De discussie over winstuitkering door zorgaanbieders wordt de laatste maanden weer in alle hevigheid gevoerd. In oktober 2025 oordeelde de Raad van State dat het winstuitkeringsverbod voor medisch-specialistische zorg niet consistent en coherent wordt toegepast. De minister had Radiology Holland geen toelating gegeven omdat deze zorgaanbieder van plan was winst uit te keren. Die weigering was in strijd met Europees recht, aldus de Raad van State. Dat is een forse uitspraak die de minister dwingt zich te bezinnen of en op welke wijze for-profit ondernemerschap in de zorg gereguleerd moet worden. Hij liet de de Tweede Kamer weten dat het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz), dat enkele maanden daarvoor was ingediend, teruggaat naar de tekentafel.
Lappendeken
Het debat over de rol van for-profit aanbieders in de Nederlandse zorg en hoe dat gereguleerd wordt, is nooit goed gevoerd en zeker nooit afgerond. Een gefragmenteerde discussie levert een gefragmenteerd wettelijk kader op. Het is een lappendeken: de ziekenhuisapotheek mag geen winst uitkeren, de gewone apotheek wel. Het ziekenhuis kan aandeelhouders geen rendement op geïnvesteerd vermogen bieden, de medisch specialisten die werken in datzelfde ziekenhuis zijn aandeelhouder van hun eigen BV en krijgen de winst. Er is geen touw aan vast te knopen.
Omzeilen
Ondertussen trekt de praktijk zich van deze discussie niet zoveel aan – het winstuitkeringsverbod kan eenvoudig omzeild worden. En de patiënt weet zijn weg naar zelfstandige klinieken inmiddels goed te vinden; 1,3 miljoen patiënten in 2024. Dat leidt er echter niet toe dat er grote winsten worden gemaakt. De totale zorgbestedingen bedroegen in 2024 123 miljard euro en er werd 311 miljoen euro aan dividend uitgekeerd – dat is zo’n 0,25 procent. De juridische werkelijkheid dwingt de minister en de Tweede Kamer winstuitkering toe te staan.
De wezenlijke vraag is: welke regels horen daarbij? Hoe zorgen we dat degenen die in de zorg investeren de publieke belangen van kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid op de lens hebben en hun gedrag daarop afstemmen? Hoe kan lange termijn waardecreatie het doel worden en korte termijn winstbejag verbannen worden?
Irrationele variabele
De NZa legt met de publicatie van de Informatiekaart Dividenduitkering in de Zorg de nadruk op één variabele: het weerstandsvermogen. Dat is het eigen vermogen gedeeld door de omzet van het bedrijf en komt uit het wetsvoorstel Wibz. De NZa vermeldt dat die norm in de financiële sector wordt gehanteerd. Enigszins alarmistisch signaleert de NZa dat in 47 procent van de gerapporteerde gevallen van dividenduitkeringen de instelling niet voldoet aan de norm van 15 procent. Dat ging al snel een eigen leven leiden, zelfs het FD sloeg alarm.
De NZa voegt echter een irrationele variabele toe aan de discussie. Natuurlijk mag winstuitkering niet ten koste gaan van de continuïteit van de zorg. Daarvoor zijn in de wet voor de BV al waarborgen opgenomen. Een absolute norm voor het weerstandsvermogen zoals de minister heeft voorgesteld en de NZa die hanteert, komt daar niet in voor. En daar zijn goede redenen voor. Geen één onderneming is gelijk en de afweging of dividenduitkering verantwoord is, kan het beste op het niveau van de onderneming plaatsvinden. Een apotheek of fysiotherapeut langs dezelfde lat leggen als een financiële instelling, zoals de NZa doet, is niet zinvol.
Arbitraire norm
Bovendien is de norm van 15 procent nogal arbitrair. De NZa hanteert voor een huisartsdienstenstructuur een maximum Reserve Aanvaardbare Kosten (RAK) van 10 procent. Overstijgt de RAK de 10 procent, dan moet de huisartsdienstenstructuur het surplus terugbetalen. Als 10 procent voor een huisartsdienstenstructuur voldoende is, waarom zou een for-profitaanbieder dan een weerstandsvermogen van 15 procent moeten houden? De NZa verbiedt de ene aanbieder waartoe zij de ander verplicht. Ook gemeenten gaan in het sociaal domein een vermogen van meer dan 10 procent van de omzet tegen. Kennelijk wordt 10 procent daar genoeg gevonden om de continuïteit te waarborgen.
Publiekrechtelijk toezicht op dividenduitkering in de zorg is, gegeven de publieke belangen, gerechtvaardigd. Het wetsvoorstel Wibz doet een aantal goede voorstellen. Een focus op one size fits all met de nadruk op één bedrijfseconomische ratio helpt het debat echter niet verder.
Door Klaas Meersma, bestuurder Stichting VIZO

