Schuif NZa-toezicht op zorgmarkt in ACM’

De NZa is geen goede marktmeester en zal dat ook nooit worden, denkt hoogleraar Barbara Baarsma. Ze stelt voor om het markttoezicht over te hevelen naar mededingsautoriteit ACM. ‘Dan wordt het mededingingstoezicht veel krachtiger.’

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
‘Schuif NZa-toezicht op zorgmarkt in ACM’

Ook de commissie-Borstlap, die het falen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft onderzocht, concludeerde in september dat de toezichthoudende taak niet goed uit de verf komt. Volgens de commissie komt dat doordat de scheidsrechter naast toezichthouder ook regelgever is. De commissie adviseert de NZa daarom op te splitsen.

NZa is scheidsrechter die spelregels maakt

Het combineren van toezicht en regelgeving in één organisatie wringt al sinds de oprichting, stelt Barbara Baarsma, hoogleraar marktwerking en mededingingseconmie, in een interview dat 28 november verschijnt in het decembernummer van Zorgvisie Magazine. ‘Uit governance-oogpunt is het niet handig om reguleren en toezichthouden

11
57

Wilt u dit premium artikel verder lezen?

Sluit eenvoudig een proefmaand af en lees al onze premium artikelen.

Bent u al abonnee? Log dan in en lees verder.

11 REACTIES

  1. Omwille van de (babyboom) werknemersbelangen van CVZ, CTG en CTZ is de NZa in 2006 ontstaan uit een suboptimale fusie van CTG en CTZ. CVZ en NMa (en ook DNB en Algemene Rekenkamer) konden nagenoeg onveranderd door. Dat is een fundamentele ontwerpfout in de governance van het Nederlandse zorgstelsel.
    CTG en CVZ hadden moeten fuseren om een gezaghebbende instantie te vormen en beleid te produceren voor de financiële aspecten van de bedrijfsvoering van zorginstellingen en zorgverzekeraars. De toezichtskennis van het CTZ had verdeeld moeten worden over DNB en de Algemene Rekenkamer. Bij of gelieerd aan de toenmalige NMa had een sectorspecifieke marktmeester voor de zorg gevormd moeten worden om het markttoezicht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars uit te voeren.
    Dan zouden vier organisaties ontstaan zijn met duidelijke kerntaken: ‘financieel zorgbeleid CTG/CVZ’, ‘toezicht verzekeringsbedrijf CTZ/DNB’, ‘toezicht besteding collectieve middelen CTZ/Alg.Rekenk.’, ‘toezicht eerlijke werking zorgmarkten NMa/Zorgkamer’. Als deze organisaties naar behoefte en zonder dubbele agenda kennis (informatie) en expertise (arbeidskrachten) hadden kunnen uitwisselen, dan zouden zorgverleners, premie- en belastingbetalers én politici veel meer tevreden zijn over de uitkomsten van de grote zorgstelselwijziging.

  2. Lees alle reacties
  3. Ook ik ben van mening dat je algemene theorieen over markt niet kan loslaten op iets als gezondheidszorg. Samenwerking in de gezondheidszorg gaat om synergie, je hebt elkaar nodig. Wanneer er andere belangen dan die van de patient ingevoerd worden – zoals marktwerking doet- zal het hoofdbelang verwateren. Zo is het in consult roepen van een andere professional door de NZA reguliering iets geworden dat de betreffende hulpverlener geld kost. Het gevolg laat zich raden, en het gevolg voor de kwaliteit ook. En wie is de dupe: de patient.

  4. Het lijkt ons te allen tijden ongewenst om functies als regelgeving en het toezicht houden op naleving van die regels bij de zelfde organisatie onder te brengen.
    Waarom in de WLZ dit zelfde systeem met de Zorgkantoren wordt opgetuigd is ons dan ook een raadsel!
    Het Zorgkantoor is verantwoordelijk voor de hoogte bepaling van de toe te kennen budgetten aan de hand van de indicatie van het CIZ, tevens geven zij advies over de noodzaak en hoeveelheid van eventuele meerzorg en zijn ook verantwoordelijk voor de controle op de juiste besteding van deze budgetten door budgethouders. Bovendien staan ze de budgethouder bij in hun zorgplan besprekingen en onderhandelingen met de zorgleverancier!

