Floortje Scheepers over e-health: ‘Weidse vergezichten wekken valse hoop’

Floortje Scheepers is hoogleraar Innovatie in de ggz, een sector waar e-health aan een opmars bezig is. Toch is Scheepers geen believer. ‘Gedrag is afhankelijk van zoveel factoren, dat e-health niet altijd werkt,' zegt ze in Zorgvisie ict magazine.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Scheepers
Floortje Scheepers. Foto: Allard de Witte

Niettemin kunnen ict en big data wel degelijke een bijdrage leveren aan een oplossing van de problemen waarmee de ggz kampt. Dertig jaar biomedisch onderzoek naar de oorzaken van psychiatrische aandoeningen heeft nog te weinig opgeleverd, stelde Floortje Scheepers in haar oratie in maart van dit jaar. Daarom pleit ze in Zorgvisie ict magazine voor ‘blended’ psychiatrie.

‘Daarmee bedoel ik het combineren van ervaringen van patiënten, de kennis van zorgverleners en niet in de laatste plaats de inzichten die meetbare data bieden,’ licht Scheepers toe. ‘Er zijn nog steeds te veel patiënten met ernstige psychische ziekten voor wie een behandeling onvoldoende oplevert. Lange wachttijden spelen een rol, maar ook een gebrekkig inzicht in het ziekteproces. Innovatie en nieuwe technieken kunnen dat verbeteren.’

Big data

De toepassing van big data is een van de opties. Onderzoek op dit vlak biedt onder meer de mogelijkheid om omgevingsfactoren in kaart te brengen. Dat biedt allerlei interessante uitkomsten, soms bedrieglijk eenvoudig. Zo blijkt er een relatie te zijn tussen de lengte van de verslagen die verpleegkundigen maken over een bepaalde patiënt en de kans dat zich kort daarna een agressieve uitbarsting voordoet.

Scheepers: ‘Het gaat dan niet eens om de inhoud van het verslag, het is louter een kwestie van digitaal woorden tellen. Als je dat weet, kun je er als verpleging op anticiperen.’

Aan tafel

Verwant hieraan zijn de vaststellingen dat op de vijfde dag van een opname van volwassenen een piek is in het aantal agressie-incidenten, en dat er op de kinderkliniek relatief veel problemen zijn tussen 12 en 1 uur ’s middags. Scheepers: ‘De cijfers wijzen dat uit, enervolgens ga je met patiënten en hulpverleners nadenken over de vraag wat daarvan de mogelijke oorzaak is.

Bij de vijfdagenpiek kan dat bijvoorbeeld te maken hebben met eerder alcohol- en drugsgebruik van een patiënt. ‘Na vijf dagen beginnen ontwenningsverschijnselen namelijk een rol te spelen. Bij de kinderen speelt een rol dat ze tussen 12 en 1 uur lunchen en dus met elkaar aan tafel zitten. Zoals iedere ouder weet, is dat vragen om moeilijkheden.’

Mislukte psychose-game

Een en ander is dan soms relatief eenvoudig op te lossen. ‘Bij de vijfdagenpiek zou je bijvoorbeeld medicatie kunnen geven die de ontwenningsverschijnselen onderdrukt. Tijdens de lunch kun je kinderen aan verschillende tafels zetten, wat verder uit elkaar. Probleem opgelost, dankzij inzichten uit klinische big data.’

Dat desondanks niet alles werkt op het digitale vlak, blijkt onder meer uit de ontwikkeling van een psychose-game, die in het UMC Utrecht al enige tijd gaande is. ‘We zijn eindeloos bezig geweest met testen. Maar de praktijk haalde ons in. Toen we eindelijk de resultaten hadden, was er al een derde release van de game uitgebracht en de game die wij getest hadden werd niet meer zo gemaakt. We moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat patiënten gebruik kunnen maken van kwalitatief goede e-healthproducten, maar wat de juiste manier van onderzoek doen is bij snel ontwikkelende technologie weten we nog niet zo goed.’

Scheepers is geen believer

behoort mede vanwege die onzekerheid niet tot het kamp van de believers, de mensen die denken dat technologie altijd werkt en voor alle problemen een oplossing biedt. ‘Dat is helaas niet het geval. Je kunt het allemaal wel mooi bedenken, maar de echte wereld is zo complex, en gedrag is afhankelijk van zoveel factoren, dat e-health niet altijd werkt. Er is geen ‘one size fits alloplossing en er zijn geen grote, allesomvattende systemen.

‘Ik pleit daarom voor kleine stapjes. Een mogelijke verbetering doorvoeren, deze toetsen in de praktijk, en dan weer verder werken. Dat kan. Ook omdat de computerkracht steeds groter wordt en er steeds meer data beschikbaar komen, bijvoorbeeld dankzij wearables. Maar nogmaals: neem kleine stapjes. Hoed je voor weidse vergezichten, daar heb je weinig aan. Dat wekt alleen maar valse hoop bij patiënten. Hoop is prima, maar het moet reëel blijven. Anders stel je patiënten teleur.’

Hoge H-factor

Daar komt nog eens bij dat de zorg volgens Floortje Scheepers een lastige sector is om veranderingen te bewerkstelligen. ‘De hiërarchie is nog altijd groot, en het denken in silo’s en eilanden ook. Er is veel aandacht voor individuele excellentie, voor knappe koppen met een hoge H-factor, die met andere woorden veel publicaties op hun naam hebben. Maar zorg is toch ook een kwestie van samen verder komen en kennis delen. Het doet me verdriet dat we in de zorg nog niet altijd zo ver zijn, maar het is niet anders.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.