Waarom het maar niet wil opschieten met e-health

Wat is er overgebleven van de in 2014 door de overheid geformuleerde ambities om e-health prominent op de kaart te zetten? Allan Vafi, vaatchirurg en zorgondernemer en lid van VvAA, heeft antwoorden verzameld.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De kwaliteit, betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de zorg staan op het spel. Personeelstekorten stapelen zich op, de werkdruk neemt toe evenals de wachtlijsten en patiënten vallen tussen wal en schip. Iedereen is het er over eens dat ‘het roer om moet’, maar niemand neemt de regie.

E-health zou het antwoord zijn op velerlei problemen die in de zorg spelen. Uit de eHealth monitor 2019 van Nictiz bleek echter dat de overheidsdoelen nauwelijks gehaald zijn. Christel Don, journaliste, vraagt zich in het FD terecht af waar de e-health revolutie blijft. Er wordt veel over e-health gepraat, maar in de praktijk is er weinig van te merken. Toch zijn er duidelijke voorbeelden van veelbelovende digitale toepassingen als telemonitoring, teleconsulten, informatieve interactieve websites en platforms, sensoren, zorgrobots, gezondheidsapps en een virtuele dokter op je smartphone.

Opschaling

Op de één of andere manier hapert het bij de verdere opschaling en implementatie. De digitale technologieën zijn ruim voorhanden, de markt vertegenwoordigt een gigantische waarde, de industrie staat te trappelen, landelijke consultantbureau’s presenteren doemscenario’s voor ziekenhuizen die niet meegaan in de digitale hype. Waarom lijkt er niets te gebeuren? Is het een kwestie van opleiding, kennisachterstand bij professionals, gaat het om privacy vraagstukken die de voortgang belemmeren?

Christel Don vraagt het in haar artikel aan zorgprofessionals. Zij geven aan dat de techniek regelmatig niet goed meewerkt, de toepassingen niet altijd goed zijn ingebed in de dagelijkse praktijk en dat de werkdruk eerder toeneemt dan afneemt. Niels Chavannes, huisarts en hoogleraar e-health toepassingen bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), voegt hier nog aan toe dat voor het gros van de toepassingen geen bewijs is dat het werkt en of de claims wel kunnen worden waar gemaakt.

Wetenschappelijk onderbouwde voorbeelden

Er is behoefte aan wetenschappelijk onderbouwde voorbeelden van digitale toepassingen. Dus niet meegaan met de hype, maar behoefte aan onderbouwing en degelijkheid van nieuwe technologieën in de patiëntenzorg. Implementatie zal sterk afhangen van het vertrouwen en commitment van de zorgprofessionals op de werkvloer. Het van bovenaf opleggen van digitale technologie zal meestal leiden tot weerstand en daarmee geen draagvlak creëren voor introductie. Hoe dan wel?

Platforms voor innovatie

De AMA (American Medical Association) heeft een eigen innovatieplatform opgericht, het Physician Innovation Platform (PIN). Het legt vanuit de beroepsgroep een verbinding legt tussen zorgprofessionals en technologische startups en ondernemingen. Op deze manier, door middel van research en via gesprekken met artsen die actief zijn op het platform, heeft de AMA ervaring opgedaan hoe zorgprofessionals en studenten Geneeskunde het best betrokken kunnen worden bij innovatie. Michael Hodgkins, MD, CMIO van de AMA, schrijft hierover in het artikel ‘How to engage physicians in innovative Healthcare efforts’. Op basis van eigen onderzoek komt de AMA met enkele aanbevelingen om zorgprofessionals beter te betrekken bij innovatie.

1. Betrek zorgprofessionals al vroeg en frequent bij de ontwikkeling van digitale toepassingen om van hen input te krijgen over functionaliteit, het nut voor de patiënt en inbedding in de medische praktijk.

Dit voorkomt vaak foute beslissingen bij de ontwikkeling van het product door gebrek aan kennis over hoe de medische praktijk in werkelijkheid functioneert. Artsen kennen bovendien hun patiënten en kunnen technologische startups helpen bij het begrijpen hoe hun producten van invloed zijn op patiëntenzorg en op welke manier patiënten zich betrokken voelen. Bovendien bevordert het vroegtijdig betrekken van zorgprofessionals het draagvlak om een bepaalde technologie in de medische praktijk te introduceren

2. Werk met verschillend invalshoeken om ervoor te zorgen dat het product ook voldoet aan een bepaalde behoefte.

De expertise en inbreng van de zorgprofessional is van cruciaal belang. Technologische ondernemingen hebben deze input nodig. Vragen over hoe bepaalde technologieën in de medische praktijk vorm gaan krijgen kunnen zo van tevoren beantwoord worden.

3. Respecteer de tijd, inzet en expertise van de zorgprofessional. Houd rekening met het feit dat zorgprofessionals vaak tijd voor opofferen die zij anders aan patiëntenzorg zouden hebben besteed.

De meest succesvolle interactie vindt plaats als de verwachtingen over hoe het probleem moet worden opgelost op één lijn liggen, als er onderling goed gecommuniceerd wordt en er een compensatie is voor de tijd en inzet van de zorgprofessional. Toon ook blijk van waardering door de zorgprofessional op de hoogte te houden van de verdere voortgang en het belang van zijn inbreng hierbij.

Ook de Federatie Medisch Specialisten (FMS) kent sinds 2017 een Platform Innovatie, bij de wetenschappelijke verenigingen is met name de NIV (Nederlandse Internisten Vereniging) hier actief mee bezig. Hoe betrek je nu artsen bij innovatie? De betrokkenheid van zorgprofessionals  is cruciaal bij het succesvol implementeren van e-health toepassingen.

Betrokkenheid

Ik denk dat daadwerkelijke betrokkenheid vanuit de beroepsgroep misschien niet direct tot een revolutie, maar wel voor versnelling van e-health zou kunnen gaan zorgen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over betrokkenheid vanuit de patiënten, waar het in feite allemaal om draait.

Verder heb ik zo’n idee dat er vaart zal worden gemaakt met de implementatie van e-health als de wetenschappelijke verenigingen op basis van kwaliteitsbeleid, protocollen en richtlijnen zouden uitvaardigen dat bijvoorbeeld 20 procent van de praktijkvoering op digitale wijze zou dienen te geschieden. Met digitale praktijkvoering bedoel ik dan uitdrukkelijk niet de digitale ondersteuning van de administratieve taken, maar digitale praktijkvoering in de zin van het gebruik maken van telemonitoring, teleconsulting, informatieve websites, etcetera. Toetsing van deze richtlijn kan dan plaatsvinden via kwaliteitsvisitaties en consequenties hebben met betrekking tot accreditatie, certificering en herregistratie. Elders succesvolle initiatieven zullen dan ook sneller worden overgenomen.

Allan Vafi, vaatchirurg en zorgondernemer en lid van VvAA

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.