‘Metsel de Governancecode Zorg niet dicht’

Volgens de Innovatie- en Adviescommissie (IAC) zijn meer handvatten nodig over hoe de Governancecode Zorg in de praktijk moet worden gebruikt. Bas Megens houdt het juridisch kader inzake 'goed bestuur in de zorg' tegen het licht.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Sinds 1 januari 2017 is de Governancecode Zorg 2017 (de Code) van kracht. Deze week bracht de Innovatie- en Adviescommissie (IAC) van de vereniging Brancheorganisaties Zorg (BoZ) een analyse uit van de reflectie van verscheidene zorgaanbieders op twee jaar praktijkervaring met de Code. De voornaamste conclusie van de IAC is dat meer handvatten nodig zijn over hoe de Code in de praktijk moet worden gebruikt.

Sturing

De Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) geven geen uitgebreide aanbevelingen voor de governance van een zorginstelling, anders dan dat een zorginstelling een onafhankelijk toezichthoudend orgaan moet hebben. De Code beoogt wat meer sturing te geven aan dit toezicht.

De Code is nooit bedoeld om als ‘wet’ voor te schrijven hoe zorgaanbieders zich moeten gedragen. In de Zorgbrede Governancecode uit 2010 werd dat tot uitdrukking gebracht door het zogenoemde ‘comply or explain-beginsel’. Ook de Governancecode Zorg maakt duidelijk dat haar principes weliswaar leidend zijn, maar dat in sommige gevallen ‘de toepassing van het principe waar de bepaling bij hoort, gediend [kan] zijn met een goed gemotiveerde en toetsbare onderbouwing van een alternatieve invulling’ van de betreffende bepaling van de Code.

Transparantie

De Code is opmerkelijk genoeg door (externe) toezichthouders gaandeweg wel steeds meer als ‘wet’ gehanteerd. Dat heeft geleid tot een soms te rigide toepassing van de bepalingen van de Code. Dat het CIBG, het overheidsagentschap dat Wtzi-toelatingen afgeeft, wel erg star met de transparantie-eisen voor zorgaanbieders omspringt, werd op deze site eerder al gesignaleerd. Ook de IGJ hanteert de Code strikt. ‘Goede zorg’ verlenen betekent volgens de IGJ niet alleen dat hun bestuursstructuur moet voldoen aan de eisen van het Uitvoeringsbesluit Wtzi, maar ook dat zorgaanbieders alle principes uit de Code hebben geïmplementeerd op een wijze die de IGJ goeddunkt. In een onlangs gepubliceerd onderzoeksrapport verbindt de IGJ aan het niet voldoen aan de Code de conclusie dat de verplichting tot het verlenen van ‘goede zorg’ is geschonden.

Wetten

Een uit het oogpunt van zelfregulering opgestelde Code met principes waarvan de uitvoering niet in steen gebeiteld staat, is toch ‘via de achterdeur’ een door externe toezichthouders afdwingbare verplichting geworden. Niet alleen is de Code daarvoor niet bedoeld; het is ook helemaal niet nodig. De wetgever trekt zich immers het waarborgen van ‘goed bestuur in de zorg’ ook aan:

  • De voorgestelde Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) schept de mogelijkheid voor externe toezichthouders om eerder in te grijpen wanneer de bestuursstructuur van een zorgaanbieder niet op orde is. Opvallend is dat de wetgever de mogelijkheid openlaat om bij algemene maatregel van bestuur nadere ‘governanceregels’ te stellen. Het is nog niet bekend of dergelijke regels zullen worden gesteld, maar de wetgever lijkt wel het primaat over (de controle op) de inrichting van de governance aan de zorgaanbieders zelf te willen laten.
  • In de voorgestelde Aanpassingswet Wtza (Awtza) worden maatregelen genomen die de NZa in staat stellen sterker te handhaven richting zorgaanbieders op het hebben van een transparante bedrijfsstructuur en financiële bedrijfsvoering.
  • Het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen beoogt de regels voor stichtingen goeddeels gelijk te trekken met de regels die al voor bv’s en nv’s gelden inzake (i) de uitgangspunten die bestuurders en commissarissen bij de vervulling van hun taak in acht moeten nemen, (ii) hun positie ingeval van een tegenstrijdig belang en (iii) de regels over hun aansprakelijkheid. Omdat veel zorgaanbieders nog altijd de vorm van een stichting hebben, zal daarmee voor hen duidelijker worden op welke wijze zij hun governance moeten vormgeven.
  • Het wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorgaanbieders beoogt (onder meer) zorgaanbieders te verplichten om elke vorm van belangenverstrengeling binnen hun organisatie te voorkomen, om de positie van de onafhankelijke interne toezichthouder bij zorgaanbieders te versterken en om de intrekking van de Wtza-vergunning mogelijk te maken als een zorgaanbieder niet integer handelt.

Het juridisch kader over governance in de zorgsector zal op termijn dus door een aantal wetten stevig worden beïnvloed. De spelregels voor zorgaanbieders zullen veel meer dan nu het geval is dwingend zijn voorgeschreven en de toepassing van de Governancecode Zorg zal daarmee gaan schuiven. De zorgsector is zeker gebaat bij aanwijzingen voor praktische uitvoering daarvan (gelijk de IAC constateert), maar externe toezichthouders zouden moeten waken voor het te veel dichtmetselen van de ‘governanceregels’.

Bas Megens is advocaat bij Brande & Verheij LLP. 

1 REACTIE

  1. Goed, Bas, dat je toezichthouders aanspoort om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de verdere invulling van hun governance spelregels. We moeten ons verzetten tegen de voortgaande trend dat wantrouwen de voedingsbodem wordt voor wetgeving. We bouwen een traliewerk van regels om zowel de burger als instellingen vanuit wantrouwen, vanuit het idee dat ieder risico met regels is weg te nemen. En gevangen in ‘kooitjes’ van regels verliezen we de creativiteit en het ondernemerschap dat de basis is geweest voor onze welvaart.
    Ik blijf er maar op hameren.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.