Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Poll-uitslag | ‘Inkomsten van medisch specialisten moeten maatschappelijk uitlegbaar zijn’

In februari 2015 begon ik als redacteur bij Skipr. Zorgvisie was toen nog de grote concurrent. Inmiddels maken we al enige jaren met één redactie deze twee toptitels. Nog altijd schrijf ik met veel interesse over de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, van vastgoed en finance tot de belangen van patiënten en zorgmedewerkers. Sinds april 2021 ben ik adjunct-hoofdredacteur van Skipr en Zorgvisie.
"Medisch specialisten vervullen een cruciale rol en dragen grote verantwoordelijkheid. Daar hoort een goede beloning bij. Maar in de (semi)publieke zorg moeten inkomens ook maatschappelijk uitlegbaar zijn", zo reageert een lezer op de Zorgvisie-poll van deze week. Een meerderheid sluit zich hierbij aan.
© bombermoon / Getty Images / iStock

Medisch specialisten hoeven niet te voldoen aan de balkenendenorm, oftewel de Wet normering topinkomens (WNT). Het kabinet legt een motie van de Tweede Kamer die vraagt om het inkomen van (onder meer) specialisten in te perken, naast zich neer.

Zorgvisie legde deze week de stelling voor aan zijn lezers: Medisch specialisten mogen meer verdienen dan de premier van dit land.

Op de peiling kwamen in totaal 111 reacties. 37 mensen waren het ermee eens dat medisch specialisten niet aan de WNT hoeven te voldoen. Een ruime meerderheid van 75 mensen die in en aan de zorg werken, was het er dus niet mee eens dat medisch specialisten meer mogen verdienen dan de premier.

Lange studie, grote verantwoordelijkheid

De mensen die vinden dat medisch specialisten meer mogen verdienen dan de zogenoemde balkenendenorm, wijzen erop dat specialisten heel lang moeten studeren, terwijl dit niet per se nodig is om premier te worden. Ook wordt er van medisch specialisten verwacht dat ze ook in het weekend en ’s nachts werken. Bovendien dragen ze soms verantwoordelijkheid over leven en dood.

“Het is niet vergelijkbaar”, schrijft een medisch specialist. “Beide beroepen zijn zwaar, maar de gemiddelde medisch specialist moet lang mee en draait vaak zware diensten in de avond en nacht. Voordat de medisch specialist iets gaat verdienen is de gemiddelde leeftijd rond de 34 jaar, na zes of zeven jaar studie en na vijf of zes jaar opleiding. Daarnaast moet er een studieschuld afbetaald worden. Tevens gaat het bij een medisch specialist in vrije vestiging om omzet in de BV, en dan blijft na belasting en na pensioenpremie en arbeidsongeschiktheidsverzekering minder over dan voor de premier. Dezelfde premier geniet ook veel extra’s zoals transport, een fors zomer- en winterreces, geen afbetaling van studieschuld, extra financiële ondersteuning zoals woonruimte in de buurt van Den Haag, etentjes op kosten van de staat.

Kortom: je moet het vergelijken met een intelligent mens dat niet de zorg is ingegaan maar bijvoorbeeld de advocatuur of het zakenleven. Dan zijn de uurtarieven omgerekend veel hoger. Eigenlijk boffen we maar dat we in Nederland voor weinig kosten zo veel zorg krijgen. Stel dat de schoolverlaters door dit soort discussies nu eens alleen maar naar het geld zouden kijken, dan is het een wonder dat er nog gemotiveerde artsen dit werk tot op hoge leeftijd willen doen. Houd ook even het onderscheid tussen loondienst en vrije vestiging in de gaten in deze discussie.”

‘Bij het beperken van de inkomsten, zullen de tekorten aan medisch specialisten toenemen’

De medisch specialist krijgt bijval van een ziekenhuisbestuurder. “Het opleidingstraject van een medisch specialist (tien tot veertien jaar) is veel langer dan voor een premier, waar geen opleidingseisen voor gelden. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met ANW-diensten waar toeslagen voor gelden. Bij het beperken van de inkomsten, zullen de tekorten aan medisch specialisten toenemen.”

“Zij hebben minimaal tien jaar gestudeerd en zij hebben een grote verantwoordelijkheid die voor patiënten leven of dood kan betekenen”, stelt ook een adviseur leren en ontwikkelen uit de ouderenzorg. “Niet ellenlang debatteren of formeren, maar snel besluiten nemen.”