  5. Vanwaar toch de credits voor ACM? Nota bene een organisatie die zelf onderzoekt, beboet en handhaaft. Niemand controleert de ACM zelf. De NMa voerde sinds 1998 de Mw uit. De Richtsnoeren staan toe dat verzekeraars alles mogen en aanbieders niets tav prijsstelling. Een verbod op collectief onderhandelen door zorgaanbieders betekent verder niet dat de verzekeraar verplicht is op individuele basis te onderhandelen. Liever doet de NMa invallen en deelt boetes uit en houdt bestuurders in een wurggreep. In de Richtsnoeren komt het woord marktfalen niet voor. En de Richtsnoeren zijn niet zorgsectorspecifiek. Terwijl de zorg zeker een eigen bedrijfstak is. Wat moeten we eigenlijk met een ACM, laat Baarsma daar maar eens iets over zeggen

  6. Lijkt toch sprake van een weeffout om functies als regelgeving en het toezichthouden op naleving van die regels bij dezelfde organisatie onder te brengen. Iedereen die ooit betrokken was bij een (her) ontwerp van processen is daarvan op de hoogte. Het zal vast niet de bedoeling zijn geweest om chinese muren binnen de NZA op te richten. (Wie controleert overigens daar de werking van?) Ik vraag mij dus af wat de motieven waren om dit zo in te richten!

  7. Ja, de SEO is de laatste jaren verworden tot een ‘u vraagt en wij draaien club’. Over cultuur gesproken.
    Een groot probleem bij de NZA was nu juist dat er te weinig ruimte was voor mensen die hun werk zorgvuldig wensten te doen onder invloed van allerlei stoere toezichthouderstypes. Waarom verhuizen de regelmakers niet gewoon naar het ministerie? Dat is daar toch voor? Kan de NZA toezicht gaan houden.

  8. het is geen goed advies, maar ik vrees dat mw Baarsma wel gelijk heeft met haar visie op de mogelijkheden van de NZa. helaas heeft de autoriteit aan wie zij taken van de NZa wil overdragen, de ACM, bewezen, geen gevoel te hebben voor de essentie van de zorgmarkt. die is namelijk, dat in veel gevallen de vragende partij (de patiënt/cliënt die zorg nodig heeft) niet in een positie is om als marktpartij te handelen. en mede daardoor wordt gemangeld tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. doordat de laatsten namelijk een regierol gezocht hebben en gekregen, hebben zij een eigen belang gekregen naast het (doorgaans individuele) belang van hun verzekerde.
    als patiënt/cliënt zouden we meer hebben aan een overheid die doet waarvoor we haar in leven houden, namens ons (als kiezer) zorgen voor goede voorzieningen die we individueel niet in stand kunnen houden. maar die overheid heeft zich met de vorming van al die autoriteiten de middelen daartoe ontnomen. langs democratische weg hebben partijen het theoretische voordeel van een marktbenadering laten prevaleren boven het directe belang van goede, bereikbare en toegankelijke zorg voor afhankelijke zorgvragers. om de zorg betaalbaar te houden voor de belastingbetaler, die die zorg (nog) niet nodig heeft.

  9. Vreemd standpunt van Baarsma. Het is de NZa geweest met haar wens om markten te maken, die tal van onorthodoxe maatregelen heeft genomen om markten in de zorg te ontwikkelen. Het zocht daarbij vaak de grenzen van de wet op (vaak tot mijn ergernis). Het was juist de ACM die zich steeds achter juridische argumenten verstopte om niet te hoeven optreden. Geeft de huidige taken van het ACM aan de NZa en er worden veel minder fusies goedgekeurd.
    Als lezer krijg je de indruk dat Baarsma niet thuis is in de materie op het vlak van de zorg, maar wel bereid is om NMa (haar opdrachtgever) te steunen. Het is pijnlijk om te zien hoe hier de hoogleraarstitel wordt misbruikt.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.