Reële tarieven voor de jeugd-ggz: Berenschot geeft advies

Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Tussen aanbieders en gemeenten is echter veel discussie over reële tarieven voor de jeugd-ggz. Om te komen tot deze reële tarieven, heeft Berenschot in kaart gebracht welke stappen gemeenten en aanbieders samen moeten doorlopen.
winstuitkering zorgverzekeraars
Fotolia

‘Wanneer er meer inzicht is op de feitelijke kostprijs en afgeleid daarvan de tarieven, kunnen aanbieders en gemeenten gezamenlijk het goede gesprek voeren over de andere elementen die de totale uitgaven aan jeugd-ggz bepalen: het volume en de doorlooptijden. Dat zijn de elementen waar het naar onze mening écht om gaat, zowel vanuit inhoudelijk oogpunt als vanuit financieel oogpunt’, aldus Berenschot.

Flinke druk

Veel gemeenten kennen sinds de invoering van de Jeugdwet een flinke druk op het budget voor jeugdzorg. Er bestaat veel discussie over wat een reëel tarief is. ‘Lastig daarbij is dat niet of nauwelijks objectieve en gevalideerde

0
787

Wilt u onbeperkt toegang tot de Zorgvisie Rapporten?

De Zorgvisie rapporten zijn exclusief voor onze Zorgvisie Compleet abonnees. Wilt u ook alle rapporten kunnen lezen? Meld u aan voor een Zorgvisie Compleet abonnement.

Heeft u al een Zorgvisie Compleet abonnement? Log dan hier in

Rapport informatie

Rapport naam:
Handreiking ‘Kostprijzen voor de jeugd-ggz’
Sector:
GGZ
Soort:
Onderzoek / Wetenschap
Afkomst:
Berenschot
Auteur:
Marvin Hanekamp, Melanie Knieriem, Bas Peeters, Vanja van Sprakelaar
Aantal pagina’s:
22
Verschijningsdatum:
21 februari 2019
Samenvatting:

Met de invoering van de Jeugdwet is de financiering van jeugd-ggz gedecentraliseerd van landelijke inkoop door zorgverzekeraars en zorgkantoren naar gemeenten. Dit nieuwe stelsel vraagt om duidelijkheid over kostprijzen en tarieven om het goede gesprek over de inhoud te voeren.

Met deze handreiking biedt Berenschot gemeenten én jeugd-ggz aanbieders handvatten om goed onderbouwde, reële kostprijzen te berekenen en tarieven te bepalen voor de jeugd-ggz producten. Dit doen zij door inzicht te bieden in de gemiddelde, integrale kostprijzen en opbouw van kostprijzen voor behandeluren. Daarbij maakt het adviesbureau onderscheid tussen opleidingsniveaus. Ook laten zij zien hoe op basis van deze cijfers stap-voor-stap de kostprijs berekend kan worden voor de verschillende producten die in afzonderlijke jeugdregio’s geboden worden.

‘Door met elkaar, gemeenten en aanbieders, het gesprek te voeren over maatregelen die leiden tot verminderen van volumes en verkorten van doorlooptijden, betekent dat het gesprek gevoerd wordt over maatregelen rondom preventie van (zware) zorg en maatregelen die onnodig lange trajecten voorkomen. Dat is een gesprek waar wij inhoudelijk in geloven. Dit betekent immers dat zo min mogelijk jeugdigen, zo kort mogelijk ggz-zorg ontvangen (maar zo lang als nodig). Dat is ook een gesprek waar wij vanuit financieel oogpunt in geloven. Want minder jeugdigen in de jeugd-ggz is altijd goedkoper in zijn totaliteit dan een lager tarief per jeugdige’, aldus Berenschot.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.