Foute prikkel en overproductie

De mensen die vinden dat het inkomen van medisch specialisten wel beperkt moet worden, wijzen erop dat zowel de premier als de medisch specialist met publiek geld worden betaald. Bovendien valt er ook wel wat af te dingen op de grote verantwoordelijkheid van de medische specialist, die wordt ook ondersteund door andere zorgverleners. Tot slot is de mogelijkheid om meer te verdienen door meer te doen een foute prikkel die leidt tot overbehandeling. Een stuk meer transparantie over de inkomsten zou al veel helpen.

Een cardioloog: “Medisch specialisten, met name cardiologen, verdienen vaak boven de 350.000 euro per jaar. Niet alleen zijn ze vaak extreem gericht op overproductie, maar ze verdienen ook veel geld via door de industrie gesponsord onderzoek, bijvoorbeeld via Werkgroep Cardiologische centra Nederland (WCN). Voor sommige studies verdient een maatschap wel 10.000 euro per jaar, waarvan soms een groot deel uiteindelijk rechtstreeks bij de cardiologen terechtkomt, terwijl patiënten risico lopen. Ook zijn sommigen aandeelhouder bij privéklinieken, zoals CCN, waardoor ze nog meer verdienen, soms richting de 400.000 euro per jaar. Dit mag wat mij betreft echt worden geremd.”

Ondersteund door ander personeel en procedures

“Waarom zouden zij uitgezonderd moeten worden?”, vraagt een operatieassistent. “Het zijn exorbitant hoge bedragen die verdiend worden door medisch specialisten, terwijl zij aan alle kanten ondersteund worden en met enige regelmaat ook behoed worden voor fouten door ondersteunend personeel en procedures. Ik werk zelf met velen samen en heb er zelfs met één samengeleefd. En als ik zie hoeveel ondersteuning er wordt geleverd op de werkvloer; dan denk ik dat dáár eerder wat meer naartoe zou moeten in plaats van de bizar hoge norm nóg verder te verhogen. Ik vind het tarief van de balkenendenorm überhaupt schandalig hoog. In theorie is er een hoop verantwoordelijkheid, maar wanneer dingen mis gaan, zijn er lang niet altijd consequenties, of zijn de wachtgeldregelingen aanzienlijk. Dit terwijl de ‘gewone’ werknemer bij disfunctioneren gewoon op straat wordt gezet. Hoe is deze scheefgroei überhaupt te verantwoorden?!”

Transparantie

En een toezichthouder in de ziekenhuiszorg: “Het gaat niet om meer of minder; het gaat er om dat hun inkomsten transparant zijn net als die van zorgbestuurders dat zijn. Die transparantie geldt ook voor stapeling van inkomsten door bijvoorbeeld naast werkzaamheden in een (academisch) ziekenhuis ook nog een dag of dagdelen te werken in een zbc. De grote verschillen in inkomens tussen medisch specialisten voor vergelijkbare werkzaamheden zijn maatschappelijk niet uitlegbaar en worden betaald uit premiegeld. Passende gelijkgerichte en transparante bekostiging van inkomsten van medisch specialisten zou de nieuwe norm moeten worden en hoe zich dat verhoudt tot de WNT is mijns inziens minder belangrijk.”

Maatschappelijk uitlegbaar

Tot slot een manager in de eerstelijnszorg: “Medisch specialisten vervullen een cruciale rol en dragen grote verantwoordelijkheid. Daar hoort een goede beloning bij. Maar in de (semi)publieke zorg moeten inkomens ook maatschappelijk uitlegbaar zijn. Zorg is geen markt waarin maximale individuele beloning het uitgangspunt zou moeten zijn. Bovendien is goede zorg een teamprestatie. Het succes van een medisch specialist is onlosmakelijk verbonden met de inzet van verpleegkundigen, physician assistants, SEH-artsen, laboranten, ondersteuners en vele anderen. Als de inkomensverschillen te groot worden, doet dat afbreuk aan het gevoel dat we samen verantwoordelijk zijn voor de zorg. Laten we de discussie daarom niet voeren over wie het meest zou mogen verdienen, maar over hoe we talent behouden, kwaliteit belonen en tegelijkertijd de solidariteit binnen de zorg overeind houden.”

In februari 2015 begon ik als redacteur bij Skipr. Zorgvisie was toen nog de grote concurrent. Inmiddels maken we al enige jaren met één redactie deze twee toptitels. Nog altijd schrijf ik met veel interesse over de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg, van vastgoed en finance tot de belangen van patiënten en zorgmedewerkers. Sinds april 2021 ben ik adjunct-hoofdredacteur van Skipr en Zorgvisie.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.