Soms is dat terecht; als het om mensenlevens gaat, wil je risico’s voorkomen of op zijn minst kunnen verantwoorden. Soms lijkt het echter een reflex. Een nieuwe werkwijze kan op weerstand stuiten, simpelweg omdat die nieuw is. ‘We hebben het altijd zo gedaan’, is een adagium dat nog altijd op veel plekken in de zorg klinkt.
Wie zorgverleners weet te verleiden om een nieuw instrument op te pakken, zich daarin te bekwamen en dat hardop uit te dragen, stuit op een tweede hobbel. In de zorg wordt vernieuwing en verbetering niet altijd op waarde geschat, maar ook niet evenredig beloond. Door minder zorg te leveren of een ander soort zorg te leveren, schiet een zorgorganisatie zichzelf financieel in de voet. Dank voor de besparingen en de maatschappelijke baten, maar dat zijn geen zorgverrichtingen en kunnen niet gedeclareerd worden bij uw verzekeraar/zorgkantoor/overheid.
Zwabberbeleid
En als het nou eens duidelijk werd wat de overheid van de zorgaanbieder vraagt, zou dat ook een hoop schelen. Zwabberbeleid is een woord dat de afgelopen tijd weer in zwang is. Mogen zzp’ers nu wel of niet in de zorg werken? In welk potje zit het geld voor nieuwe woonzorgvormen ook alweer? Willen we nu wel of geen expertisecentra voor de behandeling van post-covid? Er zijn tal van voorbeelden te noemen waarbij met name vanuit politiek Den Haag niet altijd even uitlegbare besluiten worden genomen.
Voor die leider in de zorg die verandering of zelfs verbetering nastreeft is er echter ook veel inspiratie en steun op te halen. De zorgwerkvloer kan een broedplaats van creatieve oplossingen voor de toekomst zijn. Als zorgverleners vertrouwen ervaren en erkenning van hun kennis en kunde, zullen zij die maximaal willen inzetten. Als zij aan de bel trekken en geen gehoor krijgen bij misstanden zullen zij gauw op zoek gaan naar een betere leidinggevende.
Afbreukrisico
Er zijn veel lessen die een bestuurder kan opdoen door simpelweg de mensen te ontmoeten die aan het bed staan of op een andere manier de organisatie feitelijk draaiende houden. Maar dan moet meneer of mevrouw de bestuurder wel de bestuurskamer uit durven komen. Ja, er is een afbreukrisico. Misschien kijken ze wel dwars door je heen. Misschien zijn ze niet onder de indruk van je. Maar dat risico zou als leider in de zorg niet moeten mijden.

