polderen en brachten rapporten uit over respectievelijk klimaatopwarming, arbeidsvoorwaarden en zorg voor zelfstandig wonende ouderen. In hun commissies zaten leden op persoonlijke titel, veelal wetenschappers en andere deskundigen. Hun rapporten kregen grote aandacht van landelijke media en vakpers. Politieke partijen ontvingen de rapporten welwillend. In het veld was de ontvangst minder enthousiast.

Een trendbreuk

Is hier sprake van een trendbreuk? Kunnen we ook ‘zware’ commissies verwachten over de regionale samenwerking van ziekenhuizen, de bestuurlijke inrichting van de zorg voor de jeugd, en de arbeidstekorten in de zorg? Want de zorgpolder komt maar niet tot oplossingen over deze vraagstukken. Ik ben het eens met de regering dat het poldermodel niet werkt bij grote maatschappelijke vraagstukken. Dat ze nu met zware commissies werkt, juich ik toe. Maar er zijn andere opties van beleidsvoorbereiding.

Kleurboeken als alternatief

De Belgische beleidsarts Ri De Ridder bracht eind vorig jaar het boek Goed Ziek: Hoe we onze gezondheidszorg veel beter kunnen maken uit. De Ridder was jarenlang directeur-generaal van het RIZIV, vergelijkbaar met het Zorginstituut Nederland. Hij onderscheidt vier voor mij nieuwe woorden bij beleidsvorming. Het Groenboek (Engels: green paper) is een discussienota die eindigt in enkele scenario’s oftewel beleidsopties. Die krijgt brede verspreiding. Maatschappelijke organisaties, beleidsinstanties, onderzoeksinstituten en burgers krijgen ruimte om te reageren. Hun reacties zijn openbaar. Daarna volgt een Witboek (white paper) van de Belgische regering. Dat sluit aan op het Groenboek en de daarop gegeven commentaren. Regering en parlement nemen een besluit.
De Ridder onderscheidt daarnaast het Zwartboek waarin soms individuele casussen leiden tot grote beleidswijzigingen. Een Nederlands voorbeeld betreft de moeder van Hugo Borst. De beschrijvingen van zoonlief leidden tot 2 miljard extra uitgaven voor verpleeghuiszorg. Tot slot noemt De Ridder het Bruinboek, waarin beleidsvoorstellen worden beoordeeld op de politieke kwaliteiten van Machiavelli: Blijft de regering met deze voorstellen aan de macht? Deugden de groen-, wit- en zwartboeken? Heeft het voorstel binnen en buiten het parlement en bij de bevolking zelf voldoende draagvlak? Auteurs van Bruinboeken zijn aan te treffen onder spindokters, bewindslieden, politieke commentatoren bij massamedia en ook bij columnisten in de vakpers.

Wat is de beste beleidsvoorbereiding?

The proof of the pudding is in the eating. Dit Engelse spreekwoord gaat op bij de beoordeling van het poldermodel, het werk van publiciteit trekkende commissies en uitgebrachte groen- en witboeken. Het is te vroeg om te beoordelen of er met de commissies-Remkes, Borstlap en Bos afscheid is genomen van het poldermodel. Ik hoop dat de beleidsvorming die het meeste bijdraagt aan de verbetering van de volksgezondheid gemeengoed gaat worden. Ik geef de Nederlandse regering en De Ridder het voordeel van de twijfel over hun andere beleidsvorming, want dat polderen is toch wel erg stroperig.

0
495
Guus Schrijvers
Oud-hoogleraar Guus Schrijvers is nog steeds actief in de gezondheidszorg. Hij is auteur van het boek Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel (ondertitel: Voor hetzelfde geld een betere gezondheidszorg). Schrijvers geeft lezingen en workshops en is lid van enkele stuurgroepen en commissies.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.