Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De RSO van morgen staat en de RSO van 2031 dient zich nu aan

Hoe vijf jaar ontwikkeling heeft geleid tot een nieuw tijdperk in regionale digitale samenwerking Vijf jaar geleden schetsten we in De RSO van Morgen een toekomstbeeld waarin RSO’s uitgroeien tot regionale spil voor digitale zorguitwisseling. Anno 2026 is dat toekomstbeeld verrassend concreet geworden. De vraag is niet langer of de RSO een vaste plek in het zorglandschap heeft, maar wat er nodig is om verder te groeien richting 2031. Eén ding is duidelijk: de regio wordt de plek waar digitale zorg écht wordt waargemaakt.
Beeld: Morgens

Terug naar 2021: een toekomstverkenning die sneller uitkwam dan verwacht

Toen het whitepaper De RSO van Morgen in 2021 verscheen, was de blik vooruit ambitieus. De netwerkfunctie, de brugfunctie tussen landelijke afspraken en regionale praktijk en de verbreding naar meerdere domeinen waren toen nog ontwikkelpaden, geen gegeven.

Het gesprek dat een jaar later volgde met bestuurders Tonny de Groot, directeur van Zorgnetwerk Midden Brabant (ZMBR) en Maarten Wittop Koning, directeur van Stichting RijnmondNet, liet al zien dat veel bestuurders de visie herkenden. De urgentie, het belang van samen optrekken en de behoefte aan regionale samenhang werden breed gedeeld.

Vijf jaar later kunnen we stellen: De RSO van Morgen is geen richting meer. Het is de nieuwe realiteit.

De twee kernelementen uit 2021 zijn nu ankerpunten geworden:

  • De netwerkfunctie: vrijwel elke regio heeft een volwassen samenwerkingsstructuur of werkt hier op dit moment aan.
  • De brugfunctie: de verbinding tussen landelijke programma’s en regionale uitvoering is niet langer informeel, maar expliciet onderdeel van governance.

De nieuwe werkelijkheid: landelijke kaders, regionale verantwoordelijkheid

De afgelopen jaren is er een nieuwe werkelijkheid ontstaan die de rol van RSO’s fundamenteel heeft veranderd. Die verandering komt niet door één beleidslijn of één programma, maar door een combinatie van landelijke én regionale ontwikkelingen die elkaar hebben versterkt.

1. Wetgeving die regio’s verplicht om te leveren

Met de De Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) is elektronische gegevensuitwisseling geen ambitie meer maar een verplichting. De wet benoemt concrete gegevensuitwisselingen die, gefaseerd, verplicht digitaal moeten worden uitgewisseld.

2. Landelijke strategie die de RSO expliciet positioneert

De Landelijke implementatiestrategie Gezondheidsinformatiestelsel van VWS legt voor het eerst vast dat regionale samenwerkingsverbanden een formele rol spelen in alle fasen van implementatie: van koplopers tot brede opschaling. RSO’s ondersteunen aanbieders op alle lagen van het interoperabiliteitsmodel, zorgen voor regionale samenhang en borgen dat landelijke afspraken uitvoerbaar zijn in de praktijk.

3. Europese verplichtingen die het speelveld verbreden

Met de publicatie van de verordening over de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens (EHDS) in maart 2025 ontstaat er een nieuwe laag bovenop nationale verplichtingen. Vanaf 2027–2029 gaat de Europese regelgeving gefaseerd gelden voor zowel primair als secundair gebruik van gezondheidsdata. Dit dwingt het Nederlandse zorglandschap tot een duurzame inrichting .

4. En dan IZA: de katalysator voor regionale samenwerking

Maar misschien wel de grootste verschuiving komt door het Integraal Zorgakkoord (IZA). IZA heeft niet alleen regionale samenwerking gestimuleerd, het heeft regio’s verplicht om samen te werken. Alle 38 regio’s hebben subsidies ontvangen om een regionale samenwerkingsstructuur op te zetten of te versterken. Daardoor ontstond voor het eerst landelijke dekking van regionale samenwerking, inclusief bestuurlijke afspraken, governance en gezamenlijke regioplannen. Dit heeft RSO’s in veel gebieden verankerd als dé logische partij voor digitale samenwerking. Nu IZA bijna afloopt gaat dit verder in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).

Samen zorgen deze vier ontwikkelingen ervoor dat de RSO niet langer iets is wat “handig” of “wenselijk” is, maar iets wat systeemtechnisch noodzakelijk is geworden.
Dat vormt het startpunt voor de blik richting 2031.

De volgende stap in volwassenwording: het ROEM-model

Met de snelle groei van regionale verantwoordelijkheid ontstaat ook de behoefte aan professionalisering van samenwerking zelf. Dat is precies waar het RSO ontwikkel- en evaluatiemodel van RSO Nederland een nieuwe impuls geeft.

RSO Nederland lanceerde het ROEM-model in 2025 om regio’s te helpen structureel samen te werken, te leren en te verbeteren. Het model bevat zeven hefbomen. Van richting geven en kansen zien tot uitvoeren en leren, gebaseerd op wetenschap en praktijkervaring.

