Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘In ieder zorgbestuur moet iemand met AI-expertise zitten’

Sytse Wilman
Redacteur Zorgvisie en Zorgvisie Tech
Er zijn veel mooie initiatieven met Artificial Intelligence in de zorg, maar het is moeilijk om de volgende stap te zetten. Dat blijkt uit de Inventarisatie AI-toepassingen in gezondheid en zorg in Nederland van KPMG. Die stap vergt focus en samenwerking: ook met zorgverzekeraars en grote techbedrijven, betoogt Isabel Moll-Kranenburg van KPMG. 'De vraag is: ‘Hoe digitaal vaardig zijn de Nederlandse zorgbesturen?’

‘Er zijn ontzettend veel initiatieven, rijp en groen door elkaar’, schetst Isabel Moll-Kranenburg het huidige landschap van Artificial Intelligence in de Nederlandse zorg. Als partner operating strategy healthcare deed ze er in opdracht van het ministerie van VWS onderzoek naar. De uitkomsten daarvan staan in de Inventarisatie AI-toepassingen in gezondheid en zorg in Nederland, dat dient als een nulmeting. ‘Het beeld dat ik krijg uit het onderzoek is: laat duizend bloemen bloeien. Daar zitten veel mooie initiatieven tussen. Het is nu wel tijd om een stap verder te zetten en daarvoor is het nodig focus aan te brengen.’

Data en modellen delen

Voor de inventarisatie bekeken Moll-Kranenburg en haar collega’s ruim vierhonderd toepassingen. Op 111 daarvan zoomden ze nader in. ‘Er zijn vooral heel veel losse projecten’, constateert Moll-Kranenburg. ‘Data en modellen delen, wordt momenteel als lastig ervaren. We hebben strenge regelgeving op het gebied van privacy, maar dat is voor een deel perceptie. Er kan en mag ook veel wél, maar om precies te weten hoe het zit, moet je die kennis in huis hebben. Gebrek aan helderheid helpt natuurlijk niet. Dan krijg je verschillende interpretaties en trappen zorginstellingen wellicht uit voorzorg op de rem.’

Meer regie voeren

Men weet vaak ook niet waar anderen mee bezig zijn. Zelfs binnen de instelling hebben we gezien dat men niet op de hoogte is van alle projecten en weet men niet altijd wat de ander aan het doen is. Het zou helpen om hier meer regie op de voeren, ook over de instellingen heen, en zaken bij elkaar te brengen.’

Doelen stellen en samenwerken

Moll-Kranenburg denkt dat het verstandig zou zijn om een hub-and-spoke model in te richten. ‘Daarin maak je afspraken wat je centraal en decentraal belegt. Dan kun je doelen stellen en samenwerken om die te realiseren en toch zorgen dat er snelheid kan worden gemaakt.’

Het belang van partnerships

Toch werken zorginstellingen op het gebied van AI wel degelijk samen met andere partijen, zoals kennisinstellingen of technologiebedrijven. In vrijwel alle gevallen (97 procent) die KPMG onder de loep nam, is dat het geval. Moll-Kranenburg ziet ruimte voor verbetering. ‘Als je wilt opschalen, helpt het goed te kijken naar de verschillende competenties die je daarvoor nodig hebt. Een leverancier vroegtijdig betrekken, vinden zorginstellingen lastig. Je ziet daar toch nog vaak de traditionele klant-leverancierrelatie en nog wat minder een wens tot een partnership en echte verdieping. Angstvallig deze commerciële partijen buiten de deur houden, gaat de Nederlandse zorg niet verder helpen.’

Start-ups, scale-ups en techgiganten

Samenwerken met start-ups en scale-ups gebeurt wel veel. In de helft van de gevallen zijn zij erbij betrokken, blijkt uit de inventarisatie. ‘Maar zij hebben toch vaak moeite om een CE-markering te krijgen of om de hele MDR door te worstelen. Dat kost tijd en geld. Grote technologiepartijen weten bijvoorbeeld al heel goed hoe je dat aanpakt. Het is mooi hen uit te dagen en hen daarbij te laten helpen. Een ander voorbeeld is dat de grote softwareleveranciers veel ervaring hebben bij het neerzetten van een schaalbare, veilige infrastructuur en softwareoplossing.’

