Voor patiënten maakt het een wezenlijk verschil als zij eerder toegang krijgen tot innovatieve geneesmiddelen. Het betekent meer dagen waarop iemand kan werken, voor zijn kinderen kan zorgen of simpelweg niet ziek is. Soms betekent het zelfs overleving.
Ook in het diagnostisch traject is de impact groot. Innovatie maakt het verschil tussen langdurige onzekerheid en snelle duidelijkheid. En daarmee ook tussen een generieke behandeling en toegang tot op maat gemaakte therapie, specifiek gericht op de tumor of het ziektebeeld van de patiënt.
Een log systeem
Het duurt in ons land gemiddeld 493 dagen voordat een nieuw medicijn wordt vergoed – en voor een nieuw oncologisch middel zelfs 525 dagen[1]. Als het om een middel gaat dat in de sluis zit – de wachtkamer waarin de kosteneffectiviteit wordt beoordeeld – dan loopt die wachttijd zelfs op tot 795 dagen. Dat is geen abstract gegeven voor een patiënt met borstkanker. Die leeft in continue onzekerheid, vaak met klachten en verlies van gezondheid. Voor een patiënt is tijd kostbaar, een periode waarin haar ziekte verergert.
Natuurlijk is het noodzakelijk om goed te kijken naar de meerwaarde van innovatieve geneesmiddelen – en naar wat toelating betekent voor de betaalbaarheid van zorg in Nederland. Die zorgvuldigheid omarm ik. We hebben daar als Nederland alleen wel een veel logger systeem opgetakeld dan de ons omringende landen.
Buurlanden doen het beter
In Duitsland komt 91 procent van de oncologische geneesmiddelen die de afgelopen jaren zijn goedgekeurd, meteen beschikbaar voor patiënten.[2] Van de oncologische geneesmiddelen die de afgelopen vier jaar in Europa zijn goedgekeurd, is slechts 41 procent beschikbaar voor de Nederlandse patiënt (in 2022 was dat nog 80 procent).[3]
Terwijl het Europese gemiddelde inmiddels op 51 procent ligt.
Een patiënt in ons land kan een geneesmiddel mislopen dat in 26 van de 27 lidstaten van de Europese Unie wel beschikbaar is. Dat voelt onrechtvaardig. Je hebt in België kennelijk meer kans op een betere behandeling dan in Nederland. Voor een welvarend land als Nederland is dat moeilijk uit te leggen.
Waarom kunnen wij dat innovatieve middel niet aanbieden voor bijvoorbeeld die specifieke groep borstkankerpatiënten? Dat past niet in het solidariteitsprincipe waarop ons Nederlandse zorgstelsel gebaseerd is. We jagen daarmee steeds meer mensen richting crowdfundingsacties.[4]
Zo simpel als ABC
We zijn in Nederland te ver doorgeschoten als het gaat om effectiviteit van innovatieve geneesmiddelen. Innovatie in de zorg verloopt bijna altijd in stapjes. Het is belangrijk dat systemen kunnen meebewegen met die stapsgewijze ontwikkeling – zeker nu nieuwe generaties geneesmiddelen steeds meer gericht zijn op maatwerk en specifieke patiëntgroepen. Mis je die kleine opeenvolgende verbeteringen, dan kun je nooit dat grote effect bereiken. Ik leg dat vaak uit aan de hand van het ABC-principe. Vandaag is middel A onze standaardzorg. Morgen komt middel B op de markt. Laten we dat niet toe, dan heeft het geen zin om hier onderzoeken naar middel C uit te zetten. Omdat dit in klinische onderzoeksprogramma vergeleken wordt met de standaardzorg – wat internationaal middel B is maar in Nederland nog middel A.
Het gevolg is dat patiënten geen toegang hebben tot nieuwe behandelopties in klinische onderzoeksprogramma’s. En dat voor de Nederlandse situatie niet de juiste data wordt verzameld, wat weer leidt tot extra problemen met toegang. Binnen AstraZeneca zien we dat tien oncologiestudies niet naar Nederland kunnen komen, terwijl we op basis van de ontwikkelingen en onze groeiende pijplijn juist méér onderzoek zouden verwachten en eerder een stijging dan een daling zouden moeten zien. Tegelijkertijd geven ziekenhuizen aan geen afname te zien in het aantal studies, maar juist dat is zorgelijk, omdat de verwachting is dat het aantal onderzoeken de komende jaren verder zou moeten toenemen, door de innovatiekracht wereldwijd.
De afgelopen tien jaar is het aandeel wereldwijde studies waaraan Nederland deelnam met 46 procent gedaald.[5] Dat is echt een reden om de alarmbel te luiden. Want minder toegang vandaag betekent minder innovatie morgen – en op de langere termijn zelfs een lagere kwaliteit van zorg.
Basis van duurzaam gezondheidssysteem
Innovatie is het fundament onder een toekomstbestendig gezondheidsstelsel. Vergrijzing en een toenemende bevolking leggen een steeds groter beslag op de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. Kijk je naar hartfalen dan zie je dat de kans op een ziekenhuisopname de afgelopen jaren met 25 procent is gedaald door de inzet van innovatieve geneesmiddelen. Dan heb je het over ruim tachtigduizend opnamedagen per jaar die worden vermeden.[6] Dat zijn behoorlijk veel handen aan het bed die vrijkomen voor andere zorg.
Kortom, wie kritisch kijkt naar de kwaliteit, toegankelijkheid en houdbaarheid van zorg, kan niet anders dan concluderen dat innovatie cruciaal is. Niet als doel op zich, maar als noodzakelijke voorwaarde om patiënten – vandaag én morgen – tijdig toegang te geven tot de best beschikbare zorg. We mogen de patiënt niet laten wachten.
Ilse van Hensbeek is medisch directeur bij AstraZeneca Nederland.
- [1] EFPIA Patients W.A.I.T. Indicator 2025 Survey (IQVIA, mei 2026)
- [2] EFPIA Patients W.A.I.T. Indicator 2025 Survey (IQVIA, mei 2026)
- [3] EFPIA Patients W.A.I.T. Indicator 2025 Survey (IQVIA, mei 2026) chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.iqvia.com/-/media/iqvia/pdfs/library/publications/2026/efpia-patients-wait-indicator-2025-survey.pdf
- [4] https://www.rtl.nl/nieuws/artikel/5579964/steeds-meer-crowdfunding-voor-medische-behandelingen-operaties-buitenland
- [5] citeline
- [6] https://www.hartstichting.nl/hart-en-vaatziekten/cijfers-hart-en-vaatziekten

