Onderdeel van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is proactieve zorgbemiddeling in de medisch-specialistische zorg door de zorgverzekeraars. De gedachte is dat door proactieve bemiddeling van patiënten die op een wachtlijst staan die langer is dan de Treeknorm, de wachttijden voor patiënten worden verkort.
Hoewel het evident is dat een (te) lange wachttijd kan leiden tot gezondheidsschade, zijn er kritische kanttekeningen te plaatsen die de vraag oproepen in hoeverre zorgbemiddeling een bijdrage levert aan, of zelfs haaks staat op, andere AZWA-doelen. Zoals het betaalbaar houden van zorg, verlaging van administratieve lasten en inzet op passende zorg.
Potentie versus passender zorgverlening
- Er lijkt geen inschatting gedaan te zijn van enerzijds investeringen en bijbehorende administratieve lasten en anderzijds de potentie van bemiddeling. De verwijzingsmaatregel veronderstelt dat er sprake is van regionale discrepanties tussen zorgvraag en zorgaanbod. Hoewel dit voor bepaalde specialismen het geval zal zijn, is de problematiek van (te) lange wachttijden deels een landelijk probleem. Denk aan poliklinische zorg op Oogheelkunde en MDL en voor behandelingen zoals het verhelpen van hartritmestoornissen en blaasverzakkingen bij vrouwen. De oplossing moet hier niet in bemiddeling gezocht worden, maar in passende(r) zorgverlening.
Wachttijd kan bijdragen aan passende zorg
- Een wachtlijst is soms een effectieve manier om uitvoering te geven aan passende zorg. Sommige klachten kunnen relatief weinig kwaad en verdwijnen vanzelf. Voor (semi-)urgente klachten zijn ook bij langere wachttijden spoedplekken bij zorgaanbieders beschikbaar. Of maakt de medisch specialist vooruitlopend op consultatie in het ziekenhuis afspraken met de huisarts over passende maatregelen. Reflectie op en onderzoek naar passende(r) lengte van wachtlijsten zou daarmee effectiever kunnen zijn dan rücksichtsloze bemiddeling. Interessant genoeg sluit deze zienswijze aan bij het AZWA, want daarin staan deze normen zelf ter discussie.
Financiële facilitering en extra lasten
- De bemiddelingsmaatregel kan bij impact tot grote zorgverschuivingen tussen zorgaanbieders leiden, waarvoor tussentijdse contractaanpassingen noodzakelijk zijn. Zo zal bij een aanneemsomafspraak de zorgaanbieder gecompenseerd willen worden voor een toestroom van patiënten. Is die compensatie onvoldoende, dan kunnen verwezen patiënten teleurgesteld worden, of kan de zorgaanbieder financieel gestraft worden voor het helpen van extra patiënten. Hoewel zorgverzekeraars zullen aangeven hun best te doen om passende afspraken te maken, leert de ervaring dat dit in een stelsel met bilaterale contractering niet eenvoudig is en extra lasten oplevert.
Inspraak en bereidheid patiënt
- De plannen vragen dat de patiënt in staat is om de wenselijkheid van bemiddeling weloverwogen te beantwoorden. Denk aan informatie over de geboden kwaliteit van zorg en eventuele praktische consequenties. Het is de vraag of de patiënt hier voldoende toe geëquipeerd is en of de voorlichting vanuit zorgverzekeraars hierin voorziet. Zelfs bij een goede voorlichting kunnen reisbereidheid en de (behandel)relatie met een zorgaanbieder remmend werken.
Beweging naar zbc
- Potentieel zullen er ook extra patiënten bemiddeld gaan worden naar zelfstandig behandelcentra (zbc’s). Hoewel dit niet per definitie ongewenst is, kan deze beweging bestaande vraagstukken – zie actualiteit – wel vergroten. Denk aan de financiële impact van de afwijkende patiëntenpopulatie die zbc’s behandelen, de noodzaak van voldoende aandacht voor passende zorg en de bijdrage die vanuit zbc’s nodig is om beschikbaarheidsfuncties in ziekenhuizen in stand te houden.
Risico kostenstijging
- Indien patiënten na een polikliniekbezoek elders alsnog kiezen voor behandeling bij de eigen zorgaanbieder (of andersom), ontstaat het risico op dubbele handelingen en/of zorgkosten. Zeker nu de randvoorwaarden voor digitale gegevensuitwisseling nog onvoldoende zijn ingevuld, zoals ook gesteld door de Federatie Medisch Specialisten (FMS) in het concentratie- en spreidingsdossier.
Risico kwaliteit en samenwerking
- Niet iedere wachtende leent zich voor bemiddeling. Waar bij een monodisciplinaire klacht bemiddeling kan bijdragen aan toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg, kan bemiddeling bij een multidisciplinaire klacht juist negatief uitpakken. Veel (chronische) zorg wordt verleend als ketenzorg. Bemiddeling van een patiënt voor polibezoek buiten deze keten zal niet alleen niet bijdragen aan kwaliteit van zorg maar ook forse tijdsinvestering vragen van de specialist naar wie wordt bemiddeld. Het bemiddelen van patiënten naar buiten de regio kan hiermee op systeem- en/of individueel niveau een negatieve impact hebben op het ‘passend’ organiseren van ketenzorg.
Deze kritische kanttekeningen ontslaan alle betrokkenen vanzelfsprekend niet van de plicht om aan de slag te gaan met de wachttijdenproblematiek. Echter de in het AZWA gekozen route kent risico’s en is op onderdelen contrair aan de doelstelling om zorg toegankelijker te maken.
Door: Marcel Vrijhoeven en Elsbeth Taminiau, beiden werkzaam in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis


Hierover kan je m.i. pas zinvolle uitspraken doen wanneer je een specifiek gezondheidsprobleem en het volume en de verdeling van een specifiek, passend aanbod hiervoor in een omschreven regio in beschouwing neemt. Het ‘schuren’ met andere doelen is onvermijdelijk: het komen tot een optimale zorg gegeven een beschikbaar budget vraagt steeds een trade-off, een afwegen, tussen verschillende waarden en/of belangen, zoals snelheid versus kost, toegankelijkheid versus afstand, investering versus opbrengst, bv. in termen van ‘hoeveel meer mensen zijn hiermee geholpen?’ en wat zijn de opportuniteitskosten? In ieder geval zullen bij dergelijke experimenten de DATA richtinggevend moeten zijn. Een benadering waarbij wachtenden minder aan hun lot worden overgelaten en waarbij de ‘vrije capaciteit’ op zoek gaat naar de wachtende lijkt me wel het verkennen waard.