‘Denk ook aan de capaciteit van revalidatiecentra’

Het Limburgse Adelante met medisch-specialistische revalidatie heeft tot eind mei tachtig covid-19-patiënten behandeld. Op basis van hun ervaringen pleiten de bestuursleden Henri Plagge en Yvette van Horn voor opschaling van de klinische revalidatiecapaciteit.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Adelante-zorggroep
Henri Plagge en Yvette van Horn, raad van bestuur Adelante-zorggroep

Toen Nederland medio maart werd overvallen door de covid-19-pandemie ging veel aandacht uit naar de gevolgen daarvan voor de capaciteit van de intensive care (ic) en de ziekenhuizen. De overheid heeft ondertussen aangegeven de reguliere ic-capaciteit met ongeveer 500 bedden te willen uitbreiden en, indien nodig, tijdelijk verder op te schalen. Voor veel covid-19-patiënten, die tijdens de ic-opname langdurige beademing nodig hadden, bleek een klinische medisch-specialistische revalidatiebehandeling (MSR) noodzakelijk. Wij hebben in een korte periode een groot aantal van deze patiënten opgenomen. Op grond van onze – Limburgse – ervaringen zijn wij voorstander van een regionaal netwerk-aanpak van de intensieve (na)zorg aan covid-19-patiënten. Een passende structurele capaciteitsuitbreiding voor de post-ic-nazorg is daarbij belangrijk.

Zorg voor covid-19-patiënten en reguliere zorg

In het rapport Covid goes Cuckoo dat Gupta Strategists in mei uitbracht, wordt gesteld dat nu de crisis in rustiger vaarwater is terechtgekomen een goede afweging wenselijk is over wat er nodig is aan zorg voor covid-19-patiënten zonder dat het ten koste gaat van reguliere zorg aan andere patiënten.

Dit geldt zeer zeker ook voor de zorg die aansluitend aan een ic-opname (met langdurige beademing) geleverd wordt. In Limburg, één van de zwaarst getroffen regio’s, is vroeg in de crisis in ROAZ-verband afgesproken dat Adelante (medisch-specialistische revalidatie) samen met Ciro (longrevalidatie) de post-ic-covid-19-patiënten opnemen en behandelen. Er is, samen met onder meer de academische werkplaatsen ouderengeneeskunde en revalidatie, een richtlijn opgesteld die ziekenhuizen konden gebruiken om de covid-19-patiënten voor nazorg te verwijzen naar de juiste plaats; begeleiding door de eerstelijn, medisch specialistische revalidatie, longrevalidatie of geriatrische revalidatie. Later kwam ook de FMS met de vergelijkbare leidraad ‘Nazorg voor IC-patiënten met Covid 19’.
De onderlinge samenwerking en de in ROAZ verband gemaakte afspraken waren belangrijk om deze intensieve revalidatie nazorg snel te kunnen organiseren. Met de grootste zorgverzekeraars in de regio is overleg geweest over dit initiatief. Zij hebben dat ondersteund, ondanks het gegeven dat het opstellen van een business case vooraf  niet mogelijk was.

Revalidatie na de ic

In de MSR is ervaring met het revalideren van patiënten met restverschijnselen van een langdurige ic-opname. Ook is er ervaring met isolatieverpleging, beademing (bij de dwarslaesiecentra), tracheacanules, zuurstofafhankelijkheid en sondevoeding. Bijzonder in de crisis was het grote aantal patiënten dat tegelijk kwam, de onbekendheid met het covid-19-virus, het ziektebeloop en de gevolgen van de infectie en de onbekendheid met de duur van de besmettelijkheid. Adelante heeft in een week tijd een aparte afdeling ingericht uitgaande van de noodzaak om gedurende langere tijd een groep patiënten geïsoleerd te verplegen en te revalideren. Er is een integraal team samengesteld bestaande uit revalidatieartsen/aio’s/physician assistants, verpleegkundigen, psychologen en paramedici. Er zijn in- en exclusiecriteria opgesteld en gedeeld met alle Limburgse ziekenhuizen. In de periode van 2 april tot 25 mei zijn tachtig patiënten op deze afdeling opgenomen (geweest).

Psychische en sociale belasting patiënten

Bij de start van de afdeling was, op grond van literatuurstudie en informatie uit het buitenland, onze aanname dat voor alle patiënten een langdurig klinisch revalidatietraject nodig zou zijn. De ervaring van de afgelopen maanden heeft ons geleerd dat het om een zeer gevarieerde groep patiënten gaat. Naast de lichamelijke problematiek is er ook sprake van cognitieve problemen en zware psychische en sociale belasting. De noodzakelijke tijd voor klinische revalidatie varieert van enkele dagen tot meerdere weken. In de meeste gevallen is een poliklinisch vervolgtraject geïndiceerd.

