Gemeenten en zorgaanbieders verplicht om met i-standaarden te werken

Eerder deze week ging de Eerste Kamer akkoord met een aanpassing van de Jeugdwet en de Wmo 2015. Deze aanpassing verplicht gemeenten en zorgaanbieders te werken met de beschikbare standaarden voor de administratieve afhandeling van de zorg. Zorgaanbieders hebben hiermee extra munitie richting gemeenten om hen daaraan te houden en zo onnodige administratielasten uit te bannen.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Eerste Kamer

‘Dit is echt goed nieuws’, zegt Gerard van Dam, senior beleidsadviseur van de Federatie Opvang. Hij stond samen met zes andere brancheorganisaties van zorgaanbieders aan de wieg van de wet. Hij is verheugd dat de wet door de Eerste Kamer is. ‘Zeker voor grote zorgaanbieders, die vaak met tientallen verschillende gemeenten te  maken hebben.’

Inloggen via een portal

Als gevolg van de beleidsvrijheid die gemeenten sinds de decentralisaties hebben, worden zaken als de indicatiestelling en de verantwoording overal verschillend geregeld.  Van Dam: ‘Zorgaanbieders krijgen van sommige gemeenten bijvoorbeeld automatisch bericht van een nieuwe beschikking voor een maatwerkvoorziening. Maar andere gemeenten geven pas een indicatie als de zorgaanbieder het signaal aan de gemeente geeft dat de cliënt in zorg is genomen. Dat moet dan via een speciale portal. De zorgaanbieder moet het administratieve proces daarvoor aanpassen. Dat is een groot probleem als je als zorgaanbieder met tientallen gemeenten te maken hebt. Dan kun je heel lastig goed en adequaat leveren.’

i-sociaal domein

Om de administratieve lasten te verminderen is er de laatste jaren gewerkt aan het ontwikkelen van standaardprotocollen, onder de noemer i-sociaal domein. Daarin werken de VNG en de brancheorganisaties samen. De aanpassing in de wet stelt gemeenten verplicht met deze standaarden te werken. De wet regelt verder dat het samenwerkingsverband i-sociaaldomein de aangewezen partij is om het pakket van standaardprotocollen verder te ontwikkelen. Van Dam: ‘We zien dat de meeste gemeenten die standaarden goed gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de gemeenten er op de een of andere manier mee werkt.’

Pijn bij gemeenten

Zorgaanbieders kunnen de aangepaste wet als stok achter de deur gebruiken richting de 20 procent van de gemeenten die niet met de standaarden werken. De nieuwe regel zal dan ook niet door iedereen goed ontvangen worden, verwacht Van Dam. ‘Bij sommige gemeenten kan dit pijn gaan doen, want het vraagt om extra inspanningen waar ze zelf niet direct baat bij hebben. Zeker bij gemeenten die het op zich goed geregeld hebben. Die zelf weinig administratie hebben, maar die vanwege hun eigen werkwijze voor zorgaanbieders wel extra werk opleveren.’

Nut van standaarden

‘Gemeenten en zorgaanbieders in het hele land steken nog steeds zo veel energie in niet-inhoudelijke zaken’, constateert Van Dam, ‘Deze nieuwe regel is een belangrijk puzzelstuk om dat te verbeteren.’ Hij denkt overigens ook dat naast het zwaaien met de nieuwe wet vooral overtuigingskracht nodig is voor gemeenten die voet bij stuk dreigen te houden. ‘Als een gemeente het nut ziet van de standaarden, dan zullen ze er eerder mee gaan werken. En als de administratie eenmaal soepel verloopt, ontstaat er meer ruimte om aan de echte transformatie te werken. Dan kan de energie naar inhoudelijke vragen waar het echt om gaat, zoals: hoe kunnen we hier in onze regio de zorg kwalitatief beter maken?’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.