De oplossing voor het wachtlijstenprobleem voor de meest kwetsbaren ligt niet in nóg meer tijdelijke programma’s of pilots, maar in het herstellen van die fundamentele weeffout.
Een goede bedoeling met grote gevolgen
De geestelijke gezondheidszorg (ggz) is een aantal jaren terug flink op de schop gegaan. De bedoeling was goed: zorg dichter bij de cliënt organiseren, meer maatwerk leveren en eerder ingrijpen om zwaardere zorg te voorkomen. Maar hoe pakt dat uit voor mensen met complexe psychische problematiek – de groep die vaak langdurige, intensieve en domeinoverstijgende zorg nodig heeft? Waar de zorg vroeger grotendeels via de AWBZ werd betaald, ging in 2008 de curatieve ggz voor volwassenen over naar de Zorgverzekeringswet (Zvw).
In 2015, toen de AWBZ werd afgeschaft, werd dit verder uitgebreid: behandeling valt nu onder de zorgverzekering, terwijl langdurige begeleiding en beschermd wonen via de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Wmo lopen. Voor de jeugd-ggz ging in datzelfde jaar de verantwoordelijkheid over naar de gemeenten via de Jeugdwet. Het resultaat: een relatief kleine groep met Wlz-indicatie en een veel grotere groep die hun zorg moet organiseren via de Zvw, Wmo of Jeugdwet. Dat leidt tot financiële knelpunten, vertraagde doorstroom en lange wachtlijsten. Niet voor mensen met lichte problematiek. Nee, juist voor de mensen met de meest ingrijpende, langdurige zorgbehoefte.
Een verloren groep in het systeem
Het gaat om mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, vaak met bijkomende somatische, verslavings- of verstandelijke problematiek. Hun zorgbehoefte is langdurig, maar hoeft niet altijd blijvend te zijn. Herstel en zelfredzaamheid zijn dan op termijn weer mogelijk, juist dankzij passende intensieve zorg. Behandeling, begeleiding, toezicht en verblijf lopen daarbij in elkaar over. In het huidige stelsel valt dat uiteen in drie financieringsdomeinen, waardoor niemand meer eindverantwoordelijk is. Gemeenten verwijzen naar zorgverzekeraars, verzekeraars naar gemeenten – en de cliënt valt ertussen.
De gevolgen van het huidige systeem zijn pijnlijk zichtbaar. Volwassenen en kinderen met ernstige psychiatrische aandoeningen wachten het langst op passende zorg. Of wonen in een omgeving die niet veilig of geschikt is. Los van hun persoonlijke leed komt er ook steeds meer druk en hoge kosten op allerlei andere onderdelen van de zorg zoals huisartsen en de acute zorg. Gemeenten kampen met tekorten en beperkte expertise, terwijl zorgverzekeraars moeite hebben om langdurige, niet-herstelgerichte zorg te contracteren binnen hun jaarlijkse inkoopmodellen. Daarbovenop betekenen deze groep verzekerden verlies voor de verzekeraars aangezien de risicoverevening niet voldoende dekkend is.
Een weeffout die te herstellen is
De Wet langdurige zorg is ontworpen voor precies dit type zorg: langdurig, integraal en gericht op kwaliteit van leven. Binnen de Wlz kunnen behandeling, begeleiding en verblijf wél samen worden georganiseerd. Met continuïteit van professionals en structurele financiering via zorgkantoren. Dat voorkomt afschuiving tussen domeinen en maakt duurzame zorgrelaties mogelijk. De Wlz wordt op dit moment alleen toegepast voor mensen met een blijvende zorgbehoefte.
Toch staat de wet zelf het niet in de weg om deze zorg ook tijdelijk in te zetten voor mensen die intensieve ondersteuning nodig hebben. Het vraagt slechts om een aanpassing van de toelatingscriteria. Het recente IBO-rapport Mentale Gezondheid en ggz bevestigt dat structurele verandering onvermijdelijk is. Wat daar echter niet wordt genoemd, is dat de Wlz een bewezen kader biedt om dat te realiseren: één financiering, één verantwoordelijke, en ruimte voor menselijkheid.
Een morele en beleidsmatige keuze
Het terugbrengen van langdurige psychiatrische zorg naar de Wlz is geen stap terug, maar een stap naar volwassenheid in ons zorgstelsel. Het zegt dat we accepteren dat sommige mensen langdurig en soms zelfs blijvend kwetsbaar zijn – en dat ook hún leven zorg en waardigheid verdient. Zorg is niet altijd gericht op genezing. Soms is goede zorg simpelweg: goed leven mogelijk maken.
Door Pien Naber-van Aken, interim programmamanager voor transitievraagstukken in de zorg


Begrijp ik nu goed dat ambulantisering van de zorg voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening is mislukt, en dat alleen het stelsel hier de oorzaak van is?
Je hebt helemaal gelijk Pien.
De (verkeerde) reden dat de GGZ (-Nederland) destijds overging naar de ZvW was om een korting die was aangekondigd voor alle AWBZ sectoren te vermijden. Omdat de GGZ behandeling in de ZvW ging vallen werd in die tijd ook de DBC methodiek ingevoerd voor GGZ patiënten; zoals iedere expert al voorspelde werd dat een gekunsteld gedrocht. Het vreemde was dat het hele veld toen tegen was, maar toch werd deze wanconstructie doorgevoerd met alle gevolgen van dien.
Hans Kevenaar, voormalig bestuurder in de GGZ