De recente uitspraak van de rechter over de toepassing van de Wet Bibob bij de inkoop van Wlz-zorg maakt die discussie actueler dan ooit. De rechter oordeelde dat er daarvoor op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat. Maar de belangrijkste vraag is niet van technisch-juridische aard, de vraag moet zijn: waarmee bereiken we in de strijd tegen zorgfraude het meeste effect?
Lees ook op Zorgvisie: Zorgcriminaliteit: draai de kraan dicht en begin met dweilen
De aandacht voor zorgfraude is de afgelopen jaren toegenomen. De samenleving mag verwachten dat premie- en belastinggeld terechtkomt waar het voor bedoeld is: bij goede zorg. De Wet Bibob kan daarin een belangrijke rol spelen. De discussie is niet óf de Wet Bibob beschikbaar moet zijn, maar wel wanneer en hoe je het instrument inzet. Bibob is bedoeld voor situaties waarbij daar aanleiding voor is, niet als standaardcontrole voor iedere zorgaanbieder.
Een zorgbestuurder is immers geen verdachte omdat zij bestuurder is. Wie van een uitzonderlijk instrument een routine maakt, behandelt alle aanbieders alsof zij een risico vormen. Dat is niet alleen onwenselijk, maar ook weinig effectief. De echte vraag is hoe het mogelijk is dat malafide partijen überhaupt toegang krijgen tot de zorg. Als een organisatie eenmaal actief is, cliënten ondersteunt en publieke middelen ontvangt, is het al te laat. Daarom moet de aandacht veel meer uitgaan naar de toegang tot de zorgmarkt.
De toegangspoort kan en moet sterker
De zorg en ondersteuning voor ouderen en chronisch zieken vraagt niet om steeds meer nieuwe toetreders en versplintering van het zorglandschap. De grote uitdagingen liggen juist bij meer samenwerking en samenhang om te komen tot passende zorg. In deze beweging is het noodzakelijk kritisch te kijken naar wie toegang krijgt tot publiek gefinancierde zorg. De toekomst van de zorg zit niet in steeds meer nieuwe toetreders, maar vooral in het versterken van de samenhang.
De Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) is daarvoor de logische plek. De huidige toegangspoort biedt onvoldoende mogelijkheden om malafide partijen vóór toetreding tot de zorgmarkt te weren. De nadruk (door het CIBG) ligt nog te veel op het voldoen aan formele voorwaarden en te weinig op de vraag met wie overheid, gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars feitelijk zakendoen.
Wij zien het als noodzakelijk om een stevigere toets aan de voorkant in te richten. Meer zicht op bestuurders, eigenaren en uiteindelijk belanghebbenden. Meer aandacht voor financiële constructies en voor de deskundigheid en governance van nieuwe aanbieders. Om zo te voorkomen dat integere aanbieders de gevolgen ondervinden van een kleine groep malafide partijen.
Zet zware instrumenten in waar dat nodig is
Een effectieve aanpak vraagt daarnaast om betere samenwerking tussen gemeenten, zorgkantoren en -verzekeraars, toezichthouders en andere betrokken instanties. Relevante informatie is nu vaak versnipperd, waardoor risico’s soms te laat worden herkend. Als de toegangspoort beter wordt ingericht en relevante informatie beter wordt gedeeld, kunnen zware instrumenten zoals de Wet Bibob veel gerichter worden ingezet. Juist daar waar sprake is van concrete risico’s, twijfel over integriteit of opvallende financiële constructies, komt Bibob tot zijn recht als krachtig instrument.
De discussie over zorgfraude moet dus minder gaan over steeds nieuwe controles achteraf en meer over de vraag hoe we de toegang tot de zorg verstandig organiseren. Daar ligt de grootste winst. Niet door iedere zorgbestuurder als verdachte te behandelen, maar door aan de voordeur beter te bepalen wie we binnenlaten. Dat is beter voor de zorg, beter voor belastinggeld en uiteindelijk beter voor het vertrouwen in de sector.
Anneke Westerlaken, voorzitter ActiZ


Het is bijzonder dat dit nog steeds speelt terwijl hier al jaren over wordt gesproken.Waarom kan dit zo lang blijven voortbestaan?
Waarom kan iemand die aantoonbaar een risico vormt uberhaupt opnieuw toegang krijgen tot publiek zorggeld? Dit is een systeemvraag en in de praktijk blijkt dat de politiek systeemvragen moeilijk vinden en dan maar weer een controlemaatregel aankondigen. Het probleem daarbij is dat de toegang tot de zorg via verschillende partijen loopt en iedereen een stukje controleert maar niemand verantwoordelijk is voor de vraag; “Kunnen wij deze partij veilig toegang geven tot publiek zorggeld?” De oplossing hiervoor wordt ingewikkelder gemaakt dan het probleem. We hebben een probleem met een eenvoudige kern; Wie krijgt toegang tot publiek geld en is die partij betrouwbaar? Daaromheen ontstaat vervolgens een enorm bouwwerk van wetten, formulieren, toezicht, controles, gegevensuitwisseling, verantwoordingsregels, uitzonderingen en instanties. En vervolgens blijkt dat het systeem nog steeds onvoldoende werkt. Het kabinet heeft daarom opnieuw een groot pakket aangekondigd; strengere screening, uitbreiding Bibob, meer fysieke controles, meer gegevensdeling en extra opsporingscapaciteit etc. We zijn dus weer bezig het controleapparaat rond het probleem uit te uitbreiden. ActiZ zeg nu: kijk eerst wie je binnenlaat, voordat je iedereen achteraf gaat controleren. Dit is niet nieuw maar de politiek vind iets doen vaak gemakkelijker dan het systeem anders te ontwerpen. Een nieuwe wet, extra controle of extra budget is zichtbaar. Een fundamentele herinrichting van verantwoordelijkheden is veel ingewikkelder. Dan moet je erkennen dat bestaande organisaties, procedures en regelgeving onvoldoende functioneren dus bestrijden we het falen met nog meer bureaucratie. Dat levert activiteit op maar geen noodzakelijk resultaat. De overheid zegt zelf dat de voordeur beter moet maar tegelijkertijd is de reactie; meer screening + meer Bibob + meer fysieke controles+meer gegevensdeling+meer toezicht + meer opsporingscapaciteit. Maar niet iedereen hoeft gecontroleerd te worden omdat sommige frauderen. Als we over 10 jaar nog steeds artikelen schrijven over het belang van fraudebestrijding aan de voordeur, hebben we niet een fraudeprobleem maar een veranderprobleem. We weten al vele jaren wat er moet gebeuren maar zijn schijnbaar niet in staat of bereid om het systeem daarop daadwerkelijk in te richten. Waarom onze overheid zo goed is in het signaleren van systeemfouten maar zo slecht is in het daadwerkelijk vereenvoudigen en herontwerpen van het systeem heeft mogelijk te maken met de korte termijnpolitiek en het profileren op korte termijnen. Het is jammer dat we hierdoor geen steek opschieten en de problemen blijven en we een steeds grotere overheid krijgen.