Blog: Lagerhuis verbetert controle op zorgbeleid: wanneer volgt Nederland?

Begin augustus besloot het Engelse parlement om het zorgbeleid van de regering beter te controleren met behulp van eigen experts en onderzoeken. Gezondheidseconoom Guus Schrijvers licht dat besluit toe. Wat gebeurt er als de Tweede Kamer ook zo gaat werken?

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
emeritus hoogleraar Guus Schrijvers over betaalbare acute zorg

Net als in Nederland houdt het parlement in Engeland zich vooral bezig met kleine kwesties. Dat zijn incidenten met weinig invloed op volksgezondheid of op het budget voor de zorg. Een incident is bijvoorbeeld een misstap van een adviseur voor de lockdown die zich niet aan zijn eigen advies houdt. Het parlement houdt zich ook bezig met hele grote kwesties, bijvoorbeeld de onderfinanciering van de National Health Service.

De commissie Volksgezondheid van het Lagerhuis pleit in haar besluit van 5 augustus dat het parlement zich ook bezig gaat houden met middelgrote beleidsvraagstukken zoals het functioneren van de geboortezorg, de oncologische zorg, de geestelijke gezondheidszorg en patiëntveiligheid. Dat besluit draagt de naam Independent evaluation of progress on Government commitments. 

Wat het Lagerhuis voorstelt

In vijf stappen wil de Engelse parlementaire commissie te werk gaan:

  1. Vaststellen van het te evalueren beleidsonderwerp. De commissie wil slechts één onderwerp tegelijk onderzoeken.
  2. De commissie vraagt de bewindspersoon voor volksgezondheid om de beleidsvoornemens van de afgelopen jaren van de regering en nationale beleidsinstanties op te sommen.
  3. De commissie benoemt drie experts die aan de hand van vier vragen de beleidsvoornemens bijgedragen aan evalueren. De belangrijkste vraag is: in welke mate hadden de beleidsvoornemens een positief effect voor patiënten?
    Het trio laat zich bijstaan door drie tot zes deskundigen uit de kring van professionals, patiëntvertegenwoordigers en zorgonderzoekers. De methode die wordt gebruikt is die van realistic review van Pawson en collega’s. Die komt neer op het gebruiken van verschillende bronnen: interviews, bestaande databestanden en reeds gepubliceerde documenten. De drie experts en hun ondersteuners worden niet betaald.
  4. Het trio geeft per beleidsvoornemen rapportcijfers in vier gradaties: 1 Onvoldoende (inadequate) 2 Kan beter (requires improvement) 3 Goed en 4 Uitstekend (outstanding). Zij rapporteert aan de parlementaire commissie. Een politieke discussie volgt eerst onderling en daarna met de bewindspersoon.

Evidentie

Opmerkelijk is dat Jeremy Hunt dit voorstel indiende. Deze conservatieve politicus was minister voor volksgezondheid van 2012 tot juli 2018. Hij hoopt te bereiken dat het zorgbeleid van de regering voortaan net zo goed op evidentie is gebaseerd als medische behandelingen.

Geboortezorg

Het eerste te evalueren beleidsonderwerpen betreft de geboortezorg. De voorzitter van het genoemd drietal experts is Jane Dacre, de pas afgetreden voorzitter van de Engelse artsenfederatie KNMG. Voorzitter Edward Morris van de Engelse vereniging van gynaecologen en obstetristen heeft het voorstel omarmd. Het departement voor volksgezondheid reageerde afhoudend: de geboortezorg werkt immers toch voortreffelijk?

Betekenis voor Nederland

Graag draag ik enkele beleidsonderwerpen voor die de Tweede Kamer op dezelfde manier onafhankelijk kan laten evalueren:

  1. De hoofdlijnenakkoorden voor diverse zorgsectoren uit 2018
  2. Het preventieakkoord uit 2018
  3. Het functioneren van de geestelijke gezondheidszorg
  4. De samenwerking tussen jeugdzorg, jeugdpsychiatrie, jeugdgezondheidszorg en de huisartsenzorg
  5. Het functioneren van het Persoonsgebonden Budget

Bij elk van deze onderwerpen had de coronapandemie een grote invloed. Bij elk van deze onderwerpen bestaan beleidsvoornemens waarvan de uitvoering vermoedelijk varieert van  uitstekend tot onvoldoende.

Waarom dit ook goed is voor Nederland

Ook het Nederlandse parlement houdt zich vooral bezig met hele grote onderwerpen: partijen zijn bijvoorbeeld voor óf tegen de marktwerking. Ook de bespreking van incidenten komt vaak voor: te weinig testvloeistof op laboratoria die analyseren of coronatesten positieve of negatieve uitslagen hebben.

Natuurlijk moeten beide typen onderwerpen op de politieke agenda blijven. Maar mag er iets meer debat ontstaan over middelgrote onderwerpen op basis van realistische evaluaties? Laat het Nederlandse parlement dit Engelse voorstel eens uitproberen.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.