Zorgaanbieders, hoed u voor de nieuwe plichten Wtza

De Tweede Kamer heeft op 11 februari de wetsvoorstellen voor de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet toetreding zorgaanbieders (Awtza) aangenomen. Beide voorstellen zijn meermaals geamendeerd, ook tijdens de stemming in de Tweede Kamer nog. Bas Megens maakt de stand op.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Wanneer de voorstellen naar de Eerste Kamer gaan, zal een integraal gewijzigd voorstel van wet worden gepubliceerd. Dat de voorstellen ook door de Eerste Kamer komen is een niet op voorhand gelopen race, zo leert de geschiedenis, waar het op zorgwetten aankomt. Toch is het een goed moment om de verplichtingen die de wetten beogen te introduceren, onder de aandacht te brengen. De wetgever wil hiermee nieuwe en bestaande zorgaanbieders steviger kunnen toetsen op de kwaliteit van zorg, een ordelijke bestuursstructuur en bedrijfsvoering en een transparante financiële administratie.

Wtza

Kern van de Wtza is een nieuwe meldplicht voor alle zorgaanbieders en onderaannemers, zodat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zicht heeft op alle aanbieders van Zvw- en Wlz-zorg en hen kan toetsen. Enkele zorgaanbieders, zoals apotheken, abortusklinieken en vervoersbedrijven, kunnen van de meldplicht worden uitgezonderd.

Daarnaast geldt een vergunningplicht voor instellingen die medisch specialistische zorg leveren of met meer dan tien zorgverleners Zvw- of Wlz-zorg leveren. Het CIBG toetst of zij een toelatingsvergunning kunnen krijgen. Ook hiervan kunnen bepaalde zorgaanbieders worden uitgezonderd.

Interessant is een aantal amendementen, die tegelijk met het wetsvoorstel werden aangenomen.

  • Onrechtmatig declareren wordt toegevoegd als weigerings- en intrekkingsgrond voor de Wtza-vergunning. Onrechtmatig declareren – wat nadrukkelijk meer omvat dan opzettelijk frauderen – wordt daarmee nog zwaarder bestraft dan nu het geval is. Zorgverzekeraars kunnen nu al tot terugvordering van onrechtmatige declaraties overgaan en de NZa kan handhavend optreden. In de toekomst kan een zorginstelling die onrechtmatig declareert zijn Wtza-vergunning kwijtraken.
  • De onafhankelijkheid van de interne toezichthouder (de raad van toezicht) wordt steviger verankerd. In het licht van de aandacht die dat onderwerp de laatste tijd van zowel de NZa, als de IGJ, de rechtspraak en de politiek krijgt, is het weinig verrassend dat de nieuwe wet daarvoor de nodige randvoorwaarden zal stellen.
  • De vergunningplicht kan worden uitgebreid naar “bepaalde (risico)zorgsectoren”. Welke sectoren dat (kunnen) zijn is nog niet duidelijk. Het amendement is wel een stok achter de deur om geen “risicosector” te worden.
  • De meldplicht wordt ook van toepassing op alle reeds bestaande zorgaanbieders en onderaannemers, met de mogelijkheid om bepaalde zorgaanbieders daarvan uit te zonderen.

Overigens werden verschillende amendementen verworpen. Onder meer die welke zagen op het invoeren van de mogelijkheid tot intrekking van de vergunning wanneer niet wordt voldaan aan de eisen uit de Wet Normering Topinkomens en het verruimen van de vergunningplicht naar alle instellingen en solisten. Die amendementen zouden de reikwijdte en strekking van de voorstellen te ingrijpend hebben gewijzigd.

Awtza

Kern van de Awtza is de verplichting voor alle zorgaanbieders als bedoeld in Wet marktordening gezondheidszorg tot het hebben van transparante financiële bedrijfsvoering, waarop de NZa toezicht gaat houden. En een meldplicht voor bestaande en nieuwe jeugdhulpaanbieders onder de Jeugdwet. En ten slotte handhaving van het verbod op winstuitkering door zorgaanbieders, tenzij in lagere regelgeving daarvan wordt afgeweken. Het wetsvoorstel dat moest leiden tot vergroting van de mogelijkheden tot winstuitkering in de zorg werd eind vorig jaar al door de minister ingetrokken.

Een amendement om ervoor te zorgen dat een “constructie” waarin een bestuurder zelf een financieel belang heeft, nooit winst mag uitkeren, werd verworpen. Met het oog op de wens van de politiek om de mogelijkheden van gereguleerde winstuitkering in de zorg verder te onderzoeken en zorgvuldiger vorm te geven, is het weinig verrassend dat men daarop niet reeds wil vooruitlopen.

Een amendement om onderaannemers onder de reikwijdte van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg te brengen, werd eveneens verworpen. Dit is in lijn met de Kamerbrief van de minister van 10 februari jongstleden en met de bestaande toezichtspraktijk van de IGJ. De hoofdaannemer is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg geleverd door een onderaannemer. De hoofdaannemer moet contractueel borgen dat zijn onderaannemer die verplichtingen nakomt, maar de IGJ zal de hoofdaannemer erop kunnen aanspreken. Dat verandert dus niet met de thans beoogde (A)wtza.

Het toekomstige juridisch kader voor de meldplicht, de vergunningplicht en de transparantieplicht voor zorgaanbieders is – voor zover het de politiek in de Tweede Kamer betreft –inmiddels wel afgebakend.

Bas Megens is advocaat bij Brande & Verheij LLP. 

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.