Regionaal ecosysteem

‘Kleine initiatieven zijn goed om te leren lopen, maar als je wilt versnellen moet je durven het anders aan te pakken’, is de overtuiging van Moll-Kranenburg. ‘Dat kan door op regionaal niveau je partners te kiezen en een ecosysteem op te zetten. In je eentje ga je sneller, samen kom je verder. Dat zien we ook terug in de inventarisatie. De kans dat een initiatief het haalt, is een stuk groter als de partijen samenwerken.’

Zorgverzekeraars nauwelijks betrokken

Wat in het rapport ook opvalt, is dat zorgverzekeraars slechts beperkt worden betrokken bij de ontwikkeling van AI, slechts in 14 procent van de gevallen. Onbegrijpelijk, vindt Moll-Kranenburg. ‘Ik zie dat als een partij de verzekeraar betrekt bij het innoveren van het zorgpad met de inzet van technologie, ook het bekostigingsvraagstuk goed getackeld kan worden. Zeker als de oplossing juiste zorg op de juiste plek stimuleert.’

Businesscases

Wat voor gedegen financiering onmisbaar is, betoogt Moll-Kranenburg, is een businesscase. Daar ontbreekt het vaak aan, in bijna de helft van de onderzochte toepassingen ontbreekt een businesscase of waardepropositie. ‘Men denkt natuurlijk wel na over wat een AI-toepassing oplevert voor zinnige zorg, betere uitkomsten of besparingen. Maar dat wordt lang niet altijd getoetst of doorgerekend. De betrokken specialisten zijn goed in hun vak, maar niet per se in het maken van businesscases. Dat brengt me weer terug op mijn punt dat je goed moet inventariseren welke competenties je in je team nodig hebt.’

Expertise aan de bestuurstafel

Wat ook helpt is voldoende expertise en ervaring aan de bestuurstafel op het gebied van digitalisering en AI. Het is van belang dat je als zorgbestuur goed uitgerust bent om het maximale potentieel uit deze ontwikkeling te halen, vindt de KPMG-partner. ‘Dan kun je het team beter sturen en coachen op wat nodig is. Bijvoorbeeld businesscases en impactanalyses. De vraag is dan ook: ‘Hoe digitaal vaardig zijn de Nederlandse zorgbesturen?’ Je hoeft het niet allemaal zelf te weten, maar zorg wel dat in ieder bestuur minimaal één persoon aan tafel zit met deze rol en expertise.‘

AI in de ggz

Veel van de conclusies en aanbevelingen die Moll-Kranenburg deelt, gelden met name voor de medisch-specialistische zorg. Daar vindt het merendeel (64 procent) van de AI-ontwikkelingen plaats. Niet zo vreemd, vindt Moll-Kranenburg. ‘Daar is de meeste ruimte voor investeringen, met name in de grote huizen. En er speelt ook een andere factor mee. ‘Je bron bestaat uit data en in de klinische zorg heb je veel harde, binaire data. In de ggz komt ook veel data uit handmatige invoer en gespreksverslagen. Dat maakt het fout- en interpretatiegevoelig. Het kost dan meer energie om er iets mee te kunnen en mogen doen voor AI.’

Over de grens

Dat wil niet zeggen dat sectoren die weinig AI gebruiken, zoals de jeugd- en gehandicaptenzorg, geen kant op kunnen. ‘Er zijn wel degelijk mogelijkheden, in het buitenland zien we daar mooie voorbeelden van, zoals Tess (een chatbot voor de ggz, red.)’

Moll-Kranenburg vraagt zich daarnaast af waarom producten die in het buitenland al zijn ontwikkeld zo moeizaam hun weg naar Nederland vinden. ‘Ik zie wel eens oplossingen die op de HIMMS prijzen winnen of artikelen over de meest inspirerende healthech start-ups en top AI-bedrijven in zorg, maar hier wordt er nog weinig tot niet mee gewerkt. Het zou heel goed zijn als we ook meer over de grens kijken naar wat allemaal mogelijk is.’

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.