Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties1

IZA: een uitdagende opgave voor ziekenhuizen

Er is weinig geloof bij de ziekenhuizen dat IZA op korte termijn een echte verandering in gang zet. Ziekenhuizen zijn inhoudelijk positief over het IZA, maar vooralsnog kunnen zij zich door de personele en financiële tekorten onvoldoende richten op de beoogde transitie naar passende zorg.
Walter Kien

De (financiële) lat voor ziekenhuizen is met het Integraal Zorgakkoord (IZA) behoorlijk hoog gelegd. Driekwart van de zorgverkopers en zorgfinancials typeert de maximum groeipercentages voor de komende vier jaar als zeer uitdagend, zo blijkt uit onderzoek van IG&H onder twintig ziekenhuizen. De ziekenhuizen krijgen te maken met een maximum groeipercentage op het macrokader van 1 procent in 2023, dat afbouwt naar 0 procent in 2026. Opvallend is dat ‘slechts’ 5 procent van de ziekenhuizen deze opgave echt als onmogelijk ziet.

Eerst personeel, dan veranderen

De krappe groeiruimtes lijken echter van latere zorg. Want op dit moment hebben ziekenhuizen de grootste moeite om hun afgesproken productie- en patiëntvolumes te halen. De helft van de ziekenhuizen geeft in het onderzoek aan minimaal te twijfelen of zelfs te verwachten het volume niet te halen. Met een hoog verzuim, achterstanden na de pandemie en vertrekkend personeel zijn de huidige zorgvraag en de afgesproken volumes nauwelijks op te vangen.
Het is een logisch gevolg dat personeel de topprioriteit is voor de ziekenhuizen. Boven aan de strategische agenda van ziekenhuizen staat dan ook werving en behoud van personeel. Op de tweede plek optimale benutting van personeel en op de derde plek opschaling van digitale zorg om personeel te ontlasten.

De huidige focus op personeel wringt met de realisatie van de langetermijnverandering uit het IZA. Het IZA bevat een uitgebreide werkagenda voor de regionale zorg naar passende zorg. En bestaat uit thema’s die volgens het IZA op langere termijn ‘lucht’ moeten geven aan de personele werkdruk. De ziekenhuizen zeggen echter regionale samenwerking (plek 6 op de agenda) of passende zorg (plek 7) veel minder als prioriteit te zien. En dus lijkt er op korte termijn weinig te gaan veranderen.

Startschot voor samenwerking

Over de relatie met verzekeraars zijn de meningen verdeeld. Enerzijds zijn er ziekenhuizen die inhoudelijk samenwerken met de zorgverzekeraar en anderzijds ziekenhuizen die dit (nog) maar heel beperkt doen. Ongeveer de helft van de ziekenhuizen verwacht wel dat het IZA zal leiden tot meer samenwerking met de zorgverzekeraars, extra meerjarenafspraken en meer inhoudelijke afspraken. Een op de drie ziekenhuizen verwacht van verzekeraars een vergaande rol als regievoerder van de transitie. Daar staat tegenover dat van alle ziekenhuizen 60 procent wil dat de verzekeraars de veranderingen uitsluitend gaan financieren (en zich er verder niet al te veel mee bemoeien). De ziekenhuizen willen daarbij vooral meer gaan inzetten op transitiegelden.

Contractering

Op dit moment zijn ziekenhuizen en verzekeraars verwikkeld in complexe contracteringsonderhandelingen, die volgens twee derde van de ziekenhuizen scherper zijn dan voorheen. Niet alleen door de personeelstekorten, maar ook door de hoge inflatie, stijgende energieprijzen en cao-onderhandelingen. Door de pandemiejaren is er bovendien weinig referentie-informatie. Dit alles zorgt ervoor dat ziekenhuizen en verzekeraars geen risico’s willen nemen en beide het beste uit de onderhandelingen willen halen.

De toekomst van het ziekenhuis wordt steeds meer bepaald in de zorgcontractering tussen ziekenhuizen en verzekeraars. Uit Fizi-onderzoek van deze maand bleek al dat de meeste zorgfinancials het contracteren als belangrijkste tactische thema van dit moment zien. Dat is begrijpelijk, want naast solide financiële afspraken zijn nu vooral goede afspraken met de verzekeraars nodig over de transitie van de zorg in de regio en het ziekenhuis. Het risico voor ziekenhuizen én verzekeraars die nog te veel in het oude denken blijven hangen (lees: eindeloos onderhandelen over iedere euro) is dat zij achterop raken en niet vooruitkomen. Meer passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met de nadruk op gezondheid, klinkt mooi. Maar is niks waard als dit niet van het papier komt. En daar zijn alle ziekenhuizen én alle verzekeraars voor nodig.

Door: Walter Kien, director IG&H Healthcare

1 REACTIE

  1. Het IZA 2022 is een strategisch intentiedocument op nationaal niveau: een wenkend perspectief voor 5 jaar en verder. In schril contrast daarmee staat het operationeel beleid per jaar per zorginstelling, dat nu de “eindjes” aan elkaar probeert te knopen. Gemist wordt een ( regionaal ) perspectief op tactisch niveau in de eerstvolgende jaren. Randvoorwaarden hierbij is bijvoorbeeld de wenselijke regionale arbeidsmarkt ook in nationaal perspectief (bijv. wo en hbo beroepen zijn minder “regionaal” ). Ook zou een nationale CAO voor verpleegkundigen en verzorgenden IG de thans onwenselijke branche-concurrentie in de zorg kunnen overstijgen. Maar nu staat het “zorginstelling eigen belang” terecht op plaats één bij werving en concurrerend personeelsbeleid voor deze primaire beroepen. De komende CAO onderhandelingen ( loonkloof, schaarste, inflatie ) zullen uitwijzen welke branches hier “op winst” komen te staan. Op dit moment lijkt de opstelling van ActiZ mij het meest vertrouwen te geven!

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.