De problemen in de psychologische zorg zijn al jaren bekend. Sinds 2010 hebben opeenvolgende bewindslieden ingegrepen op manieren die de toegankelijkheid van de zorg eerder verslechterden dan verbeterden. Wachttijden lopen op, de Treeknormen worden structureel overschreden en patiënten wachten maanden op zorg. De maatschappelijke gevolgen zijn groot: klachten verergeren, uitval neemt toe en de zorgvraag groeit verder.
Het laatste voorbeeld in deze lange reeks is minister Mirjam Sterk, die nu besluit het aantal opleidingsplaatsen voor gezondheidszorgpsychologen terug te brengen van de onafhankelijk geadviseerde 1.240 naar 691 – bijna een halvering van het aantal. Niet voor niets waarschuwde ook het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) recent in een brandbrief voor de gevolgen van dit besluit.
Sleutelrol
De gezondheidszorgpsycholoog vervult juist een sleutelrol in de zorg. Als regiebehandelaar is dit beroep verankerd in de Wet BIG, die kwaliteit en veiligheid borgt. Na een universitaire master volgt een tweejarige praktijkgerichte vervolgopleiding, bewust breed ingericht zodat inzet mogelijk is in de volle breedte van de psychologische zorg. De GZ-opleiding vormt bovendien de toegang tot verdere specialisatie, die noodzakelijk is voor complexe zorg. Besluiten over deze instroom werken direct door in specialistische vervolgopleidingen en daarmee in de toekomstige behandelcapaciteit.
Een stabiel aantal opleidingsplaatsen is nodig om die infrastructuur in stand te houden. Ingrijpen in de opleidingscapaciteit heeft directe gevolgen voor opleidingsinstellingen, hoofdopleiders, docenten en specialistische expertise die in jaren is opgebouwd. Wat wordt afgebroken, laat zich niet snel herstellen.
Geloofwaardig alternatief ontbreekt
Daar komt bij dat deze keuze haaks staat op de systematiek van arbeidsmarktplanning. Het Capaciteitsorgaan raamt de benodigde opleidingscapaciteit op basis van zorgbehoefte en houdt rekening met ontwikkelingen zoals taakverschuiving. Door daar drastisch onder te gaan zitten, wordt afgeweken van een methodisch onderbouwde raming, zonder dat een geloofwaardig alternatief is uitgewerkt.
Ook de onderbouwing van de minister schiet ernstig tekort. Het gebruik van onbeschikt opleiden als argument voor verlaging van het aantal beschikte opleidingsplaatsen berust op een fundamenteel onjuiste interpretatie: het is geen teken van marktevenwicht, maar juist van structureel marktfalen. De veronderstelling dat andere professionals taken van gezondheidszorgpsychologen kunnen overnemen, miskent bovendien de eisen die aan goede zorg worden gesteld.
Risico’s voor veiligheid en kwaliteit
Masterpsychologen zijn weliswaar wetenschappelijk opgeleid, voeren onderdelen van behandeling uit en zijn zo een belangrijk onderdeel van het zorgstelsel, maar zijn niet zonder vervolgopleiding toegerust voor zelfstandige uitvoering van zorgtaken. Anders dan de gezondheidszorgpsycholoog beschikken masterpsychologen niet over een BIG-registratie die gekoppeld is aan wettelijke opleidingseisen en tuchtrecht. Vooruitlopen op een grootschalige taakverschuiving ontbeert daarmee een stevig onderbouwd fundament en brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.
Daarmee zet minister Sterk een volgende stap in een patroon waarin de psychologische zorg wordt uitgehold, nu via de opleidingscapaciteit. Het effect is hetzelfde: een verdere verzwakking van een sector die al onder zware druk staat.
Moeilijk omkeerbaar
Wat hier op het spel staat, gaat verder dan het aantal opleidingsplaatsen voor komend jaar. Het raakt aan de vraag hoe we het opleiden van zorgprofessionals zien: als kostenpost of als essentiële publieke voorziening. Door drastisch te snijden in de opleidingscapaciteit wordt het vermogen om in de nabije toekomst op te schalen ernstig verzwakt. De gevolgen daarvan zijn moeilijk omkeerbaar.
De Tweede Kamer moet hier een duidelijke grens trekken. Na jaren van maatregelen die de psychologische zorg hebben uitgehold, moet dit het moment zijn waarop die lijn wordt doorbroken. Na eerdere ministers die de sector verzwakten, mag minister Sterk niet degene zijn die de volgende stap zet in verdere afbraak.
Heroverweeg
Het opleidingsstelsel is geen elastiek. Wat zorgvuldig is opgebouwd, laat zich niet eenvoudig herstellen. Juist daarom vraagt dit besluit om heroverweging, voordat onomkeerbare schade wordt aangericht aan de toegankelijkheid en kwaliteit van de psychologische zorg in Nederland.
Door drs. Tonnie Prinsen, voorzitter FGzPt, prof. dr. Maartje Schoorl, voorzitter Landelijke Opleidingsraad Psychologische Beroepen en prof. dr. Rudolf Ponds, voorzitter Nederlands Instituut van Psychologen

