Pandrecht of geen pandrecht?

Als een zorginstelling failliet gaat, proberen financiers aanspraak te maken op de opbrengst van bestaande en toekomstige vorderingen (het zogeheten onderhanden werk). Interessant is dan het ontstaansmoment van de vordering. Ligt dat na afloop van de behandeling of al daarvoor? Daarover oordelen rechters verschillend.
Adobestock

De Hoge Raad geeft nu uitsluitsel.

Better Life failliet

Ggz-aanbieder Better Life had zijn onderhanden werk verpand aan factoringmaatschappij Famed. Het pandrecht betrof alle bestaande en toekomstige vorderingen. Better Life ging failliet en Famed dacht aanspraak te kunnen maken op de waarde van het onderhanden werk. De curator van Better Life deelde dit standpunt niet. Hij meende dat het onderhanden werk niet verpand kon zijn en dat daarom de opbrengst in de boedel zou moeten vloeien. De rechtbank Amsterdam oordeelde in eerste instantie dat Famed een rechtsgeldig pandrecht heeft op het onderhanden werk. Daarop ging de curator in hoger beroep.

0
22

Wilt u dit premium artikel verder lezen?

Sluit eenvoudig een gratis proefmaand af of neem een abonnement om dit artikel en alle andere premium berichten onbeperkt te lezen.

Bent u al abonnee? Log dan in en lees verder.