ROEM helpt regio’s om:

  • sneller en beter samenwerkingen op te starten,
  • veelvoorkomende valkuilen te vermijden,
  • governance en besluitvorming te verbeteren,
  • en regio-overstijgend meer eenduidig te werken.

ROEM sluit naadloos aan bij de volwassenwording van RSO’s en bij landelijke en Europese ontwikkelingen . Het biedt een gemeenschappelijke taal voor samenwerking richting 2031.

Wat er echt veranderd is in de regio

1. RSO Nederland als landelijk ankerpunt

Met zes vastgelegde rollen (vertegenwoordiger, verbinder, ondersteuner, adviseur, coördinator, kennisdeler) heeft RSO Nederland de afgelopen jaren een duidelijke en volwassen positie ingenomen in regionale samenwerkingen. Daarmee ontstaat structurele samenhang tussen regio’s én tussen regio’s en landelijke programma’s. Eén van de initiatieven van RSO Nederland om de samenhang te bereiken is Regioradar: een online dashboard dat een duidelijk overzicht biedt van alle regionale activiteiten.

2. Regionale schaalvergroting waar dat waarde toevoegt

De beweging richting schaal is zichtbaar. Het meest treffende voorbeeld: de fusie tussen Connect4Care en Sigra in regio Amsterdam, waarmee verschillende regio’s één gezamenlijke RSO-structuur kregen. Het resultaat: minder bestuurlijke lijnen, meer slagkracht.

3. Doorbraak in de praktijk

Programma’s zoals WeConnect in regio Rijnmond, waarin ziekenhuizen sinds 2022 samenwerken aan digitale verwijzingen, beeldbeschikbaarheid en transmuraal inzage, laten zien dat regionale implementatie werkt zodra governance, techniek en adoptie onder één dak komen.

Maar laten we eerlijk zijn: het is nog niet af

De groei gaat snel, maar de fundamenten zijn nog in ontwikkeling:

  • Mandaat is niet overal formeel. RSO’s verbinden veel, maar kunnen nog niet altijd sturen.
  • Financiering is nog te vaak projectmatig. De structurele rol vraagt om structurele middelen.
  • Capaciteit en expertise zijn schaars. Architectuur, security, verandermanagement, iedereen zoekt dezelfde mensen.
  • Domeinoverstijgend samenwerken is complex. Zorg en sociaal domein kennen andere realiteiten. De implementatiestrategie noemt dit terecht een ingroeimodel.

Wat betekent dit voor 2031?

Vier bewegingen die de RSO van Overmorgen bepalen:

1. Van versnipperd naar één gezamenlijke koers per regio

De komende jaren draait het om één samenhangend regionaal portfolio:
Wegiz/EHDS-stromen, generieke functies, leveranciersroadmaps en domeinoverstijgende trajecten in één planning en één governancestructuur.

2. Van vrijwillig verbinderschap naar professioneel mandaat

De regio van 2030 vraagt om een RSO met formeel mandaat, heldere bestuurlijke afspraken en een eenduidige plek in de regionale governance.

3. Van projectfinanciering naar structurele uitvoeringscapaciteit

De RSO wordt een blijvende infrastructuur. Dat vraagt structurele bekostiging van functies zoals: architectuur, security & privacy, regionale adoptieteams, programmamanagement en test- en monitoringcapaciteit. Zonder continuïteit geen uitvoeringskracht.

4. Van regionale verschillen naar landelijke samenhang

Veel grote zorgorganisaties werken over regiogrenzen heen en ervaren nu dat verschillende regionale keuzes leiden tot extra complexiteit. Op weg naar 2031 is daarom meer landelijke richting nodig: regio’s blijven autonoom in uitvoering, maar ontwikkelen wel meer eenduidigheid in aanpak, standaarden en implementatieaanpak. Dit voorkomt parallelle werkwijzen, maakt landelijke programma’s beter uitvoerbaar en ondersteunt organisaties die in meerdere regio’s actief zijn. Door versterking van afstemming tussen RSO’s, onder andere via RSO Nederland en methodieken zoals het ROEM-model, ontstaat de noodzakelijke verbinding tussen regionale dynamiek en landelijke samenhang.

Conclusie: De RSO is geen digitale agenda, maar de toekomst van regionale zorg

De beweging die vijf jaar geleden begon als een visie, is nu een realiteit geworden.
De komende vijf jaar bepalen of de RSO deze realiteit kan uitbouwen tot een duurzame, professionele, blijvende regionale infrastructuur.

De richting is helder:

  • Structureel mandaat.
  • Structurele middelen.
  • Gedeeld portfolio.
  • Sterke verbindingen tussen regio’s.
  • Volwassen relatie met landelijke programma’s en Europese kaders.

De RSO is volwassen geworden. Nu is het tijd om die volwassenheid ook bestuurlijk te verzilveren.

Meer weten?

Wil je verder praten naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met Herbert Fetter via herbert.fetter@morgens.nl of 06 – 290 07 595.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.