Patiënt B, man, 55 jaar, zelfstandig ondernemer en fanatiek sporter. Hij werd tijdens zijn wintersportvakantie besmet met het virus en reed met zijn vriendenclub hoestend naar huis. Hij ging thuis in zelfisolatie, maar moest na een week opgenomen worden in het ziekenhuis. Hij moest aan de beademing gedurende 20 dagen. Hij kende het percentage sterfgevallen op de ic en dat maakte dat hij, voordat hij geïntubeerd werd, afscheid nam van het leven vertelt hij achteraf. Bij opname in ons revalidatiecentrum is hij zodanig verzwakt dat hij alleen maar kan liggen; hij kan zijn armen niet optillen om zelfstandig een slok water te nemen. Voor alles moet hij hulp vragen. Hij heeft zuurstof nodig om zijn saturatie acceptabel te houden en is nog afhankelijk van sondevoeding vanwege slikklachten. Verbazingwekkend snel kan hij elke dag een activiteit erbij doen. De zuurstofafhankelijkheid baart echter zorgen. Zijn saturatie daalt sterk als hij voor het eerst zonder zuurstof rechtop gaat zitten, en telkens als hij de volgende stap wil zetten. Het herstel gaat hem niet snel genoeg, hij wordt steeds door zijn eigen lichaam teruggefloten als hij te veel wil of te hard gaat. De opnameduur was 3,5 week en werd gevolgd door revalidatiedagbehandeling.

Patiënt R, vrouw, 60 jaar, werkt in de zorg. Zij wordt waarschijnlijk besmet tijdens haar werk. Ze werkt in deeltijd en is daarnaast mantelzorger van haar dementerende moeder. Ze doet thuis het huishouden en is vrijwilliger. Ze is nooit alleen geweest. Ze moet de controle afstaan aan de onbekende intensivist die haar intubeert. Ze blijft 15 dagen aan de beademing. Het eerste wat ze na detubatie wil is naar huis gaan. Ondertussen is haar man ook ziek geworden. De zoon heeft de taken overgenomen in hun huishouden en als mantelzorger van vader en oma. Hij redt dat net naast zijn werk.

Mevrouw heeft heimwee, maar haar zoon en de ziekenhuisartsen weten haar te overtuigen dat ze beter klinisch kan revalideren totdat ze sterk genoeg is om veilig naar huis te kunnen. Ze is verzwakt als ze wordt opgenomen in het revalidatiecentrum. Ze kan niet zelfstandig naar het toilet, is uitgeput als zij een kwartier in een stoel zit. Haar rechter voet is slap en ze heeft tintelingen in haar handen en voeten. Ze heeft ’s nachts angstdromen over de tijd op de ic.

Zij heeft in het begin nog zuurstof nodig en kan kleine beetjes eten omdat zij net weer veilig kan slikken. Ze heeft nog een urinekatheter. Ze vindt het vreselijk om hulp te vragen en wil de verpleging niet tot last zijn. Ze maakt zich zorgen over de toekomst en is bang om haar kleinkinderen en haar patiënten te besmetten. Ze kan zich niet concentreren, de prikkels van het TV kijken zijn haar te vermoeiend, ook een boek lezen of een sudoku maken gaat niet. De opnameduur was 2 weken, waarna ontslag naar huis volgde met in eerste instantie begeleiding door de eerstelijn. Recentelijk is zij ter controle teruggezien op de poli. Het gaat nog niet goed met haar. Met name de angstdromen, haar vermoeidheid en geheugenproblemen lijken te zijn toegenomen. Afgesproken is om haar over een maand weer op de poli te zien en dan te overwegen haar in dagbehandeling van de MSR te begeleiden.

Capaciteit revalidatie

Het doen van adequate voorspellingen over een nieuw virus met een pandemisch verloop is onmogelijk. Dat geldt ook voor de vraag hoeveel ic-bedden daarvoor nodig zijn en voor de omvang van de daaropvolgende revalidatiezorg. De prille ervaringsgegevens kunnen helpen om modelmatig de capaciteitsbehoeften te berekenen. In de afgelopen maanden zijn er in de verschillende regio’s verschillende keuzes gemaakt om de plotselinge zorgcrisis en de nazorg na een ziekenhuis- en/of ic-opname aan te pakken.
Nu we in een andere fase zijn beland, is het wenselijk om te bezien hoe we de revalidatie en nazorg na de ziekenhuisfase in de toekomst goed kunnen organiseren. Op grond van de Limburgse ervaringen concluderen wij dat een groot deel van de covid-19-patiënten die na beademing de ic verlaten, baat heeft bij een direct aansluitende periode klinische MSR. Dit vergt een structurele beschikbaarheid van klinische revalidatiecapaciteit waarin ook isolatieverpleging (en behandeling) goed mogelijk is. Deze capaciteit zal regionaal georganiseerd moeten worden met mogelijkheden voor opschaling bij nieuwe uitbraken. Het goed organiseren van de klinische nazorg en revalidatie betekent minder lang gebruik van (duurdere) ziekenhuiscapaciteit. Het snel starten met revalidatie betekent vooral dat patiënten meer kans hebben op goed functioneren in hun toekomst. Onze ervaring is dat ontslag naar huis in een aantal gevallen al snel kan plaatsvinden met als vervolgbehandeling in eerste lijn met poliklinische controle of in revalidatiedagbehandeling. De totale klinische capaciteit van de Nederlandse revalidatiecentra is beperkt. Een uitbreiding van misschien wel 150 tot 200 bedden zal goed georganiseerd moeten worden om te voorkomen dat de andere revalidatiepatiënten onvoldoende geholpen kunnen worden. Wij pleiten ervoor dat de ministers en zorgverzekeraars ook hier oog voor hebben.

Door: Henri Plagge, arts M&G en Yvette van Horn, revalidatiearts. Beide auteurs vormen samen de raad van bestuur van Adelante-zorggroep.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.